Zeilen

BEHOORLIJK GELUKKIG

Processed with VSCO with c1 preset

De liefde ontstond in Friesland. Ruim vijf jaar geleden, eind zomer. Weiland, sloot, boot en geen flauw idee. Bijna recht tegen de wind in varen en toch vooruit worden geblazen; noem het natuurkunde, ik noemde het fucking magie. En nog steeds.

Vijf jaar na die zomer schreef ik me in voor een studentenvereniging in Utrecht. Naast de gebruikelijke thema’s (bier, schoenen die aan de vloer plakken vanwege bier, spelletjes met bier, en bier) was er nog een andere focus: zeilen. Ik werd uitgeloot, op een reservelijst gezet, niet meer gebeld, geappt dat ik echt niet meer gebeld zou worden. En alsnog gebeld.

Op het introductieweekend ontbrak elke vorm van wind, maar het kon mij niet deren – stralend dobberde ik over het meer, om ieder uur even mede te delen: zo fijn om weer te zeilen.

Het enthousiasme is gebleven, twee maanden later. Ik spendeerde een paar dagen op het water en kwam steeds terug met datzelfde gevoel. Ongeacht kou, regen, water dat in vlagen mijn nek in kwam waaien – misschien wel dankzij. Ik was blij om te varen, weer of niet. Op zo’n meer bestaan enkel de koers en de stand van de zeilen. Gaan, halen, vieren, prikken, loeven, verlijeren en hoe moet dit allemaal ook alweer  Zeilend bevrijd ik me uit een stroom van gedachten die maar zelden stopt. Maar zo lukt het – en dat maakt me behoorlijk gelukkig.

Processed with VSCO with f2 presetProcessed with VSCO with f2 preset

Bonusfoto van mijn Michelinmannetjes-look en ultieme gefocuste blik – of ik rook iets vies, dat kan ook.

#226 TAKE IT OR LEAVE IT

IMG_6516

Dingen die ik mee naar huis nam na een week zeilen: een koffer vol vuile was. Een geüpdatet vocabulaire. (Nieuw in versie 3.2: de populairste woorden onder de Randstedelijke hangjeugd en als bonus: een Gooische R.) Ten minste één paar sokken dat niet van mij is. Twee liedjes die ik de komende week niet meer uit mijn hoofd krijg: ‘Salsa Tequilla’ (elke ochtend om 08.00 uur) en ‘Heerlijke Dag’ van Wolter Kroes (ik ga niet eens proberen dat uit te leggen). Een heleboel fijne herinneringen.

Wat ik in Friesland achterliet: een roze vliegenmepper. Wat Brabantse uitdrukkingen. (Met stip op één: goeie toelie.) Mijn stem. En tenslotte kon ik het derde CWO-diploma nog niet meenemen. Maar daar kom ik volgend jaar voor terug.

#225 FRIESE FAÇADES

image

De laatste zeildag was enkel genieten. We maakten een dagtocht naar Sneek Heeg Woudsend. De plannen werden steeds gewijzigd omdat het ’s middags zou gaan onweren. Natuurlijk heeft het niet geonweerd – maakt niet uit, wij hadden het toch wel leuk. En bovendien lijken al die plaatsen wel een beetje op elkaar, zo ontdekte ik vandaag. Zowel Sloten als Woudsend als Heeg zien eruit als prehistorische dorpjes. Ten eerste is de sfeer bijna té idyllisch en vervolgens is het er compleet uitgestorven. Ik zou bijna verwachten dat de muren om zouden vallen wanneer ik er tegenaan leunde, omdat ze gewoon van bordkarton gemaakt blijken. Net Disneyland, waar gehele straten enkel façades zijn.

Ook de winkels zijn ongeveer hetzelfde. Er is altijd een friettent, een bruin café waar je kan plassen en een drogist voor handcrème, vaseline en roze vliegenmeppers. Dan heb je de supermarkt, waar de plaatselijke hangjeugd op hun fietsen leunt en met elkaar wauwelt in een Fries accent. Dat was het wel zo’n beetje. In Woudsend bleek echter nog een andere winkel te zitten, die we bij toeval ontdekten. (Of eigenlijk verdwaalden we op weg naar de supermarkt.) Het was een snoepwinkel, die goed van pas kwam nadat we gehoord hadden dat toppers Wendela en Naomi geslaagd waren voor CWO 3. In eerste instantie wilden we taart halen, maar het werden twee chocolademedailles. Er was een iets grotere kans dat die de terugreis zouden overleven. 

