Testweek

EEN FEESTELIJK WEEKEND

9R7A0244

Het is een feestelijk weekend. De testweek zit er weer op – dat is sowieso reden voor een feestje. Diezelfde testweek was ook de reden dat ik mijn verjaardag vorig weekend niet heb kunnen vieren en ik het dit weekend dus nog tegoed heb. Dubbel feest.

Eerst nog even over die testweek. Eigenlijk bestaat er een ongeschreven regel, die zegt dat je daar niet over moet praten, het weekend erna. Dan is het nog te vers, allemaal. Het enige wat de gemiddelde scholier dan wil, is heel veel slapen en vooral even alles vergeten. Dat klinkt erg dramatisch, inderdaad. Nou, dat was het niet.

Meestal beleef ik tijdens zo’n week minstens één ‘ik-word-gillend-gek-van-de-stress-kijk-uit-want-ik-ga-zo-dit-boek-door-de-kamer-gooien-moment’. Duurt nooit lang, hoor, maar het gebeurt. Ditmaal bleef dat moment echter uit. Ik was opvallend rustig – en het was heerlijk. Ook mijn cijfers die ik al terug heb zijn prima… Ik leer het wel! (Na vier en een half jaar. Maar toch.)

Wel ben ik tijdens zo’n week erg slecht in het opruimen van mijn rommel. Correctie: nóg slechter in het opruimen van mijn rommel. Wanneer mijn kookwekkertje gaat en ik mijn boeken dicht kan slaan, is dat ook het enige wat ik nog doe: ik sla mijn boeken dicht. Ik ruim ze niet op, leg ze niet op een stapeltje. Hetzelfde geld voor samenvattingen, kleding en tassen plus inhoud: het verzamelt zich allemaal in hoopjes op mijn kamer. Je kan je voorstellen hoe dat er na een paar dagen uitziet.

Mijn familie laat me maar een beetje begaan. Toen mama een keer voorzichtig binnenkwam om het slagveld waar te nemen, pakte ze vertwijfeld een deel van een scheikundesamenvatting van de vloer.  ‘Dat moet nog gearchiveerd worden,’ zei ik. Die houd ik erin.

9R7A0241

Met een paar vriendinnen vierde ik gisteravond mijn verjaardag. Ik heb zo genoten. De keuken stond vol kaarsjes en lieve mensen. Ik kletste met iedereen, er was fijne muziek, de sfeer was ontspannen. Zoals ik me een ideale verjaardag voor zou stellen.

Wel werd ik vanochtend enigszins gaar wakker – zoals die dingen gaan. Toen ik mijn bed uit rolde, zag ik dat het tijdens mijn korte doch prettige nachtrust gesneeuwd had. Sneeuw is niet mijn ding, kan ik je vertellen. Het ziet er wel mooi uit, hoor, daar niet van. Maar door de sneeuw naar school fietsen is een crime. Gelukkig kon ik met de auto vandaag.

Nee, dat is niet waar. Zo ver gevorderd ben ik nog niet met mijn rijlessen. Ik zat vandaag wel achter het stuur, maar met mijn instructeur naast me. (En ik hoefde ook niet naar school, want het is zaterdag.) Wel kan ik zeggen dat het steeds beter gaat. Ik begin te wennen aan het feit dat je op een heleboel dingen tegelijk moet letten en dat gaat me ook steeds beter af. Daardoor heb ik minder stress, lukt het allemaal weer makkelijker et voilà: ik bevind me in een opwaartse spiraal.

(De sneeuw was overigens al gesmolten toen ik de weg op moest. Vond ik niet heel erg.)

9R7A0228

Altijd een heugelijk moment: weer make-up dragen na een testweek waarin ik het maar niet doe. Want het scheelt tijd, én ik kan lekker in mijn ogen wrijven tijdens het leren. (Dat wil zeggen: zonder er vervolgens uit te zien als een verzopen panda.)

Schermafbeelding 2015-01-24 om 17.50.09

Vlak voor de testweek kreeg ik opeens een heleboel ideeën voor het filmproject waar ik mee bezig ben. (Wat? Afleiding zoeken? Ik? Nee, joh.) Ook ontdekte ik dat ik al een behoorlijk beeldenarchief heb opgebouwd. Ik heb een aantal uur digitaal geknipt en geplakt en langzaam beginnen er wat dingen samen te komen. Dat geeft zo’n goed gevoel. Magisch bijna. (Ik ben me ervan bewust dat dit wederom erg dramatisch klinkt. Can’t help it.)

