Werkweek

#239 ICE & PRIZE

IMG_0092

‘Waarom doen jullie dat, eigenlijk?’ vroeg één van mijn brugklassers. We zaten aan het ontbijt, ongeveer anderhalf uur na de ochtendgymnastiek. ‘Het hoort er gewoon bij,’ hoorde ik mezelf zeggen. Maar ik moet in alle eerlijkheid bekennen dat ik het me ook afvroeg, toen de wekker om kwart over zes ging die ochtend. Waarom deden we dit ook alweer? ‘Toen wij zelf brugklassers waren, werden we ook in alle vroegte uit ons bed getrommeld om rondjes te rennen op een grasveld.’ Wat nog steeds geen legitieme reden is om de brugklassers van nu op dezelfde verrassing te trakteren. ‘Maar als je er heel erg mee zit, weet je wat je te doen staat: zelf ook minimentor worden.’

Die ochtend werden de laatste lessen gegeven. Of ja – de laatste van de werkweek. Niet iedereen was daar even enthousiast over. ‘Hierna hebben ze zes jaar lang alleen maar lessen,’ mompelde ik tegen Colette, met wie ik vooraan naast het bord zat. Dat tijdens deze periode de dagen niet meer gevuld zouden zijn met Levend Stratego en waterspelletjes, hield ik ook maar even voor me. Aan het begin van de week drukte ik mijn bruggers op het hart vooral veel te gaan genieten – vandaag kon ik alleen maar hopen dat ze dat gedaan hadden. Volgens mij was het gelukt.

’s Middags speelden we nog wel een spelletje, en wel ‘Knock-out’. Anders dan de naam doet vermoeden, komt daar geen fysiek geweld bij kijken. De leerlingen kregen stellingen voorgelegd, die ze moesten beoordelen als waar of niet waar. De minimentoren waren hier op geen enkele manier bij nodig, wat behoorlijk relaxed was. Met de zon op mijn rug en mijn voeten op het zompige grasveld keek ik toe. De gemoederen liepen hoog op, aangezien dit een van de de laatste momenten was om punten te pakken voor de klas, en zo eeuwige roem te verkrijgen door winnaar van het kamp te worden.

Het touwtrekken vormde de finale-strijd, Alle laatste kracht werd gebruikt, de voeten werden schrap gezet en handen schuurden kapot tegen het ruwe touw. Alles voor de winst. En niet voor niets, bleek uiteindelijk: B1Z had gedurende de hele week de meeste punten verzameld. Het was tijd voor ijs, een prijs en de reis terug. Honderdéén koffers werden over het grind naar de bussen gesleept. Daarin gingen honderdéén leerlingen op weg naar huis. Met een tekort aan slaap en een overschot aan verhalen.

#238 EXPRESSION & EXIT

IMG_0084

Als minimentor heb je een paar taken. Helpen wanneer er problemen zijn is de voornaamste taak. Of het nou gaat om het vinden van je lokaal of gedoe met de jongens, het kan allemaal besproken worden. Op zo’n werkweek geef je wel eens een lesje huiswerknotatie of schoolreglementen. Ook vandaag gaf ik een les, zij het niet aan brugklassers. Het was voor de minimentoren zelf tijd om iets te leren – althans, voor de helft van onze groep. Vier van de acht waren voor het eerst mee op werkweek, en werden vandaag geïntroduceerd een voor hen nog onbekende taak. Misschien niet de belangrijkste, maar wel eentje die erg serieus genomen wordt: het brugsmurfenlied, inclusief het bijbehorende dansje.

We zochten een plek op uit het zicht van nieuwsgierige bruggers en het oefenen kon beginnen. Het is bepaald geen complex geheel, dus dat scheelde, maar het moest natuurlijk wel vol enthousiasme uitgevoerd worden. Daar schortte het bij ons allemaal nog een beetje aan, om half tien ’s ochtends, maar dat dan kwam dan die avond wel.

Eerst was het tijd voor waterspellen, waar de bruggers iets moesten doen met bekers. Die allemaal kapot gingen, natuurlijk, waardoor ze zo mogelijk nog natter werden dan ze al waren. Na afloop durfde ik even te denken dat ik er droog vanaf zou komen, maar uiteindelijk werd ik toch over de drempel naar buiten gesleurd. Ik liet het maar gebeuren – ook dat is een beetje een traditie. Al denk ik niet dat ik voorgaande jaren zó nat ben geworden. Voorheen waren die kinders bewapend met tuinslangen en emmertjes, ditmaal werd er een gehele regenton in mijn nek gekieperd.

