Zonsondergang

#224 DAY FOUR AND A FATAL FALL

20140814_203012

Het was dag vier en ook wel een beetje de dag van de waarheid. We hadden een paar dagen hard getraind, in de hoop CWO 3 te halen. Merel en ik schatten onze kansen vanaf het begin al niet zo hoog in. Voor het derde diploma moet je een behoorlijk niveau kunnen halen, wat niet héél makkelijk is wanneer je maar één week per jaar zeilt. Daarnaast moet je een heus theorie-examen maken en ‘afvaren’. Ja, ja, some serious shit. Vandaag zouden we te horen krijgen of we überhaupt op examen mochten. We moesten allemaal oefeningen doen en… Het was niet zo’n succes, laat ik het zo zeggen. Het wilde allemaal niet, en dan stonden er ook nog eens allemaal mensen vanaf de kant toe te kijken. Merel en ik probeerden onze bootgenootjes zo goed mogelijk te assisteren, maar dat was het dan ook. Het verbaasde ons dan ook niet toen we ’s avonds te horen kregen dat we niet mochten afvaren. We zouden vrijdag een dagtocht maken en lekker genieten van de laatste dag. Helemaal prima.

(Of, zoals mijn vader zei: ook wel goed dat iets je eens niet in één keer lukt.)

(Niet geheel onbelangrijk: twee lieverds die bij mij op de kamer sliepen mochten wél afvaren. Blijdschap en trots, dat begrijp je.)

Dag vier was ook de dag waarop mijn telefoon een fatale smak maakte. Het scherm was nog redelijk intact, maar ik kon het wel ongeveer uit de behuizing lepelen. Overbodig te zeggen dat hij het niet meer echt deed. Ik besloot toch te proberen mijn ouders in te lichten. Zo van, hee, hoi, met mij alles goed maar mijn telefoon is kapot dus verwacht radiostilte. Dit ging niet bepaald gemakkelijk. Met man en macht probeerde ik een samenhangend verhaal te typen, maar het enige wat ik kon versturen waren losse letters en halve woorden. Ik gaf het op en ging met Merel’s telefoon aan de slag om het thuisfront te informeren. Mijn eerdere pogingen waren bij hen echter niet onopgemerkt gebleven. Mijn moeder had gereageerd: of ik soms dronken was. Zo erg was het dus.

Uit angst het alleen maar erger te maken, durfde ik het ding nergens meer mee naar toe te nemen. De rest van de week bevond ik me dus in een social media-isolement. Gelukkig bevond ik me in het echte leven op een plek waar ik niet eens kon poepen zonder dat iemand het merkte. Met andere woorden: ik hoefde me niet alleen te voelen. 

’s Avonds mochten we alleen het water op, zonder instructeur dus. Het was windstil. Gelukkig maar – ik begon me al zorgen te maken dat we eens níét zouden hoeven peddelen tijdens het vrij zeilen. (Want even terug in de tijd: in 2012 en 2013 waren de omstandigheden precies hetzelfde.) (Oh, wel fijn dat ik inmiddels het fenomeen ‘alinea’s’ ontdekt heb, vinden jullie ook niet?) Normaal had ik van de situatie gebruik gemaakt om foto’s te maken, maar nu niet want oh ja mijn telefoon was kapot. Lang leve mijn kamergenootjes, die mij zonder miepen hun telefoon leenden. Dat ik mijn tijd niet meer kon verspillen aan Instagram en Whatsapp was tot daar aantoe. Maar de foto van de dag moest gewoon genomen worden. 

Het werd de zonsondergang. Origineel hè? Vond ik ook. Maar ik was gewoon niet zoveel met de foto’s bezig deze week. Sowieso was ik met niet zoveel bezig deze week. Theorie voorbereiden, 30 seconds spelen, lol trappen met kamer twee, iets verzinnen voor de Bonte avond en voornamelijk: zeilen. Dat waren de dingen waar ik aan dacht. Soms is het zo druk in mijn hoofd, dat ik wilde dat ik mijn gedachten af en toe stil kon zetten. Tijdens een week zeilen lijkt me dat te lukken. En ik vind het heerlijk. 