Een paar weken geleden beloofde ik dat ik het proces hier zou gaan delen. Dat wil ik nog steeds – echter weet ik ook nog steeds niet hoe. Ik ga erover nadenken, echt waar. Het lijkt me in ieder geval een goed idee om eens op te schrijven waar die film nou eigenlijk over gaat. Zelfs voor mij is dat nog altijd niet helemaal duidelijk, dus hoe wazig moet het voor jullie wel niet overkomen?

Tot die tijd: hier een foto waaruit je helemaal niks kan opmaken.

Schermafbeelding 2015-01-23 om 16.41.38

En een foto waaruit je misschien iets meer kan opmaken.

(Misschien ook niet. Sorry, in dat geval.)

9R7A0220

En nog een bloemenfoto. Gewoon, omdat het kan.

Oh, en zoals je ongetwijfeld gemerkt hebt: ik heb mijn woorden dus gewoon weer teruggevonden. Het is nog steeds geen bijster samenhangend verhaal, maar ik moest toch ergens beginnen.

Een heel fijn weekend allemaal!

#93 BEURRE DE CACAHUÈTE

IMG_9919

Vandaag was een dag van binnenpretjes. ’s Ochtends fietste ik naar school en hoorde ik iemand fluiten – een vette ‘fjietfjieuw’. Ik keek over mijn schouder en zag een man op een dak staan, een dakpan in zijn ene hand. De andere stak hij op. Hij zwaaide.

Ik denk niet dat het de gewenste reactie was, maar ik schoot keihard in de lach.

Weer thuis leerde ik Franse woordjes. De staking, de traan, de vrijlating, de kus. En toen: de pindakaas.

Vond ik ook weer erg grappig.

Ook was er ‘un annuaire’. Vertaling: een thematisch zoeksysteem op internet. (Ook wel Google, maar dat zou te makkelijk zijn, natuurlijk.) Vervolgens kwam ik tot de ontdekking dat ik nog behoorlijk veel moest doen in behoorlijk weinig tijd. Dat het dus nog een lange avond zou worden. En toen was het even klaar met de binnenpretjes.

#92 APPROXIMATELY

IMG_0356

Vandaag had ik een test levensbeschouwing. Zoals ik gisteren al zei: een test waarvoor veel mensen helemaal niet leren. Ik ben een beetje een controlfreak en deed het dus wel, maar de meesten gaan er blind in. Het lijkt namelijk niets uit te maken of je wel of niet leert. ‘Ik ga naar het casino vandaag’ is op mijn school een ingeburgerd begrip voor ‘vandaag heb ik een test levensbeschouwing’. Vijftig meerkeuzevragen, die afwisselend gaan over het christendom, de islam of een andere religie. Op de computer klik je de antwoorden aan waarvan je denk dat het ongeveer de goede zijn. Daarmee haal je ongeveer een zes of een zeven. En daar ben je dan ongeveer tevreden mee.

Ik kan me voorstellen dat je dit disrespectvol vindt klinken tegenover gelovigen en religie in het algemeen. Ongeïnteresseerd misschien ook. Dat is absoluut niet mijn intentie. Het gaat puur om het vak levensbeschouwing, of eigenlijk enkel om die test. Die is namelijk extreem vaag. Alles wat je tijdens de les hebt meegekregen over geloof en religie, lijkt er expliciet níét in terug te komen. Of op zo’n manier verscholen achter ingewikkelde vraagstellingen, dat niemand het er meer in terugziet.

En dus lijkt leren nutteloos. Met gezond verstand probeer je zo ver mogelijk te komen. Dat lukt meestal wel – dit maal was ik zelfs binnen twintig minuten al klaar. De resterende tijd vulde ik met het tekenen van figuurtjes in Paint. En dat was het dan weer voor vandaag. Ongeveer.

#90 COLD

IMG_9889

Ik heb het altijd koud in de testweek. Nu staat er sowieso vaak kippenvel op mijn armen, maar tijdens deze dagen is het nog net even iets erger. Meestal kan ik het weer wel de schuld geven, maar dat gaat op dit moment echt niet op. Het zal aan al dat geleer liggen, dan. Steeds weer lezen, samenvatten, begrijpen en inprenten – dat moet veel energie kosten. Energie die mijn lichaam normaal gebruikt om de boel een beetje warm te houden. Nu moet ik daar zelf maar voor zorgen. Tijdens het studeren verander ik geleidelijk in een soort sneeuwpop: ik trek een vestje aan, nog een trui eroverheen, sjaal erbij… Maar het wil niet baten. Dus wanneer ik dan eindelijk klaar ben (klaar met leren en kláár met leren), ga ik onder een warme douche staan. En word ik eindelijk weer een beetje warm.