Eenmaal uitgewrongen en afgedroogd, gingen we door met expressie. We hadden krap twee uur de tijd om alles af te maken. ‘Alles’ was nog vrij veel, dus er was geen ruimte voor geklier. Niet dat mijn klasje ooit echt klierde – het zijn een stel schatjes bij elkaar. Maar wat ik nu van ze vroeg was twee uur concentratie, en dat is nogal heftig. Ikzelf word er ook een beetje heftig van, wat ik van tevoren maar vast aangaf. Dat vind ik echt moeilijk, hoor. Je kan natuurlijk niet vragen ‘of iedereen misschien eens even zijn kop zou willen houden,’ maar daar kwam het uiteindelijk wel gewoon op neer. Dus dan moet je dat maar vriendelijk zien te verwoorden.

Maar omdat het zulke schatjes zijn, snapten ze het volgens mij wel. En volgden ze heel braaf alle aanwijzingen op. En werd ik af en toe verrast door wat improvisatie. Heel leuk om te zien.

We aten schepijs en spaghetti (niet in die volgorde). Een goede bodem voor de Bonte Avond, die zoals altijd weer gevuld was met liedjes, decors en verhalen van eigen makelij. Dit alles onder het toeziend oog van de strenge jury (ook wel de gymdocent, de enige onpartijdige persoon aanwezig). Het blijft mijn favoriete onderdeel van de werkweek. Het maakt niet zoveel uit waar het precies over gaat – het is toch wel leuk om naar te kijken, omdat de lol ervan afspat.

Volgens mij was dat bij onze act ook het geval. Na de toneelstukken van vier klassen waren wij mini’s aan de beurt. We hadden een docent zover gekregen om een ook kleine rol te spelen, die meestal vervuld werd door de mannelijke minimentoren. Die er dus niet waren, dit jaar. Meneer X kende het hele liedje niet, maar kwam toch op het perfecte moment opdagen. Het veroorzaakte een hoop commotie in het publiek – tot zover de toelichting.

En tot zover ook de Bonte Avond – het was tijd voor het feest. Er was een DJ, een lichtinstallatie en… Een rookmachine. Ik vraag me nog steeds af wie het brandalarm af heeft horen gaan. Het was een irritant, doordringend geluid, maar het won het simpelweg niet van de muziek. De bron van het kwaad werd al snel ontdekt, maar toen stonden die 101 brugklassers al buiten in de regen. De uitgangen waren immers erg goed aangegeven. ‘Nou kunnen we ze net zo goed naar boven laten gaan,’ sprak een docent. Er zat wat in, aangezien het toch al bijna bedtijd was, maar wij vonden het niet helemaal eerlijk. Er werd hen nog een laatste dansje gegund, en toen was het toch echt klaar.

Minimentoren en docenten verzonnen nog wat (onjuiste) stellingen voor het waar-niet waar spel van de volgende dag. Het was al vrij laat en de meesten waren een beetje jolig, dus niet alle voorstellen kwamen door de keuring heen. Toch eindigden we met een lange lijst. Vervolgens lange gesprekken. En een korte nachtrust.

#237 (NOT ONLY) FUN AND GAMES

IMG_0050

De dag begon met het ontzettend aangename geloei van een sirene. De bron van het lawaai was zo’n één meter verwijderd van de slaapkamerdeur. Wakker waren we, dat in ieder geval. Gewoonlijk ontbijt ik redelijk eenzaam en in stilte – dat is zeg maar voor iedereen het beste. Maar kwart voor zeven of kwart over acht maakt een hoop verschil wat betreft mijn gemoedstoestand. En zo zat ik vrolijk aan tafel met zo’n twintig brugklassers. We speelden kwartet met broodbeleg. (‘Mag ik van jou… een boterham, de boter én de hagelslag?’)

Op de vroege ochtend is er bij de meeste bruggers nog geen sprake van een overschot aan suiker of een gebrek aan concentratie. Vandaar dat er op dat moment lessen gepland zijn. De eerste ging over pesten. Het blijft een zwaar onderwerp om te bespreken wanneer je omringd bent door mensen die je nog niet zo goed kent. Toch komt er tijdens zo’n les een hoop naar boven en werden er ervaringen van beide kanten gedeeld. Bij mij was er de hoop dat er nooit een les twee nodig zou zijn.