#220 SUNSET/STORM

IMG_6471

Het was zondagmiddag, iets na tweeën. Twee koffers, een dekbed, een slaapzak en twee paar regenlaarzen werden in de kofferbak van de auto geduwd. Twee enthousiaste kinders op de achterbank, twee ouders voorin. Lange, rechte wegen. Een hoop windmolens, een hoop schapen. Bij de derde koe links. Na een jaar keerden Merel en ik terug naar Friesland.

We waren vroeg, maar dat was ook de bedoeling. Onder het genot van een muziekje pakten we onze spullen uit. Ik legde alles op nette stapeltjes in de kast, nog niet wetend dat ik die avond al, tijdens mijn zoektocht naar ‘die ene grijze trui’, alles overhoop zou gaan gooien.

(‘Die ene grijze trui’ die ik thuis in de kast had laten liggen, overigens. Duurde wel even voor ik daar achter kwam.)

Na een klein uurtje was de bende van ellende compleet. Dat wil zeggen: de meisjes met wie ik vorig jaar boot & bed heb gedeeld. (Nee, oké, boot & kamer. Maar dat klinkt minder leuk.) We wachtten in spanning af wie onze vijfde roomie zou zijn en vulden de tijd met ‘wat als’-scenario’s. Het juiste zat er niet tussen. (‘Wat als onze nieuwe kamergenoot een enorme lieverd blijkt te zijn?’) De vier meiden van kamer vier werden de vijf meiden van kamer twee.

In een jaar kan veel gebeuren, dus we hadden elkaar een hele hoop te vertellen. Het gesprek begon op de kamer, zette zich voort tijdens het eten en op de boot, toen we ’s avonds nog even het water op gingen. We ontmoetten onze instructeur voor de week, en ook hij leek heel relaxed. Wisten wij veel.

(Grapje.)

Er waaide een behoorlijke wind. Voor ons scheen de zon, achter ons pakten dikke onweerswolken zich samen. Eenmaal terug aan wal was de lucht donkergrijs. Terwijl we proostten op een mooie zeilweek brak de hemel open.

Ik voelde me heel snel weer thuis. Daar waar het ruikt naar zelfgemaakte soep en natte zeilpakken. Waar het geluid van rammelend bestek de eetzaal vult wanneer er op de tafels geslagen wordt, op het ritme van de luidkeels gezongen liedjes. Ergens in Fries weiland, waar alles altijd is zoals het was.

#75 START (+ SORRY)

IMG_7805

Een week lang spelen. Een week lang teksten, uitdrukkingen, scènes, repetities, licht, geluid. Een week lang ‘nog één keer herhalen’, niet kunnen slapen want het is allemaal veel te leuk. Niet een week lang zenuwen – die komen pas vlak voor de eerste uitvoering. Wel een week lang lachen, schreeuwen, zingen, dansen. Een week lang toneel, en die begon vandaag.

We maakten er een goede start van. Het was een dag waarop allerlei stukjes bij elkaar kwamen, en dat gaf een goed gevoel. Want het paste.

(Gelukkig maar.)

Bovendien was het de dag waarop we voor het eerst voor publiek speelden. Dat was weer een interessante ervaring, na een half jaar of tegen mijn regisseuse, of tegen een muur aan te hebben gepraat. Ik was weer even vergeten dat zoiets best spannend was. Zeker gezien het feit dat we speelden in een klaslokaal, onder het niets verhullende licht van tl-buizen. En gezien de dingen die we moeten doen.

Het stuk gaat namelijk deels over de zeven zonden. Om te beginnen met… Lust. Wat betekent dat ik loop op hoge hakken, schud met mijn haren, zwoel kijk en op een super sexy manier een cocktail drink.

(HAHAHAHA zie je het voor je?

Nee, ik ook niet.)

En dan sta je tegenover de regisseurs en mensen van de techniek, die doen alsof ze een echt publiek zijn. En dan denk je, ja voor wie sta ik hier nou eigenlijk verleidelijk te doen? Maar goed, straks zitten mijn familie en docenten in de zaal. Het wordt er niet beter op.

Er werd gelachen, dat wel. Dat is fijn, hoor. (Nou hebben we tijdens een hoop scenes wel keiharde muziek aanstaan, dus als het helemaal stil blijft valt het in ieder geval niet op.) Alleen nog hopen dat het publiek straks eenzelfde gevoel voor humor heeft.