Een terugreis die heel leuk was, overigens, mede omdat we een stuk met de spinnaker vaarden. Maak je niet druk als je niet weet wat dat is – dat deed ik tot een jaar geleden ook niet. Laat het me uitleggen. Een spinnaker is een zeil dat je voor het grootzeil hijst. Je kan er alleen ruime koersen mee varen, dus waarbij de wind ongeveer recht van achter komt. (Inderdaad, net als bij van die piratenschepen.) Het ding bolt dan helemaal op en zorgt ervoor dat je wat harder gaat. En daarnaast ziet het er gewoon awesome uit. 

We zeilden lekker door en kwamen in Sloten, waar we vanaf een brug raketjes toegeworpen kregen van een andere instructeur. Hij had zijn cursisten door laten varen en was zelf snel naar de supermarkt gerend. Vlak voordat we onder de brug doorvoeren, vielen er vier ijsjes naar beneden. (Drie op de boot, één in het water. Maar hij kon nog gered worden.) Het waren erg welkome ijsjes, trouwens, want het was warm. We probeerden nog iets te bedenken voor de Bonte Avond, maar dat wilde niet echt, dus schoven we het lekker voor ons uit. 

Na het eten hadden we een laatste theorieles, die niemand echt serieus nam. Het was toch al duidelijk wie het gehaald had, en wie niet. Ik heb wel heel erg gelachen. Die les duurde dus maar eventjes, waardoor we alle tijd hadden om te bedenken wat voor act we die avond gingen doen. ‘We’ bestond uit de meiden van kamer twee en zes instructeurs. Die laatsten wisten dat zelf nog niet, maar dat leek ons des te leuker. Een paar uur later werd ons vermoeden bevestigd.

Weer een paar uur later waren we terug op kamer twee, na een avond zoals ik verwachtte dat die zou zijn. Ik kan niet echt uitleggen wat het zo leuk maakt. De Bonte Avond is grotendeels enorm flauw, soms heel aandoenlijk (twee jongetjes die ‘Hakuna Matata’ zongen, maar de tekst niet meer wisten. Ik smolt.) Daarna dansen en zingen, op muziek die varieert van dance tot carnavalsmuziek. We hielden nog een kleine afterparty op de gang, maar werden toen toch echt onder lichte dwang onze kamers in geduwd. Van slapen kwam het nog niet. Te gezellig en bovendien: morgen gingen we weer naar huis. Moe waren we sowieso wel. Dan konden we van die laatste nacht maar beter nog een tijdje genieten. 

#224 DAY FOUR AND A FATAL FALL

20140814_203012

Het was dag vier en ook wel een beetje de dag van de waarheid. We hadden een paar dagen hard getraind, in de hoop CWO 3 te halen. Merel en ik schatten onze kansen vanaf het begin al niet zo hoog in. Voor het derde diploma moet je een behoorlijk niveau kunnen halen, wat niet héél makkelijk is wanneer je maar één week per jaar zeilt. Daarnaast moet je een heus theorie-examen maken en ‘afvaren’. Ja, ja, some serious shit. Vandaag zouden we te horen krijgen of we überhaupt op examen mochten. We moesten allemaal oefeningen doen en… Het was niet zo’n succes, laat ik het zo zeggen. Het wilde allemaal niet, en dan stonden er ook nog eens allemaal mensen vanaf de kant toe te kijken. Merel en ik probeerden onze bootgenootjes zo goed mogelijk te assisteren, maar dat was het dan ook. Het verbaasde ons dan ook niet toen we ’s avonds te horen kregen dat we niet mochten afvaren. We zouden vrijdag een dagtocht maken en lekker genieten van de laatste dag. Helemaal prima.

(Of, zoals mijn vader zei: ook wel goed dat iets je eens niet in één keer lukt.)

(Niet geheel onbelangrijk: twee lieverds die bij mij op de kamer sliepen mochten wél afvaren. Blijdschap en trots, dat begrijp je.)