’s Middags was het tijd voor luchtigere zaken. We liepen naar het bos voor Levend Stratego. Samen met Colette vormde ik de uitvalbasis voor B1Z. Door sommige mensen (ik noem geen namen) werd ons verweten dat we vals speelden. Ik wijt het succes van onze klas aan hun fanatisme en ijzersterke tactiek. Vanaf ons picknickkleed (ook wel vuilniszak) keken we hoe ze als een stel Duracellkonijntjes af en aan renden. Soms met lege handen, maar des te vaker met kaartjes van de tegenstander. Dat ‘de vlag’ ook maar gewoon een kaartje was, was niet voor iedereen duidelijk geworden. ‘Welke kleur heeft die vlag? We hebben echt overal gekeken!’ Het had hen niet belemmerd in het tikken van medeleerlingen, bleek na een grondige puntentelling. Tweehonderdachttien waren het er, om precies te zijn. Het leverde B1Z de winst op.

Aangemoedigd door dit succes gingen we door naar het volgende onderdeel: het toneelstuk. Met een groepje van zeven tekstschrijvers ging ik om tafel zitten. De vorige dag hadden zij al een hele verhaallijn bedacht, dus het was slechts een kwestie van uitwerken. Dat maakte het nog niet direct een eenvoudige kwestie, overigens. Er was een béétje moeite met het focussen op datgene wat we moesten doen. (Ter herinnering: het schrijven van de tekst.) Uiteindelijk ben je er als minimentor om te helpen, dus dat was ook allemaal niet zo erg. Het probleem ligt dan eerder bij mij – streng zijn is niet echt mijn ding.

Gelukkig was dat ’s avonds niet meer nodig – ze mochten weer los. En dat gold ook voor de minimentoren, overigens. We speelden het welbekende Geluidenspel. Wij als posten verstopten ons buiten rondom het kasteel, enkel herkenbaar door de geluiden die we maakten. Dat kon een kat zijn, een hond, maar ook een deurbel. Colette en ik kregen ‘galopperend paard’ toebedeeld. Daar waren we natuurlijk super blij mee, dat snap je. Ongeveer een uur lang deden we verschillende variaties, maar het wilde niet echt baten – we zaten te goed verstopt. Over op rigoureuzere middelen dan maar. We zongen ‘er staat een paard in de gang’ tot vrijwel iedereen ons gevonden had.

Een half uur later had vrijwel iedereen zijn bed gevonden. We maakten nog een welterusten-slaaplekker-totmorgen-rondje, een nu-moeten-jullie-echt-gaan-slapen-rondje en uiteindelijk een rondje om de tafel in de eetzaal. Met de minimentoren kletste ik de avond vol. Tussendoor probeerden we ook nog een bordspel uit te kiezen, maar tegen de tijd dat we eruit waren was het zo laat dat we besloten er maar vanaf te zien. Tegen de tijd dat ik nog krap vijf uur zou kunnen slapen, raakte mijn hoofd mijn kussen.

#236 ONE-O-ONE

IMG_0046

Mijn derde jaar als minimentor begon op dezelfde plaats als waar mijn middelbare schooltijd vier jaar geleden begon. Om een uur of acht arriveerde ik samen met Colette bij een kasteel in Baarlo, waar 101 leerlingen al sinds die ochtend waren. We trokken een sprintje door de regen en bijkomende modder, wat niet heel gemakkelijk ging – iets met zware koffers. Direct bij binnenkomst werd dit gecompenseerd door een erg warm welkom. Al binnen één minuut hing er een brugklasser om mijn nek, renden er drie voor me uit de trap op en was er zelfs één die vroeg of hij kon helpen mijn spullen naar boven te sjouwen. Wat ik hem nooit gevraagd zou hebben, natuurlijk. Maar ja, hij bood het zelf aan… Eenmaal op onze kamer was er van uitpakken geen sprake – we donderden onze spullen op een stapelbed en de rest zou later wel komen.

(Of niet.)

We moesten weer naar beneden, namelijk. De spelletjesavond stond op het punt te beginnen. De spellen varieerden van hints tot een (indoor) hindernisbaan. Ik zat bij ‘Wie ben ik’, waar ik voorhoofden beplakte met briefjes. Daarop kon ‘Spongebob’ staan, maar ook ‘Elvis Presley’. Die laatste bleek geen enkele brugger te kennen, overigens. Een generatiekloof kon het niet zijn, want hij stierf ook ver voor mijn geboortedatum. Maar zelfs toen ik hints gaf over veel gel en witte discopakken, ging er geen belletje rinkelen. Ach, alle voetballers raadden ze wel en dat kon ik dan weer niet zeggen.

