Zonnebril

NASHVILLE | KWIJT

Vandaag liet ik mijn zonnebril in de liftschacht vallen. Op de achtste verdieping van de bieb wilde ik uitstappen. Terwijl ik me richting de deuren bewoog, viel de bril uit mijn hand. Hij balanceerde heel even op de rand en viel toen de verkeerde kant uit, de schacht in.

Het was zo’n moment dat zich onnatuurlijk ver uitstrekte in de tijd. Ik keek naar de spleet, waar een echo bevestigde wat ik niet helemaal kon geloven: het geluid van bril op metaal, acht verdiepingen naar beneden.

Waar die bril dan precies beland was, vond ik lastig voor te stellen. Ik zag de liftschacht als een portaal naar de verzamelplaats voor dingen die nooit meer terug zouden komen.

Ik raak een hoop kwijt sinds ik hier ben. Vooralsnog bestaat de lijst uit een oorbel, een oplader, een etui, een Dopper (meerdere malen) en een zonnebril (niet die van vandaag). Soms hervonden, deels vervangen, een keer onvervangbaar.

Ik zuchtte en startte mijn mantra: ongelofelijk stom en jammer en zonde maar het is ook maar een bril en joh er zijn belangrijkere dingen in het leven, het zijn maar spullen, daar zou je je niet zo druk om moeten maken. De conciërge in de lift had schijnbaar ervaring met dit soort situaties. Als ik nou even naar die en deze balie ging, dan konden ze bellen naar weer andere mensen en wie weet konden zij het wel regelen. Dus dat deed ik.

Een paar uur later had ik mijn bril weer in mijn handen. Een beetje stoffig, enigszins scheef, maar completer dan ik me had kunnen wensen, aangezien hij uit een ander universum was teruggehaald. Ik liet hem meteen maar even rechtzetten.

‘I do have to let you know that, since you did not buy these with us, we can not be held responsible if they break when I try to readjust them.’

‘Is that something you are supposed to say, or is there an actual possibility that will happen?’

‘I am just supposed to tell you.’

‘Okay!’

Dat was toch weer een ding minder om me druk over te maken.

#234 BACK TO NORMAL

IMG_3034

Achter me liggen talloze dagen vol leuke momenten. In mijn hoofd zijn ze samengevoegd tot een waas van fijne herinneringen, die ik zal onthouden als de zomer van 2014. Er leek geen einde aan te komen, maar vandaag gebeurde dat dan toch – De Laatste Vakantiedag was aangebroken.

Ik deed de dingen die je nou eenmaal doet op zo’n dag. Uitslapen, om mee te beginnen. Wel honderd keer denken dat het lijkt alsof ik een jaar niet meer op school ben geweest. Wel honderd keer denken dat het zo snel voorbij is gegaan. Mijn rooster bekijken en uitvogelen bij wie ik wanneer in de klas zou zitten.

Op tijd naar bed gaan en uren naar het plafond liggen staren. Al weer enigszins gewend aan het idee van het normale leven, maar nog niet aan het ritme ervan.

#149 GREAT

IMG_2286

Vandaag was het tijd om mijn koffer dicht te ritsen. Om nog even onder de bedden te kijken en op de valreep mijn tandenborstel uit de badkamer te halen – waarom vergeet ik die toch altijd? Zo zacht als we konden liepen we de smalle trap af, onze bagage achter ons aan hobbelend.

(‘Or we could just push it down.’ stelde ik voor. Onze gastvrouw keek me bedenkelijk aan. ‘Don’t worry. We won’t.’)

Na een paar goodbye’s en thankyou’s vertrokken we met de bus naar Camden Lock Market. We gaven onze laatste ponden uit aan zonnebrillen, armbandjes, truien en andere souvenirs die we niet nodig hadden. En toen begon de reis terug.