Dag vier was ook de dag waarop mijn telefoon een fatale smak maakte. Het scherm was nog redelijk intact, maar ik kon het wel ongeveer uit de behuizing lepelen. Overbodig te zeggen dat hij het niet meer echt deed. Ik besloot toch te proberen mijn ouders in te lichten. Zo van, hee, hoi, met mij alles goed maar mijn telefoon is kapot dus verwacht radiostilte. Dit ging niet bepaald gemakkelijk. Met man en macht probeerde ik een samenhangend verhaal te typen, maar het enige wat ik kon versturen waren losse letters en halve woorden. Ik gaf het op en ging met Merel’s telefoon aan de slag om het thuisfront te informeren. Mijn eerdere pogingen waren bij hen echter niet onopgemerkt gebleven. Mijn moeder had gereageerd: of ik soms dronken was. Zo erg was het dus.

Uit angst het alleen maar erger te maken, durfde ik het ding nergens meer mee naar toe te nemen. De rest van de week bevond ik me dus in een social media-isolement. Gelukkig bevond ik me in het echte leven op een plek waar ik niet eens kon poepen zonder dat iemand het merkte. Met andere woorden: ik hoefde me niet alleen te voelen. 

’s Avonds mochten we alleen het water op, zonder instructeur dus. Het was windstil. Gelukkig maar – ik begon me al zorgen te maken dat we eens níét zouden hoeven peddelen tijdens het vrij zeilen. (Want even terug in de tijd: in 2012 en 2013 waren de omstandigheden precies hetzelfde.) (Oh, wel fijn dat ik inmiddels het fenomeen ‘alinea’s’ ontdekt heb, vinden jullie ook niet?) Normaal had ik van de situatie gebruik gemaakt om foto’s te maken, maar nu niet want oh ja mijn telefoon was kapot. Lang leve mijn kamergenootjes, die mij zonder miepen hun telefoon leenden. Dat ik mijn tijd niet meer kon verspillen aan Instagram en Whatsapp was tot daar aantoe. Maar de foto van de dag moest gewoon genomen worden. 

Het werd de zonsondergang. Origineel hè? Vond ik ook. Maar ik was gewoon niet zoveel met de foto’s bezig deze week. Sowieso was ik met niet zoveel bezig deze week. Theorie voorbereiden, 30 seconds spelen, lol trappen met kamer twee, iets verzinnen voor de Bonte avond en voornamelijk: zeilen. Dat waren de dingen waar ik aan dacht. Soms is het zo druk in mijn hoofd, dat ik wilde dat ik mijn gedachten af en toe stil kon zetten. Tijdens een week zeilen lijkt me dat te lukken. En ik vind het heerlijk. 

#223 NOT SURE

IMG_6497

Door de combinatie ‘veel doen en weinig slapen’ bevind ik me op zeilkamp een beetje in een roes. Ook is er sprake van een bepaalde routine, waardoor elke dag er een enigszins hetzelfde uitziet: het lied waarmee je om acht uur uit je bed getoeterd wordt, de momenten waarop je eet, met wie en waar je dan ongeveer zit. Dit alles maakt dat ik achteraf gezien soms niet meer weet wat er nou op welke dag gebeurd is.

Ik gok dat het woensdagochtend was. We maakten de boot klaar voor vertrek. We trokken onszelf de box uit, terwijl de rest nog druk bezig was met reven. Op één of andere manier is dat altijd het streven: als eerste wegvaren en als laatste weer aanleggen. Niemand spreekt het ooit uit, maar toch is het zo. Goed, we hadden het dus weer geflikt vandaag, maar daarna ging het alles behalve soepel. We lagen nog in de sloot en zelfs daar waaide het al extreem hard. Het zeil hijsen is een hele opgave wanneer het wind vangt, snap je? Met drie man hingen we aan het lummelbeslag (zo heet het echt – ik heb het ook niet bedacht), maar het wilde niet baten.