Na honderd plakbandjes, tien maal uitleg en twintig stiekeme hints was de avond ten einde. Een vroege wekker, veel nieuwe indrukken en behoorlijk fanatisme zorgden voor redelijk vermoeide kinders. Maar de meesten lieten zich natuurlijk niet kennen – hé, zeg, het was pas de eerste avond. Ik trof dus behoorlijk wat stuiterballetjes op die slaapkamers, wat ik bij sommigen weet aan een klein suikeroverschotje. Gelukkig beschik ik over een tactiek die al een paar jaar best succesvol blijkt. Hij gaat als volgt: eerst even gezellig kletsen. Heel belangrijk, al is het alleen maar omdat ik het zelf leuk vind om al die verhalen te horen. Dan bonjour ik ze hun bed in, en zeg ik dat ze iets zachter moeten gaan praten. Dat kunnen ze maar beter doen, ‘want straks komt docent X, en die is echt niet zo aardig, hoor. Dus als die merkt dat het hier nog één groot feest is, zal hij/zij wel streng optreden.’ Een soort good cop/bad cop, al is de bad cop daar dus niet echt van op de hoogte. Maakt ook niet zoveel uit – zover komt het toch nooit.

Zo geruisloos als ik kon, ging ik de trap weer af – wat niet heel geruisloos was. Het gekraak van de treden echode door de hal van het kasteel, waar het gefluister achter de deuren langzaam maar zeker afzwakte. Eenmaal beneden was het ook niet erg stil. De (mini)mentoren sloten de dag af. We kletsten wat, bespraken wat er was gebeurd en wat er nog zou gaan gebeuren die week. Met het oog op de drukke planning maakten we het niet ál te laat. Ik spreidde mijn slaapzakje, stootte mijn hoofd tegen het bed van de bovenbuurvrouw en viel daarna vredig in slaap.

#84 ALL THAT MATTERS

IMG_3336

‘Goooeeeedemorgen!!!!! Wakker worden!’ ‘Bats boem beng!’ ‘Over twee minuten op het sportveld!’ ‘Boem bats beng!’ ‘Klingelingeling!’ ‘Allemaal aankleden – nee, natuurlijk ga je niet in je onderbroek naar buiten!’ ‘Bats beng boem!’ ‘Wakker worden!’

Deze geluiden schalden om kwart voor zeven door de gangen. Om kwart over zes ging de wekker, om half zeven slingerde ik mijn benen uit bed. Joggingbroek aan, plens water in mijn gezicht en op onze tenen naar de keuken. Daar vonden we lepels, pannendeksels en ook nog een bel. Trappen weer op, 3, 2, 1…

Een week als minimentor mee op werkweek gaan is erg goed voor je zelfvertrouwen. ‘Jullie zijn zo lief!’ ‘Ik wou dat we zes minimentoren hadden, want jullie zijn allemaal zo gezellig’ en meer van dat soort uitspraken. Daarnaast het feit dat bruggers graag met je komen kletsen en over het algemeen meteen luisteren als je iets vraagt. Maar vanochtend aan het ontbijt bleek de liefde over. ‘Moest dat nou?’, boze blikken en zelfs ‘We pakken jullie nog wel terug!’. Toen ik vertelde dat ik als brugklasser ook uit mijn bed ben gelicht voor ochtendgymnastiek, verzachtte dat de pijn een beetje.

Bij de lunch deden we het nog eens dunnetjes over. Een paar dagen geleden werden ik en mijn kamergenootjes na het eten, voor een hele zaal met brugklassers, door een docent gevraagd om even op te staan. ‘Want wat we daar aantroffen tijdens de kamerinspectie… Overal kleren, snoeppapiertjes, schoenen…’ Gevolg: een stuk of tien brugklassers aan onze deur, die maar al te graag onze ‘enorme puinhoop’ wilden bekijken. En vervolgens een redelijk nette kamer aantroffen. (Ja, ik zeg redelijk, ik ben ook geen heilig boontje. En daarnaast slecht in het leven vanuit een koffer.) Voor het eten kondigden we aan dat wij mini’s nog even iets wilden zeggen over de ochtendgymnastiek. ‘Prima,’ sprak één docent, nietsvermoedend. ‘Jongens, jullie hebben het allemaal heel goed gedaan vanochtend. Maar er waren twee mensen die ons teleurgesteld hebben… Of zij even op willen staan?’

