Ubud

PICTURE THIS: UBUD

Ubud

Je hebt fotogenieke en niet zo fotogenieke plekken op de wereld. Ik denk dat jullie wel kunnen raden in welke categorie ik Ubud zou onderverdelen.

IMG_2556 IMG_2574 IMG_2577 IMG_2581 IMG_2583

Stukje mozaïek op de stoep.

IMG_2587 IMG_2600

Hier had ik het al eerder over: wanneer mensen naar binnen gaan, laten ze hun slippers buiten voor de deur achter.

IMG_2603

Zie je wel?

IMG_2605

Overal op straat waren dit soort dingen te vinden. Het zijn kleine offertjes, die dagelijks gemaakt worden door de mensen hier, grotendeels aanhangers van het hindoeïsme. Hierboven zie je nog vrij simpele exemplaren – soms werden de offers uitgebreid met eten, zoals kleine koekjes of stukjes fruit – ik heb zelfs minidonuts op straat zien liggen.

IMG_2609 IMG_2610 IMG_2639 IMG_2641

Bewijs van het tankavontuur!

IMG_2643

Deze meneer stond hoofdschuddend toe te kijken hoe onze scootertjes bijgevuld werden.

IMG_2657

IMG_2662 IMG_2668 IMG_2672 IMG_2679 IMG_2681 IMG_2687 IMG_2700 IMG_2713 IMG_2715 IMG_2716

Dat waren de foto’s van Ubud. Next stop: Seminyak!

#197 GAS/VODKA/APPLE JUICE

IMG_2676

De beste manier om je op een onbekende plek te verplaatsen is meestal zoals de lokale bevolking dat doet. Dat is blijkbaar het handigst, efficiëntst of goedkoopst – anders zouden zij het niet doen. In Amsterdam pak je dus de fiets. In Londen, Parijs en New York: met de metro. En in Ubud: op een scooter.

En dus leenden we vandaag twee scootertjes en vier helmen. Ik ging bij Mart achterop, die zijn rijstijl al snel wist aan te passen aan die van de Balinezen. (Met wat getoeter en een behoorlijke vaart kriskras overal doorheen.) We reden naar de stad en nog een stuk verder, over een brug, door een stukje tropisch woud en langs rijstvelden. Nog meer tempeltjes en een school die net uit was. De papa’s en mama’s wachtten hun kroost op aan de overkant van de straat, op scooters, met een extra helm in de hand.

Maar voordat we dit überhaupt konden zien, moest er getankt worden. ‘Three bottles each’, was ons gezegd – wat dat ook mocht betekenen. We moesten linksaf gaan en dan zouden we ergens langs de weg kunnen tanken. Zo gezegd, zo gedaan. Na een paar minuten stopten we. Een man en een vrouw zaten op het stoepje voor hun huis, waarvoor rijstkoekjes lagen te drogen in de zon. We maakten duidelijk dat we wilden tanken. De vrouw keek ons even wantrouwig aan, maar reikte toen toch naar een rek achter haar. Ze pakte een van de doorzichtige glazen flessen die daar in keurige rijen stonden opgesteld. ‘Absolut Vodka’, luidde het opschrift. Aangezien de kleur van de vloeistof meer leek op die van appelsap, durfde ik te betwijfelen of dat klopte. De vrouw ontkurkte de fles en goot hem leeg in de tank. Wij konden alleen maar hopen dat het geen appelsap was. Of, zoals Mart het zo treffend verwoordde: ‘Voordat ik mijn eigen scooter toch zou verkrachten met dat spul…’

Maar het werkte. We crosten over de weg en al snel bleek ongeveer één op de vijf huishoudens, naast mini-supermarkt, ook mini-tankstation te zijn. Allemaal hadden ze eenzelfde rekje, gevuld met identieke glazen flessen. Vrijwel allemaal bedrukt met die blauwe woorden: Absolut Vodka. Dus nu vraag ik me af: wat is het met die flessen? Ik kan drie verklaringen bedenken: ze zijn heel goedkoop, heel stevig – of het is gewoon een excuus om veel te zuipen. Combinaties zijn mogelijk.