Tegen zevenen waren we klaar. Ik besefte: zo’n hele dag spelen doet iets met mij. Ik kan het niet helemaal omschrijven. Enerzijds leef ik heel erg in het moment: wat moet ik nu doen, nu zeggen, hoe moet ik nu kijken? Aan de andere kant gaat het allemaal in een soort waas voorbij. Dat ik, vlak voordat ik het schoolgebouw verlaat, denk: ‘Oh ja, nu ga ik naar huis. Jeetje, dat is er ook nog allemaal.’ Oh ja, ik heb ook nog een écht leven. Daar komt het eigenlijk op neer.

Ik ga helemaal op in alle drama, geloof ik.

(En sorry voor wéér zo’n foto. Ik kon het niet laten. En stiekem was ik ook vergeten om een andere te maken.)

ANTWERPEN

IMG_4275

 

Vorig weekend was ik met mijn vriend Tim en mijn familie in Antwerpen. Met z’n tweeën hebben we de stad door gestruind, op zoek naar kerstcadeautjes (een strooier voor cacao – don’t ask). Het was behoorlijk koud, maar de zon scheen wel heerlijk en het was heel gezellig. Ik ben al behoorlijk vaak in Antwerpen geweest. Vroeger gingen we regelmatig naar de mooie zoo, en nu ga ik met mama wel eens naar het zuiden voor een shopje. Maar deze zaterdag had ik op een bepaald moment toch echt geen flauw idee waar in Antwerpen ik me bevond. Dit heeft natuurlijk deels te maken met mijn gebrek aan richtingsgevoel. Maar  daarnaast was ik gewoon nog nooit op die plek geweest. Een flink reuzenrad stak mooi af tegen de hemel, waar de zon onder begon te gaan. En natuurlijk maakte ik daar een paar foto’s van!

IMG_4282

 

IMG_4291

Jaa dat is fijn, een vriendje die foto’s van je maakt terwijl jij foto’s maakt!

#91 MELTDOWN

IMG_3400

‘Zo.’ Dat was wat ik dacht toen ik rond kwart voor zeven op de bank plofte. Een lange schooldag zat erop, het was weekend.  Een heerlijk bakje ijs op mijn schoot, tv’tje aan. Ik ging even niets meer… Shit. Het gevoel dat ik iets vergeten was bekroop me. Het was vrijdag. Kwart voor zeven. Dan had ik toch niets… Toch? !#$%@$%! Over een kwartier begon mijn dansles.

Door de jaren heen heb ik op heel wat clubjes en lessen gezeten. Hockey, tennis, tekenen, dansen, toneel, piano, zwemmen – genoeg naschoolse activiteiten, soms zelfs twee op één dag. Maar gek genoeg nog nooit op vrijdag. Na een jaar dansen op dinsdagavond ben ik overgeplaatst naar een andere groep. Vandaar dat het nog niet helemaal in mijn systeem zat, met pas één les op vrijdag achter de rug. Haasten zit wel in mijn systeem, en dat is wat ik deed. En ja, het was nodig. Een kwartier zou genoeg zijn om naar ongeveer elke plek in mijn eigen dorp te komen. Met de fiets. Helaas is mijn dansles een paar dorpen verderop, zo’n twintig minuten rijden. Met de auto. Dus: joggingbroek aan, dansschoenen en go! Papa stond gelukkig stand by en racete me erheen, ondertussen stuurde ik een sms’je aan mijn lerares. Achteraf bleek dat helemaal niet nodig. Om twee over zeven precies stond ik in de zaal, wel met een redelijk rood hoofd. De warming up had ik al gehad, laten we maar zeggen.

In de auto terug daalde een lekker soort moeheid over me neer. Dat heb ik altijd wanneer ik gedanst heb, me een uur lang op niets anders heb gefocust. Heerlijk vind ik dat, daar wil ik me best even voor haasten. We maakten nog een korte stop voor de foto van de dag. Rond half negen zette ik de avond gewoon voort waar ik was gebleven: op de bank. Mijn ijs was gebleven waar het was, zij het in een iets andere consistentie: helemaal gesmolten.