En zo kwam het dat er twee docenten push-ups deden in de eetzaal. Wakker gemaakt worden en vervolgens blijven liggen, dat kan natuurlijk niet. ‘Dus mogen jullie het nu even inhalen.’ Maar ook de brugklassers en minimentoren werden nog even flink aan het werk gezet met een potje touwtrekken. Voorafgaand hieraan deden we de ‘ja/nee’ quiz. De vorige avond hadden we gevuld met het bedenken van rare dingen over docenten, minimentoren en onze school. Sommigen waar (‘In de zomervakantie hebben er koeien op het sportveld gestaan.’ Ik kon het eerst ook niet geloven, maar ze waren ontsnapt en beland op het gras achter de school) anderen niet (‘De beha die de mini’s gebruikten bij hun act was rood.’ Nope – hij was roze.) Prima spel vond ik, wij hoefden alleen maar in de zon te liggen en toe te kijken. Maar daarna dus touwtrekken en toen was actie vereist. De tactiek werd doorgesproken (om en om links en rechts gaan staan, handen ook afwisselen, sterksten achteraan) en trekken maar. Drie uit vier gewonnen – we konden weer trots zijn op onze klas.

Een bus draaide het terrein op: het was bijna tijd om te gaan. Er werden groepsfoto’s gemaakt. Echte plaatjes waren het: lachende en juichende kinderen omringd door een groen grasveld en een strakblauwe lucht. De lol straalde er vanaf. ‘Dit is op het moment hun leven.’ zei een docent. Ik weet dat hij gelijk had, omdat ik het me nog zo goed kan herinneren van mijn eigen werkweek. Niets anders leek uit te maken. Een mooi toneelstuk maken, alle spelletjes winnen en je agenda voorbeeldig invullen – dat was toen belangrijk. Maar boven alles: nieuwe mensen leren kennen. Gesloten vriendschappen zouden voor altijd zijn. Deels klopte dit natuurlijk niet: er zijn mensen waar ik op werkweek veel mee omging, maar die ik nu nooit meer spreek. Aan de andere kant heb ik heel wat echte vrienden overgehouden aan die dagen. Mijn klas in de eerste was erg hecht en zal denk ik altijd mijn favoriete klas blijven. Nog geen gekat tussen de meisjes of geklooi met de jongens. Iedereen ging om met iedereen, zei wat hij bedoelde en wat hij dacht (soms tot irritatie van docenten). We hadden vooral heel veel lol met elkaar. Ik hoop dat mijn klasje hun brugklasjaar ook zo gaat beleven. En dat ik daar misschien een klein beetje bij kan helpen.

#83 LOUD AND CLEAR

IMG_3323

 

De ochtend begon met wat gekreun, een warme douche en een potje pinkelen bij het ontbijt. (‘Commando plat. Commando bol. Hol. Ha! Af!) Vervolgens weer lessen (‘Maar, wat nou als je écht de weg kwijt bent?’) en lunch. (‘Commando bol. Muur. Plat. Hol. Vlaggetjes. Eeeeennn pinkelen. Ja, allemaal af!’)

’s Middags was het tijd voor waterspellen. Dat de buienradar regen voorspelde, maakte niet zo veel uit: nat werden we toch wel. We, ja, ik ook, ondanks dat ik niet deelnam aan de spellen maar gewoon punten stond te turven en aan stond te moedigen. In het begin zorgde enkel de regen voor wat spetters op mijn t-shirt. Ik moest wel oplettend zijn. ‘Jongens, jullie weten dat jullie niet gaan winnen als jullie nu mij gaan bekogelen, hè?’ Maar niet alleen voor de bruggers moest ik uitkijken – vertrouw nooit een leraar met een tuinslang in zijn hand, dat heb ik vorig jaar wel geleerd. Tijdens de spellen bleef ik dus droog. Tijdens het watergevecht wat daarna losbarstte niet. ‘Allemaal op de minimentoren!’ Achtervolgingen door het natte gras, slippers die in het rondvlogen en hele emmers water over mijn hoofd. Doorweekt tot aan mijn bikinibroekje (want dit hadden we natuurlijk zien aankomen). Maar wel veel gelachen en bovendien: het hoort er gewoon bij. Ik was absoluut niet de enige – achtentachtig bruggers verlieten rillend het sportveld.