#196 WHERE I WOKE UP

IMG_2616

Wakker worden is een bijzondere ervaring wanneer je niet precies weet waar je terecht bent gekomen. Gisteravond had ik het vermoeden dat ik in een klein paradijsje was beland. Al bij het openen van de gordijnen bleek dat te kloppen: palmbomen, zon en een strakblauwe hemel. We verlieten de boerenbuiten en reden richting Ubud City. Dat was dat niet zoals ik verwacht had. Ik weet niet wat ik dan wél verwacht had… Maar niet dit.

De straatjes die ’s nachts zo uitgestorven hadden geleken, waren dat absoluut niet. Langs de hele route woonden mensen, dicht op elkaar in smalle, lage huizen. Vrijwel allemaal hadden ze een ouderwetse poort en muur, met zo’n puntdakje en krullerige versiersels, geheel in tempelstijl. Niet zelden stond de poort open, waardoor je achter het hek steevast een hindoeïstisch beeld kon zien staan. De oude bouwwerken werden afgewisseld met gebouwtjes met golfplaten daken, die vaak gebruikt werden als winkel. Ze deden me een beetje aan poppenhuisjes denken, vanwege het feit dat ze geen deur hadden aan de voorkant. Op die plek was simpelweg de muur weggelaten, waardoor er goed zicht was op de mini-supermarkt/kledingwinkel/autogarage aan huis.

Iedereen was bezig – was het niet met werken, dan wel met heel bewust nietsdoen, op het stoepje voor het huis. Daarnaast droeg iedereen slippers. Buiten, welteverstaan – als het huis of de winkel betreden wordt, gaan ze uit, om op de stoepjes te worden achtergelaten. Wat we verder nog tegenkwamen: kleine offertjes aan Ganesha, heilige bomen omwikkeld met stof, nog meer scooters en af en toe een overstekende kip die nergens van opkeek. Zij wist tenslotte niet beter.

#195 FINAL DESTINATION

DSC00243

Via Amsterdam, Dubai en Jakarta zijn we aangekomen in Dempassar. Vanaf daar hobbelen we over de linker weghelft richting de eindbestemming: Ubud. In het busje ruikt het naar gebakken rijst en de chauffeur kletst honderduit. Ik luister niet echt. Ik ben moe en kijk liever wat uit het raam, nieuwsgierig naar waar ik terecht ben gekomen, na zo’n dertig uur reizen.

Ook hier is het avond. We delen de weg met busjes en vele scooters, die overal tussendoor schieten. Regelmatig wordt er geclaxonneerd – naar niemand in het speciaal, zo lijkt het. De straten zijn gehuld in een gelige gloed, af en toe gemengd met het blauw-witte licht dat vanuit een Mini Mart naar buiten schijnt. We verlaten de stad. Na twintig minuten op één lange weg, nemen we een afslag. De straatjes worden smaller, stiller en donkerder. Alleen de koplampen verlichten de weg. Uiteindelijk kan ik niet meer dan vage vormen onderscheiden vanaf de achterbank van het busje. De enkele beeldentuinen die we passeren krijgen daardoor een ietwat spookachtige uitstraling: alsof tientallen mensen je staan op te wachten in de berm.

Op het moment dat ik denk dat er niets meer komt, blijken we er te zijn. Achter een haag van bamboe bevinden zich paadjes en trapjes die ons naar de slaapplaats leiden. Lang gras kietelt mijn enkels, een kikker springt voor mijn voeten weg. We drinken thee, die me zo mogelijk nog slaperiger maakt dan ik al ben. Gelukkig hoef ik er niet meer tegen te vechten. Ik kan gaan slapen – in een echt bed, zelfs.