#89 TABS

foto-9

Het is geen confetti wat je hierboven ziet. Absoluut niet – er komen niet bepaald feestelijke dagen aan. Na een heleboel leuke gebeurtenissen – toneelweek, een dagje naar Amsterdam – kon ik het vandaag niet langer ontkennen: morgen begint de testweek. Nederlands en natuurkunde staan als eerste op de planning. Ik besloot maar met het moeilijkste te beginnen – nadat ik mijn Binas had ontdaan van deze stickers, die aangeven op welke bladzijde ik de benodigde formules kan vinden. Dit is dan ook de enige aanpassing die je aan die Binas mag maken. Erin schrijven is uit den boze. Doe je het toch en wordt je betrapt, dan heb je een één. Deze dreiging zorgt ervoor dat ik met geen pen in de buurt kom van dat boek – ik zou er maar per ongeluk een streep in zetten die wordt aangezien voor een geheim geheugensteuntje. In werkelijkheid bladert de surveillant bij een test slechts vluchtig door je Binas heen. Of meneer of mevrouw kijkt überhaupt de klas niet in, te druk met de krant of eigen nakijkwerk. Geen probleem – dat levert de beste cijfers op.

(Grapje.)

(Nee serieus, ik en afkijken… Ik krijg al stress van het idee. Braaf hè?)

Ik besloot die plakkers er maar uit te halen. Als ik goed geleerd heb, ken ik alle formules  zo ongeveer uit mijn hoofd. En als dat niet zo is, gaan die verfrommelde tabjes me echt niet meer redden.

Dan is er nog Nederlands. Laatst mocht ik een column schrijven voor een cijfer. Voor de test moet ik helaas iets doen wat niet zo in mijn straatje ligt: woorden leren. Heel veel woorden. Ik kan het wel – behoorlijk goed zelfs, behoorlijk snel. Maar ik zie het nut er gewoon niet zo van in. Je stampt die woorden namelijk in je hoofd, schrijft er vervolgens zo veel mogelijk op je proefwerkblaadje… En de volgende dag ben je alles weer vergeten. Ik snap heus wel dat het ergens goed voor is. Het is een onderdeel van de algemene ontwikkeling. Het is goed om te weten wat ‘monetair’ betekent, of ‘coalitie’. Maar dan zijn er woorden als ‘pluriform’, ‘moratorium’ (niet te verwarren met mortuarium) en ‘nepotisme’… Laat ik het zo zeggen: er gaan dagen voorbij dat ik ze niet tegenkom.

Maar misschien ligt dat aan mij.

#23 NONE OF THE ABOVE

IMG_8754

‘In bovenstaande afbeelding zie je een stamboom. Aan het hoofd van de stamboom staan poes P en kat T. (In het echt heten ze Poekie en Tijger, maar dat is in de biologie natuurlijk irrelevant.) Poes P en kat T leven in een dorp nabij Arnhem, bij een lieftallige bazin. Zij geeft de katten tweemaal daags kattenvoer van het merk X. Behalve die ene keer dat ze een halve dag vastzat in de trein. Ze kwam terug van haar oma, maar vanwege de sneeuw stopte de trein op de helft van het traject. Hierna volgt nog veel meer onbelangrijke informatie, die je – als je er niet helemaal meer bij bent op dag vier van de testweek – allemaal gaat lezen. Dit kost veel tijd en punten.

Poes P heeft last van de aandoening hyperthyreoïdie. Ze paart met kat T, en vervolgens met kat H van de buren. Kat T is hier niet van op de hoogte. De vachtkleuren van de nakomelingen zijn: wit-grijs-gevlekt en zwart met witte pootjes.

Welk(e) van de onderstaande bewering(en) kan/kunnen worden gedaan op basis van bovenstaande informatie?

A Wanneer de nakomeling van poes P en kat T het vrouwelijk geslacht heeft, is de kans groter dat zij een grijze vacht heeft dan wanneer de nakomeling van poes P en kat H het mannelijk geslacht heeft.

B De kans dat alle drie de nakomelingen hyperthyreoïdie hebben is 19,45%.

C Kat T heeft traag zaad.

D Wanneer een nakomeling het vrouwelijke geslacht heeft, zal ze Nala heten.

E Geen van de bovenstaande beweringen kan worden gedaan op basis van bovenstaande informatie.’