De rest van de dag stond in het teken van de Bonte Avond – nadat iedereen weer warm en droog was, tenminste. Er werd geoefend, er vond een generale repetitie plaats en toen was het zover. ‘Zenuwachtig?’ vroeg ik. ‘Neuh..’ Had ik kunnen weten – zenuwen zijn niet cool. De drie klassen hadden totaal verschillende dingen bedacht, dat was heel leuk om te zien. Ons klasje deed het super: met veel enthousiasme, leuke liedjes tussendoor en: luid en duidelijk. (Maar dat kon ook bijna niet anders. ‘Wat is ook alweer het allerbelangrijkste, jongens?’ ‘Luid en duidelijk!’ ‘Goedzo.’ Maar vooral plezier hebben natuurlijk, dat zei ik er telkens snel achteraan. Al deden ze dat toch wel, ook zonder mijn advies.) En toen waren wij mini’s zelf aan de beurt. Snel naar achter en stress, stress, want we moesten ons snel omkleden en bovendien was het behoorlijk donker. ‘Waar is mijn sok? Jongens, ik ben mijn sok kwijt!’ ‘Ssshht!’ ‘Ik moet nog sproeten!’ ‘Dames, zijn jullie klaar?’ ‘We hadden toch vijf minuten?’ ‘Heeft iemand mijn sok gezien?!?’ Met één sok stond ik uiteindelijk te dansen, wat eigenlijk ook wel bijdroeg aan de knulligheid van onze outfits. Bloesjes hoog dichtgeknoopt, bretels, brillen, pleisters, kniekousen (of één kniekous, in mijn geval), rugzakken gevuld met kussens en ons haar in K3-stijl (vlechtjes, twee staartjes of één staart op een plek waar hij normaal nooit zit). Ja, dit jaar gingen we er helemaal voor. Ook wat zang betreft – luid en duidelijk, ik moest er natuurlijk zelf ook aan geloven. ‘Ik ben een brugsmurf, brugpieper!’ Ja, dat zit zeker nog een week in mijn hoofd.

De disco die volgde was ook heel leuk – het plezier was aan heel veel gezichten af te lezen, super om te zien. Om elf uur werden er ‘banen op het spel gezet’ om nog een half uurtje door te kunnen gaan (‘want daar zijn hele strenge regels voor. Dit kan eigenlijk echt niet.’) ‘Maar kunnen we dan wel afspreken dat iedereen straks binnen tien minuten in bed ligt met het licht uit?’ In koor ‘Jaaa!’ natuurlijk, super schattig. Toen het echt, écht afgelopen was, lag iedereen behoorlijk snel in bed. Niet gek: van die korte nachtjes, vele indrukken en volle schema’s wordt je behoorlijk moe. Wij zaten nog even beneden, maar maakten het niet extreem laat. De wekker zou om kwart over zes gaan. Waarom? Dat lees je morgen.

(Wat een cliffhanger, hè?)

#82 MISS, REFEREE, DIRECTOR

IMG_3313

Vandaag werd ik om kwart voor acht wakker na een vrij onrustige nacht. Dit kwam deels door het feit dat het behoorlijk gezellig geweest was, beneden en vervolgens boven. Deel twee van de onrust werd veroorzaakt door een stuk of twintig muggen. Gelukkig hadden we een biologieboek om als wapen te gebruiken. Docent biologie vond het iets minder leuk (sorry, meneer), maar nu was er wel een stukje échte biologie aanwezig, in plaats van al die schematische plaatjes.

De dag begon met lessen: pesten, agenda’s en huiswerk kwamen aan bod. ’s Middags stond er sport op het programma. Hindernis-slagbal, de mini’s speelden voor scheidsrechter. Speelden, ja, een echte prof kan ik mezelf nog niet noemen. Letten op honk 1, 2, 3 en de brandplaats, ligt het slaghout wel goed in de emmer en ondertussen voorkomen dat er ballen tegen mijn hoofd aan kwamen. Ondertussen werd er best wat gesjoemeld ‘Juffrouw, juffrouw! Zij spelen vals!’ ‘Juffrouw’, dat was iets waar ik aan moest wennen hoor. Maar af en toe moest ik daadwerkelijk even de strenge juffrouw uithangen. ‘Nee, terug! Je moet nog door die hoepel heen!’ En dan was het weer klaar. Wel gebeurde dit alles terwijl ik lekker achterovergeleund in het zonnetje zat – zo intensief was het dus ook weer niet. Blijdschap en teleurstelling bij de uitslag (want ook hier: fanatisme alsof er levens vanaf hingen).