#69 PRACTICE, PLEASURE AND A LITTLE PUSH

IMG_3225

 

Vanochtend werd ik wakker door een streep zonlicht die tussen de gordijnen doorscheen. Normaal zou ik daar misschien niet blij mee zijn, om acht uur ’s ochtends. Nu was ik al lang blij dat we vandaag waarschijnlijk droog zouden blijven, als de lucht zo blauw zou blijven als hij nu was. En dat deed hij. Mooi, want er was vandaag geen tijd voor kloteweer. Onze dag op het water bestond voornamelijk uit oefenen, oefenen, oefenen. Om je eerste diploma te halen hoef je er volgens mij alleen maar voor te zorgen dat de boot niet zinkt. (Nee hoor, dat is niet waar. Maar dat eerste diploma heb ik gehaald, terwijl ik achteraf niet echt het idee had dat ik het een beetje onder de knie had.) Voor CWO-2 ligt het iets anders. Er zijn een paar reeksen met handelingen die je snel achter elkaar moet kunnen uitvoeren. Wanneer één handeling uit de reeks mislukt, klopt je oefening eigenlijk al niet meer. En dan probeer je het dus nog een keer. Vandaag vond ook de introductie van Henk plaats, een boeitje met anker dat eindeloos overboord werd gedonderd. Na onze eerste pogingen om hem op te halen, was Henk of onthoofd, of al lang onderkoeld wanneer hij uit het water getakeld werd. Naast het oefenen van man over boord, legden we zo’n twintig keer aan. Eerst op een ‘virtuele wal’ (‘Maar dat lukt niet bij mij, want dan is er geen druk.’), vervolgens hogerwal (‘Boem is ho, dames’), lagerwal en dan nog een paar keer extra omdat er iemand moest plassen. Want als je toch al aan het oefenen bent, kan je maar net zo goed gebruik maken van de situatie, toch? ’s Avonds gingen we vrij zeilen, wat echt precies hetzelfde verliep als vorig jaar: nul wind. We moesten ook nog een rif in ons zeil leggen, ook wel het zeil kleiner maken, ook wel nóg minder wind vangen dan je al deed. En dus niet vooruit komen. Maar wat ook hetzelfde was als vorig jaar: het was heel erg gezellig, we hebben erg gelachen. De lol ging nog even door toen het plan ontstond om te gaan zwemmen. Om tien uur ’s avonds. In een koude sloot. Nee, ik heb vriendelijk bedankt, maar het was wel leuk om te zien. Ik kon het natuurlijk niet laten om iemand een klein zetje in zijn rug te geven. (Hij vroeg er echt om. Hij stond met zijn tenen al helemaal over het randje.) Met alle gevolgen van dien natuurlijk: een achtervolging door het weiland, tackel op het gras en toen lag ik zelf bijna in het water. Gelukkig heb ik best wat overtuigingskracht en kon ik met droge haren naar bed.

#65 INITIATION

IMG_3184

 

Na weken of misschien wel maandenlang aftellen vertrokken Merel en ik vandaag richting Friesland. Tussen half vier en half zes werden we verwacht, om half vier stonden we voor de deur. We waren bijna de eersten. De navigatie gaf een reistijd van ongeveer twee uur aan, maar die houd natuurlijk geen rekening met de rijstijl van de bestuurder. (Papa, in dit geval. Zijn rijstijl: gas erop.) We vonden het wel prima, nu hadden we flink de tijd om ons te settelen. Onze roomies waren er nog niet, dus konden we ons eigen bedje kiezen. En toen was het wachten geblazen en duimen voor leuke kamergenootjes. Onze gebeden werden verhoord, na een halfuurtje stapten twee gezellige meisjes uit Amstelveen de kamer binnen. (Dat moet ik ook wel zeggen, aangezien er een grote kans is dat ze dit lezen. Nee hoor, grapje schatjes.) De inwijding van onze kamer kon beginnen. Ofwel: de verspreiding van alle zooi die we hadden meegenomen. Niet alleen ik had veel bij me, met het excuus ‘het zekere voor het onzekere’. Muziek knalde door meegebrachte boxjes en al snel voelden we ons behoorlijk thuis. ’s Avonds gingen we meteen het water op en bleken we met z’n vieren op de boot te zitten. Ook nog een leuke instructeur – onze week kon nu al  niet meer stuk. We zeilden bij zonsondergang. Eenmaal terug op de kamer hadden we elkaar enorm veel te vertellen. We kletsten we tot de lichten al lang en breed uit waren. Binnen een halve dag kenden we al behoorlijk wat (onbelangrijke) details uit elkaars leven. Er was echter één detail waar we het niet over wilden hebben: de wekker die de volgende ochtend om acht uur zou gaan. ‘Jongens, we kunnen nog maar vijf uur slapen!’ Oeps…