Scooter

ELKE AFSTAND OOIT

Ik zou nog één keer gaan rijden. Niet ver, niet lang – net genoeg om de motor door zijn winterdip heen te helpen. Dunne jas, snelle schoenen, blote ogen. Mijn koude vingers draaien de gashendel open. Een lichte sputter, dan ben ik weg.

Hoe anders was dat anderhalf jaar geleden. De zomer liep tegen zijn einde toen Mart voor het eerst bij mij achterop zat, in plaats van andersom. Een toeziend oog terwijl ik de draaicirkel verkende, mijn rechterslipper verloor, steeds wat meer gas durfde te geven. Daarna liet hij me gaan.

Ik vond het niets voor mij en ik was niet de enige. Misschien voelde de vrijheid daardoor extra groot – groter dan die eerste rit langs de weilanden mogelijkerwijs kon veroorzaken. Het was meer dan de warmte die zon, asfalt en uitlaat samen produceerden. Het was meer dan het gedonder in mijn oren, overstemd door de motor, overstemd door een stem die riep dat ik mijn knipperlicht aan had laten staan.

Het was meer dan de afstand die we aflegden, slechts van het ene dorp naar het ander. Het was elke afstand die ooit zou kunnen bestaan, door de combinatie van nergens heen hoeven maar overal heen kunnen gaan – met slechts een paar sleutels en een zonnebril.

(Het was de verbazing dat ik daar zo van kon genieten.)

Ook nu heb ik niets bij me – geen telefoon, geen portemonnee en dus geen rijbewijs. Alleen dat laatste doet me omkeren, na langer dan verwacht. Terug over de eeuwige weg, waar aan het einde Ruud staat te wachten. Ruud-van-Marktplaats, maar vooral zijn zoon-van-bijna-zestien. Ik zie hem gluren, het verlangen brandt rood op zijn wangen. Ze is in goede handen.

width=

HANDLEIDING: SCOOTERRIJDEN

IMG_2700

(In Indonesië)

Noot vooraf: om zoveel mogelijk mensen op één scooter te laten passen, is de volgende opstelling het efficiëntst (uitgaand van twee volwassenen en drie kinderen): één kind staand op de treeplank, daarachter de bestuurder met nog een kind op schoot. Hierachter de tweede volwassene en ertussenin geklemd het derde, jongste kind, aangezien dat vaak nog niet kan zitten of staan.

Vijf personen lijkt het maximale aantal, maar mocht er nog ruimte zijn voor een extra passagier, benut deze dan gerust (denk ook aan huisdieren en/of boodschappen).

Volg de onderstaande regels:

  1. Let niet teveel op medeweggebruikers. Als iedereen aan zichzelf denkt, wordt er aan iedereen gedacht.
  2. Stilstaand verkeer? Stoppen is niet nodig – er is altijd een mogelijkheid om ertussendoor te komen.
  3. Gebruik de claxon
    a. Als attentiesein
    b. Als begroetingssein
    c. Wanneer het overige verkeer dat ook doet
    d. Op ieder ander gewenst moment
  4. Ken geen twijfel.
  5. Ken geen angst.
  6. Achteruitkijkspiegels zijn overbodig. Vooruit, dat is het streven.

#17 ESCORTE

IMG_4653

 

Achterop de scooter door de regen, hartstikke fijn. Gelukkig had ik me goed ingepakt. Vest, sjaal, jas, muts, capuchon eroverheen en gaan. Vraag me niet waarom, maar door drie jongens werd ik naar mijn bestemming gebracht. Het leek wel een escorte! (Nogmaals dank, heren.) Ik kwam redelijk doorweekt aan, maar, zoals vriendin Merel terecht opmerkte: het was beter dan fietsen. Op de terugweg gingen we even off-road (lees: over een erg hobbelig pad), wat zeer op mijn lachspieren werkte. En zo maakte ik ook nog iets mee, op deze verder zeer gewone vrijdag.

#318 SITTING ON THE BACK

Zelf heb ik geen scooter. Ten eerste ben ik nog geen zestien, dus hoe graag ik ook zou willen – het zit er nog even niet in. Daarnaast denk ik dat het me niet heel goed af zou gaan. Ik ben op de fiets al niet zo’n held (af en toe uit evenwicht raken en tegen degene naast me knallen, niet opletten omdat ik aan het dromen ben enzovoorts), laat staan op een gemotoriseerd voertuig – met maar twee wielen nota bene. Het feit dat ik wéét dat ik niet zo’n held ben maakt het alleen maar erger. Ik zou gewoon niet vertrouwen op mijn eigen rijkunsten en het daardoor al niet durven. Ofwel: ik ben gewoon een beetje een schijterd. Laat mij maar lekker fietsen, door weer en wind. Zo krijg ik mijn dagelijkse portie frisse lucht en zonnestralen ook weer binnen. En als het nou een keer heel hard regent kan ik altijd mijn broer nog lief aankijken. Achterop een scooter zitten gaat me namelijk wel goed af.