Na juffrouw en scheidsrechter speelde ik voor regisseuse tijdens expressie. Ik oefende met de toneelgroep en na een uurtje was ik al supertrots op ze. Een leuk en origineel verhaal was al bedacht en tijdens de uitwerking hiervan kwamen ze met hele leuke ideeën, teksten, grapjes en oplossingen. Het oefenen ging geconcentreerd, er werd geïmproviseerd en de ‘technische en tactische tips’ waren blijven hangen (LUID en dui-de-lijk praten). Echt tof om te zien. Aan het einde van ons toneeluurtje kreeg ik te horen dat m’n cluppie het ook leuk had gevonden, kortom: iedereen blij.

Na het eten sorteerden wij mini’s ‘even’ een stuk of 1000 speelkaartjes, die vervolgens moesten worden geteld. (‘Had je dat stapeltje al meegerekend?’ en dan kon je weer opnieuw beginnen.)  ’s Avonds werden ze gebruikt bij Levend Stratego. Het was te merken dat onze wuppies flink gerend hadden, want boven werd het al vrij snel stil. Maar niet voordat Colette en ik alle kamers van onze klas langs geweest waren, natuurlijk. Heel leuk is dat, om ’s avonds nog eventjes te kletsen met ‘onze’ bruggers. Wat was het leukste moment van de dag, uitspraken over ‘die ene rare leraar’, opbloeiende liefdes… Ja, in een week kan veel gebeuren!

#81 NOTULARIS

IMG_3309

 

Men zet vier behoorlijk drukke, enthousiaste meisjes in één auto. Geef ze een leuke bestemming in het vooruitzicht. Wat krijg je dan? Juist: kippenhok. Lachstuipen. En een hele hoop bagage, natuurlijk. (Het grootste koffer contest heb ik niet gewonnen, trouwens. Die titel ging ditmaal toch echt naar Merel.) Een heel legertje brugklassers keek toe hoe wij de auto uitkwamen, dus probeerden we onze gezichten een béétje in de plooi te trekken. Hikkend van de lach leek ons geen al te beste eerste indruk. Eenmaal in onze kamer vielen we meteen weer uit onze rol en wel door de verplaatsing van een bed. We wilden graag met z’n vieren op één kamer slapen –  zo vaak krijgen we die kans niet, namelijk. Klein probleempje: er waren twee drie persoons kamers. Een kleine verhuizing was dus noodzakelijk. Zo gezegd, zo gedaan. Zou je denken. Plan één was om alleen een matras te verslepen. ‘Maar, we kunnen toch ook gewoon het hele bed verplaatsen?’ Waarom ook niet? Misschien omdat de draaicirkel op de gang niet heel ruim was. Echter kwamen we daar pas achter toen die draai al voor de helft gemaakt was. Vervolgens donderde de lattenbodem uit het bed en tenslotte stortte de hele handel in. Buikpijn van het lachen. En toen waren we pas een half uur aanwezig. Na het eten deden we Party & Co, maar dan in het groot. Ik zat bij het onderdeel Logisch Nadenken. (‘Is dat aan jou besteed dan?’ ‘Nee, dat moeten die kinderen toch doen?’) Er kwam steeds een nieuw groepje langs en iedereen was zó geconcentreerd bezig. Erg leuk om te zien: de spelletjes werden gespeeld alsof er levens vanaf hingen. Na heel wat ‘weltrustens’, verhaaltjes voor het slapengaan en ten slotte ‘wees eens stils’ ploften docenten en mini’s op de bank. Steekwoorden van de avond: Jungle Speed, Limburg, notularis (al is dat geen bestaand woord), geslachtsdelen van drop… Probeer hier alsjeblieft geen verbanden tussen te ontdekken, want die zijn er niet. En ook niet nodig om een gezellige avond te hebben.

#237 GOODMORNING SUNSHINES!