De sfeer veranderde met vlagen. Soms waren we druk, zingend, rennend, luid lachend. Dan weer praatten we over hoe het voelde alsof we elkaar beter hadden leren kennen, deze week. Hoe leuk de groep was, en dat we hoopten dat het zo zou blijven. En hoe geweldig we het hadden gehad. Dan waren we rustig, toch ook wel moe. En beseften we dat het bijna voorbij was.

(En dan was er nog een moment van doodse stilte, namelijk toen we in Nederland arriveerden en iedereen gefocust was op zijn eigen beeldschermpje.)

Ik stapte de bus uit, op dezelfde plek als waar ik vijf dagen eerder was ingestapt. Het voelde echter als een maand geleden. Want er was zoveel gebeurd. Ik had zoveel gezien, gedaan en vooral zoveel plezier gehad. Ik heb vijf dagen helemaal dáár kunnen zijn, aan niets anders denkend. En dat was heel fijn.

Rest mij één ding te zeggen: lieverds, bedankt voor een geweldige tijd.

#53 MATURE

IMG_7213

‘Want, je bent student?’ ‘Nee, ik ben pas vijftien.’ ‘Vijftien? Oh. Waarom kleedt je je dan zo volwassen?’ Een gesprek tussen mij en een jongen die me aansprak op straat. Voor de NCRV sprak hij mensen aan met de vraag of ze lid wilden worden. Ik probeer er altijd met een grote boog omheen te lopen (je zal zo snappen waarom), maar deze keer lukte het niet. ‘Hoi!’ zei hij, terwijl hij voor me sprong. Ik zette mijn zonnebril af. ‘Hoi.’ Hij draaide zijn riedeltje af: of ik de NCRV kende, of ik dit en dat en dat programma kende (‘Ja, alle drie wel.’ ‘Welke vind je het leukst?’ ‘Nou, eigenlijk kijk ik ze nooit.’) Hij moet gemerkt hebben dat ik het niet heel interessant vond wat hij ging zeggen. ‘Moet je ergens heen?’ ‘Ja, er staat daar iemand op me te wachten.’ De meestgebruikte, slapste smoes ooit en het was nog waar ook. ‘Oh. Nou heb je heel even? Want, je bent student?’ zei hij, waarschijnlijk van plan om de meest fantastische aanbieding voor studenten van de NCRV aan me voor te leggen. Het liep echter anders. ‘Nee, ik ben pas vijftien.’ ‘Oh. Vijftien? Waarom kleedt je je dan zo volwassen?’ Het viel stil. En dat is nou precies waarom dit soort gesprekken niet mijn ding zijn. Ik weet nooit wat ik moet zeggen. Meestal kan ik heel goed verwoorden wat ik bedoel of wil, luid en duidelijk. Maar wanneer het gaat om het afwijzen van iemand met een ‘fantastische aanbieding’ of ‘hele korte enquete’ (ja, ja), sta ik met mijn mond vol tanden. Ooit sprak een vrouw op straat me aan. Ik dacht dat ze me de weg ging vragen, maar het bleek een Jehova te zijn. Ze bleef maar doorpraten, dat het nog goed kon komen met me, dat God ook van mij hield. Twintig minuten verder en zeven folders rijker durfde ik het gesprek eindelijk af te kappen. Nu was dit wel een paar jaar geleden. Maar wanneer mensen uitgekozen zijn op hun vlotte babbel, sta ik vaak nog met een mond vol tanden. Ik kom altijd achteraf pas met een scherp antwoord. Of zelfs meerdere. In de ‘volwassen kleding’ situatie: 1.) ‘Jij bent twintig en draagt nog een beugel, daar zeg ik toch ook niets van?’ 2.) ‘Hoe vind jij dat een meisje van vijftien zich zou moeten kleden, dan?’ 3.) ‘Ja, mijn Hello Kitty trui zat in de was.’ Wat die kleding betreft: daar kan ik hem eigenlijk geen gelijk in geven. Misschien lag het aan mijn zonnebril, de rode lippen of mijn losse haar. Maar dat bloemenjurkje wat ik droeg kan het echt niet geweest zijn.