Dus. Je kan wel raden wat ik geantwoord heb, denk ik. (Néé, niet antwoord D. Ik was redelijk wanhopig, maar ik heb ook mijn grenzen, hoor.) Ik koos voor antwoord E. Het zal vast fout zijn, bedacht ik me later. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat iemand zo’n ingewikkelde vraag gaat bedenken, om de leerling vervolgens tot de conclusie te laten komen dat het allemaal onzin is. Nee, dat zou behoorlijk irritant zijn. (Al vond ik dat sowieso wel gelden voor deze test.) Er konden dus vast een heleboel beweringen worden gedaan op basis van bovenstaande informatie. Maar ik kon dat even niet. Het laatste antwoord was in mijn geval dus wel het juiste.

PICTURE THIS: DISTRACTION

IMG_7436

Met goede moed sla ik mijn boeken open. Niet voordat ik een tweet eruit heb gegooid: ‘En nu maar eens écht beginnen met leren. #letsgetthispartystarted.’ Zo. Nu weet iedereen dat ik druk bezig ben en ze me absoluut niet mogen storen. Ik schuif mijn telefoon aan de kant en begin te lezen. Doodse stilte, op het getik van mijn klok na. Tik. Tik. Oké, de abc-formule. De discriminant is b kwadraat min vier ac. Tik. Tik. En dan is x… Tik. Tik. min b min wortel d of.. Tik. Tik. Tik. TIK. TIK!!! Argh! Zo kan ik echt niet leren. Tijd voor een achtergrondmuziekje.

Iets later dan gepland begin ik aan Engels. Ik moest die muziek eerst nog opzoeken en dat heeft gewoon even tijd nodig. Niet alles is geschikt. Liever geen radio, die reclames tussendoor zijn vreselijk irritant. Het moet ook niet te druk zijn, of heel erg in je hoofd blijven hangen. (‘Hey, ho, there she goes, she thinks she’s made of candy-eheh!’ Niet erg bevorderlijk voor de concentratie.) Uiteindelijk bleek helemaal niets uit mijn muziekbibliotheek geschikt. Waar had die vriendin het nou laatst over op Facebook? Even opzoeken. Toen bleken er een paar mensen jarig te zijn, ja, dan is het wel zo leuk om die even te feliciteren. En dat er dan iemand een paar dringende vragen heeft over wiskunde, daar kan ik natuurlijk ook niets aan doen. En om het nou af te kappen terwijl we morgen die test al hebben…

IMG_7433

Maar goed, Engels dus. Ik leer dat altijd via Wrts, en om dat te kunnen doen is het onvermijdelijk om mijn laptop open te slaan. Een gevaarlijk moment dus, aangezien het internet de allergrootste afleiding is van het leren. Maar blijkbaar ken ik mezelf en heb ik Google ingesteld als mijn startpagina. Zes letters op een wit scherm, dat kan ik nog wel weerstaan. Bij Engels stuit ik op vage definities. Letterlijk vertaald: ‘de kamer die een grote kom met een stoel bevat, verbonden met een waterpijp, die je gebruikt wanneer je het afvalmateriaal uit je lichaam kwijt moet raken.’ Dat is wel een heel ingewikkelde manier om een toilet te beschrijven. Daarbij zijn er een hoop woorden die qua definitie erg op elkaar lijken. ‘A feeling of worry or fear, especially about the future’, ‘Worried or afraid that something unpleasant may happen’, ‘Worried and afraid’, ‘Worried or afraid’ (zoek de verschillen) ‘extremely afraid’ (maar dat is ook wel echt iets anders). (Even voor de duidelijkheid: ik verzin dit niet.) Je kan je dus voorstellen dat het op deze manier niet echt opschiet. Om niet te zeggen: echt níét opschiet.

IMG_7442

Maar ik blijk niet de enige. In de groepsgesprekken op What’s app worden wrtslijsten gedeeld en wiskundeuitwerkingen doorgestuurd. Twitter stroomt vol met geklaag. ‘De grootte van een sneeuwvlok is zo veel interessanter dan economie.’ ‘Oooohhhh ik moet nog zo veel leren maar heb zo weinig tijd!’ (ga leren dan, en niet je tijd verdoen aan Twitter). Kom op nou jongens, zo moeilijk is het allemaal niet. Gewoon een kwestie van op tijd beginnen (al is het daar nu misschien wat laat voor), pauzes nemen tussen het leren (in plaats van leren tussen de pauzes) en goed voor jezelf zorgen (mandarijntjes vind ik altijd lekker tijdens het leren. Al is chocola natuurlijk ook niet verkeerd). Maar ik mag eigenlijk ook niets zeggen. Blogposts schrijven kun je immers ook studieontwijkend gedrag noemen.