Na de Brugsmurf Blues van gisteren volgde er vandaag nog een onderdeel wat ik me nog erg goed kon herinneren van mijn eigen werkweek. Na een nacht die voor de minimentoren bestond uit twee tot vier uur slaap stonden we toch om zeven uur op, zonder morren. We kleedden ons in vijf minuutjes aan en slopen over het terrein naar het andere gebouw, waar iedereen nog vredig lag te slapen. Maar niet meer voor lang. We telden fluisterend af: ‘Drie, twee, één… Ja!’ We stormden de trappen op, bonkten op de deuren. ‘Goedemorgen zonnestraaltjes! Over vijf minuten buiten! Iedereen wakker worden!’ ‘Hup hup, sneller, sneller!’ Dit alles onder het luide geloei van een sirene. Op het grasveld troffen we een hoop slaapoogjes, vermoeide en soms ook boze gezichten. ‘En nu is het tijd voor… ochtendgymnastiek!’ klink het vrolijk door onze megafoon. Na het ontbijt was het weer vergeten en vergeven en volgde er een laatste les. Deze bestond uit dingen die nu heel logisch klinken: roosters, afkortingen, agenda’s en lokalen (en vooral: hoe ze te vinden?). Als ik terug denk aan mijn eerste jaar weet ik dat het toen lang niet zo logisch was. We namen er dus ruim de tijd voor, en ik vertelde de klas dat ze aan al hun medescholieren de weg naar hun lokaal konden vragen (dus, tikt er eentje op je rug, wees dan aardig, ja?) We maakten ons klaar voor een ritje met de bus terug, maar die zat overvol met brugklassers en hun bagage. Ik hupte nog even de trap van de dubbeldekker op, zei mijn klasje gedag en was blij dat ik met een lerares mee naar school kon rijden. Maar eigenlijk ook niet – ik had best nog even willen blijven.

#236 BRUGSMURF BLUES

Eén douche voor tien mensen is erg weinig als iedereen de rooklucht van de vorige avond uit zijn haar wil wassen. Al helemaal als je om kwart voor acht opstaat en om kwart óver acht bij het ontbijt verwacht wordt. Gelukkig waren er meerdere douches in het gebouw, dus sloop ik op mijn tenen de gang over. Daar trof ik vele lege bierglazen, ridderzwaarden en gevallen slingers van het studentenfeest van de vorige avond. Gelukkig trof ik ook een schoon douchehokje. Douchen in zo’n hokje is trouwens geen pretje: ik bleef droog, en mijn kleren werden nat. Na de waterspellen ’s middags was ik wel helemaal doorweekt. Ik stond punten te tellen en aan te moedigen bij één van de spelletjes, toen mij door een leraar gevraagd werd of ik nog genoeg water had voor mijn spel. ‘Er mag best een beetje bij,’ antwoordde ik. ‘Zeker?’ vroeg leraar X. Ik knikte en kreeg een volle emmer over mijn hoofd heen. Natuurlijk pakte ik hem nog even flink terug, en uiteindelijk brak er één groot watergevecht los. Dat was te verwachten, en ook helemaal niet erg want de lucht was nog steeds stralend blauw. Nadat iedereen opgedroogd was ging onze klas verder met de voorbereidingen van een toneelstuk voor de Bonte Avond. Ik hielp de toneelspelers en kan me voorstellen dat mijn klas hierdoor een beetje bang voor me is geworden. ‘Wat harder praten. Nog harder! En dui-de-lijk ar-ti-cu-leer-en!’ riep ik continu. Ik herinner me van mijn werkweek dat de helft van de toneelstukken niet te verstaan was. De tekstschrijvers hadden heel erg hun best gedaan op een goed en leuk verhaal, dus dat wilde ik dit jaar niet laten gebeuren. ‘Nog iets harder! En vooral heel laaaangzaaaaaam praten. Jongens daarachter, stil alsjeblieft!’ Op het moment suprême ging het natuurlijk hartstikke goed. En toen moest ikzelf nog, samen met de andere minimentoren. Het is een soort traditie op onze school: aan het einde van de week doen zij een act op de Brugsmurf Blues van Kinderen voor Kinderen. Gewapend met een geleende rugzak, mijn haar in een schattig staartje en sproetjes op mijn wangen zong ik luidkeels het liedje met bijbehorende pasjes. Daarna disco, en toen was het bedtijd voor de eersteklassers. Daar had natuurlijk niemand zin in. In tegenstelling tot bij mij op zeilkamp waren er hier genoeg ontsnappingsmogelijkheden, maar dat ging ik hen natuurlijk niet vertellen. Na een tijdje werd het stil en slopen we de trap af om nog even te genieten van de laatste avond.