Opeens hoorde ik een motor brommen. Ik keek achterom en zag dat het die van ons was. ‘Het gaat toch niet zó slecht?’ vroeg ik, aangezien de motor eigenlijk alleen maar aangaat bij wijze van laatste redmiddel. ‘Nee,’ sprak onze instructeur, terwijl hij ons in volle vaart terug richting de zeilschool stuurde, ‘het onweert.’ Door al het gedoe met het zeil hadden we geen flits gezien of klap gehoord. Fijn dat Dennis wel oplette. Met een mast van acht meter is een sloot tussen de weilanden niet bepaald de ideale plek om te zijn. Met het oog op bliksem en zo.

De regendruppels vormden stralen toen we weer aanlegden. We renden naar binnen, waarbij ik nog even hard op mijn gat ging op de gladde houten steiger. Gelukkig had niemand het gezien, want iedereen zat alweer hoog en droog – toen het onweer losbrak waren zij nog niet eens vertrokken.

Aan de foto te zien werd het later die dag beter. Maar dat kan ik dus niet met zekerheid zeggen.

#222 ALL THE WAY OVER THERE

IMG_6488

Dinsdagmiddag, lunchpauze in de zon na een verregende ochtend op het water. Na paprikafrietjes en een bezoekje aan de supermarkt waren we weer op weg naar de boot.

‘Wacht heel even, dan maak ik een foto.’

‘Oh, we willen erop!’

Ik wilde nog zeggen dat je hen waarschijnlijk tóch niet zou zien, maar ze waren al weg.

Dus, pak je vergrootglas erbij en aanschouw: mijn schatjes op een brug in Sloten.

#221 BEAUFORT FIVE

IMG_6480

Gisteravond constateerde ik dat ik nog nooit eerder met zoveel wind gezeild had. Vandaag waaide het twee keer zo hard. Wederom reven dus, ook wel het zeiloppervlak verkleinen en dus minder wind vangen. Ik vond het altijd een beetje laf – hoe sneller, hoe beter, toch? Vandaag werd mijn mening hierover voorgoed bijgesteld. Zelfs met een dubbel rif ging de boot eng schuin. Als in: het-water-komt-tot-aan-het-dek-schuin. Hou-je-alsjeblieft-vast-anders-flikker-je-overboord-schuin. 

Er viel niemand overboord, maar toch werden we behoorlijk nat, met dank aan meerdere regenbuien. Tijdens voorgaande jaren heb ik mijn zeilpak nauwelijks gedragen, maar nu ontkwam ik er niet aan. Sowieso prefereer ik inmiddels een droge kont boven een hippe outfit. Want of het nu regent of niet, op een boot wordt je kont altijd nat. Bovendien is dat pak lekker warm en het zit heerlijk. Dat je er – ik citeer –  ‘volkomen seksloos uitziet in zo’n ding’ vergeet ik voor het gemak maar even.

(Al maakt dat het niet minder waar.) 

We bleken het zeilen niet verleerd te zijn. Zolang je rechtdoor kan varen is er ook eigenlijk geen kunst aan. Pas wanneer de situatie verandert, wordt het lastig. Sommige dingen zijn onvermijdelijk: wegvaren, aanleggen en het hijsen en strijken van het zeil. Dit moet je kunnen, anders kom je nergens. Dan zijn er de dingen waarvan je hoopt dat ze niet voorkomen. Die in de praktijk ook niet gebeuren. Maar mocht de boot toch eens vastlopen in de blubber of het riet, mocht er een man overboord vallen/springen… Nou, dan weten we hoe we het volgens het boekje op moeten lossen.

(En mocht ook dat niet lukken, dan is er altijd nog de motor.)

’s Avonds was het tijd voor theorie. Zoals ieder jaar, maar dan anders. In plaats van (met een half oor) te luisteren, moesten we nu zelf les gaan geven. En wel over het welbekende en o zo interessante Binnenvaart Politie Reglement, ook wel het BPR.  Enórme lol gehad, dat snap je. Nee, maar het was wel zinvol. Tenslotte kan je alleen iets uitleggen wanneer je het zelf helemaal snapt. En dan wilde ik het ook nog op een enigszins interessante manier overbrengen. Voor zover dat gaat met vaarreglementen, natuurlijk.

De rest van het avondprogramma bestond uit sport en spel. En onweer. Een potje pesten, potje kletsen. Op een tijdstip waar ik de volgende ochtend spijt van zou hebben viel ik in slaap, nog deinend op golven die alleen in mijn hoofd bestonden.