#171 IF YOU WANT IT BAD ENOUGH

Ik schreef het al eerder, maar nu is het echt bijna zover. De enige boeken die ik nog open ga slaan zijn bovenstaande. Morgen nog twee testen, maar als om elf uur de bel gaat kan wat mij betreft de vakantie beginnen. Natuurlijk zijn er altijd pretverpesters bij. ‘Maar eigenlijk hebben we morgen nog niet echt vakantie hè. Er is vrijdag nog een testinzage.’ Maar daarna kan je wel lekker zeven weken genieten. ‘Maar die week daarna is eigenlijk ook nog een officiële schoolweek.’ Nou oké, maar na vrijdag heb je echt vrij. ‘Nee, dan is het gewoon weekend. Eigenlijk horen de weekenden niet bij de vakantie, want dan zou je toch al vrij zijn. En ik heb alleen het vakantiegevoel als ik echt op vakantie ben.’ Ach ja. Wat jij wil, denk ik dan. Tel alle weekenden, dagen waarop je niets doet en pre-vakantiedagen maar niet mee. Dan kom je waarschijnlijk uit op 4 weekjes vakantie. Ik kijk er anders tegenaan. In de testweek ben je vroeg thuis en daarna moet je af en toe nog je gezicht laten zien, maar dat stelt niets meer voor. Als je de eerste schoolweek dan ook nog op werkweek gaat kom ik denk ik wel op negen weken uit. En ik ben van plan om van iedere dag volop te genieten. Zo blijkt: als je maar graag genoeg wilt bepaal je zelf hoeveel vakantie je hebt.

#93 SAVIORS

Een vlek op je mooie jasje. Een ontploft drinkontbijt – terwijl het nog in je tas zat. Een lente die opeens verdwenen lijkt te zijn (alsjeblieft, kom terug!), waardoor ik ongelooflijk verkouden ben. Of eigenlijk gewoon ziek, maar dat wil ik niet toegeven. Want toegeven betekent al mijn testen later inhalen, het achtste of, als je pech hebt, negende uur. Dus ging ik vanochtend, ondanks het feit dat ik ongeveer drie uur geslapen heb, snotterend naar school. En het bleek maar weer eens hoeveel lieve mensen er op deze wereld zijn. Mama bracht me even met de auto, en op school wachtten mijn vriendinnen. We bereidden elkaar voor op de test met onnozele ezelsbruggetjes, Colette die zo slim was om even op te schrijven wat ze nog niet helemaal snapte (‘Oh ja, dat moest ik ook nog weten!’) en het uitlenen van proefwerkblaadjes. Ik werd er wel wat vrolijker, maar niet beter van. Ik snotterde alles bij elkaar een graaide in mijn tas. Ik vond waar ik op hoopte, en legde een vol pakje met zachte zakdoekjes op mijn tafeltje: nog één van mijn redders in nood, in vele situaties.

#89 BOREDOM

Het is de laatste week voor de proefwerkweek, dus zijn de lessen over het algemeen wat anders dan normaal. Soms is dat goed nieuws… maar soms ook niet. Goed nieuws bijvoorbeeld als we een film gaan kijken, omdat alle teststof doorgewerkt is. Heb je geluk, dan is het nog een leuke film ook. Zo niet, dan kan je nog even verder slapen/huiswerk afmaken/stiekem andere dingen doen. Het kan ook zo zijn dat onze klas zo diep op de stof in is gegaan (je zou het ook het afleiden van de leraar kunnen noemen, waardoor gesprekken eindigen bij onderwerpen die niets met het eigenlijke vak te maken hebben) dat er te weinig tijd is. Dan is er stress in de laatste week, voor leraren maar vooral voor bepaalde kinderen. Paniek als ze iets niet snappen, zwaaiende vingers in de lucht. ‘Moet je dat allemaal nog weten voor de test?’ Soms komt het voor dat alle stof behandeld is (of zelfs meerdere malen), maar een leraar het toch voor de zekerheid nog een keer wil doornemen. Dan slaat bij mij, en vele anderen, de verveling toe. We tellen de minuten af en vullen onze tijd met huisje verhuren, scharen bekladderen met markers (vraag me niet waarom, ik was het niet) of, als je slim bent, het maken van samenvattingen omdat je toch niets beters te doen hebt.