Schoenen

#257 STEPS

IMG_3374

Telkens weer zet ik stappen. Sommigen klein, anderen groot en allemaal belangrijk. Ze leiden me dichter naar waar ik wil zijn, brengen me steeds verder van waar ik was. Al is het maar door een stap terug te doen. Omdat het moet, omdat het kan. Omdat het mag. Van anderen, maar vooral van mijzelf.

Soms voelen ze als sprongen. Sprongen in het diepe, die ik maak zonder te weten waar precies ik terecht zal komen. Het geeft me een onrustig gevoel in mijn buik, alsof ik daadwerkelijk op het punt sta ergens over een randje te vallen. Maar telkens is de landing zacht. En die sprong in het diepe, blijkt er eigenlijk één vooruit te zijn.

#151 GONE SWIMMING

IMG_7318

Het lijkt misschien alsof de eigenaar van deze schoenen iets te diep in het glaasje had gekeken, zijn schoeisel uit heeft geschopt en besloot te gaan zwemmen. Tenminste, dat is wat mijn fantasie zegt bij het zien van deze foto. Maar ik heb deze foto natuurlijk zelf gemaakt. Dus ik weet wel beter en kan je vertellen: zo is het niet gegaan.

PICTURE THIS: DON’T JUDGE A GIRL BY HER SHOES

IMG_7848

Een grijze maandagmorgen, ik zat bij Duits. ‘Konrad Ardenauer ist vielleicht der bekannteste Deutsche Bundeskanzler. Nach dem Abitur…’ Tot hier ging mijn concentratie. Ik keek uit het raam, waar zojuist een hele bups achtste groepers het brugklasgebouw inliep voor een rondleiding. ‘Waarom heeft ze die schoenen aan?’ sprak mijn vriendin naast me. Mijn oog viel op een meisje dat op flinke hakken naar binnen wiebelde. Dat vroeg ik me nou ook af, want 1. Het is koud. Zulke schoenen zijn niet leuk als het koud is, al helemaal niet wanneer je, net als dat meisje, er met blote voeten in zit. 2. Ik ben van mening dat je eerst op hakken moet leren lopen voor je ze daadwerkelijk gaat dragen. Dat scheelt je waarschijnlijk een hoop gênante momenten. (Ik spreek uit ervaring.) (Trouwens, iedereen moet het ook lekker zelf weten, hoor. Ik geef slechts mijn bescheiden mening.)

Ik wendde me weer tot mijn vriendin. ‘Ach ja, zij dacht waarschijnlijk: ik ga voor het eerst naar de middelbare school. Laat ik mijn hakken aan doen.’ En dat snap ik ook wel. Toen ik op al die scholen ging kijken zorgde ik ook dat ik een grote tas bij me had. Het enige wat erin zat waren koekjes en een pakje Dubbelfris. Maar het zou mij niet gebeuren dat ik daar de hele tijd mee in mijn hand moest lopen. Dat was niet cool, vond ik destijds. In de eerste klas wist ik niet hoe snel ik weer van die grote tas af moest komen, maar dat even terzijde.

‘Maar Milou, zij zit hier al op school, hè. In de derde. Ze gééft de rondleiding.’

Oh.

Zo zie je maar: je moet nooit boeken op hun kaft beoordelen. En meisjes niet op hun schoenen.

PICTURE THIS: THESE THINGS HAPPEN

IMG_7528

Een stem roept mijn naam, als een soort levende wekker. Het licht gaat aan, maar als ik mijn gordijnen open doe blijkt het buiten nog hartstikke donker. Met de slaap nog in mijn ogen kleed ik me aan. Ik ken mezelf en wéét inmiddels dat ik niet zo’n zonnestraaltje ben ’s ochtends. Een setje kleren ligt dus al keurig klaar (soms niet keurig, maar toch, het ligt er wel en daar gaat het om!). Ontbijt, een beetje leven op mijn gezicht aanbrengen en dan naar school. Testweek, wat een feest! Tijdens het studie uur leun ik tevreden achterover. Ik heb al mijn boeken bij me, ik ken de stof. Ik zag nog net op tijd dat ik mijn trui achterstevoren aanhad (en deed er iets aan), kreeg het voor elkaar om tandpasta in mijn haar te smeren – vraag me niet hoe – en niet zo’n beetje ook. Maar ook dat kwam allemaal goed. Naast me kwam de zon op. Ik weet dat het elke dag zou moeten gebeuren, maar als ik met -10 door het donker naar school fiets durf ik het soms te betwijfelen. Toch kleurde de hemel langzaam van inktblauw naar roze, oranje en geel. (Nee, dat is niet waar. Dat zou iets te perfect zijn.) Ik pakte mijn oordopjes, zette een vrolijk muziekje op en keek nog eens in het rond. Ik zag mijn klasgenootjes, sneeuw op het schoolplein en… Nee. @#$@! Dacht ik dat ik overal aan gedacht had. En dan blijk ik, met mijn suffe hoofd, in het holst van de nacht, hartjessokken aangetrokken te hebben. (En nee, dat is in principe niet erg. Maar wel als je lage schoenen draagt en een vrij korte broek aanhebt. En je die sokken vervolgens de hele dag kunt zien, al helemaal als je op de fiets zit. En ja, dat valt mensen blijkbaar dus wél op. Had ik ook niet gedacht, maar ik werd er de hele dag vriendelijk aan herinnerd.) Maar ja. De dag begint niet altijd met een felgekleurde hemel. Soms kom je erachter dat je rare sokken draagt. Die dingen gebeuren.

#320 ALL STARS

All Stars vind ik een toepasselijke naam voor mijn lievelingsgympies. Ze blinken namelijk uit in bijna alles. Ze zijn goed voor een dagje stad. Winkel in, winkel uit, toch nog even een kilometer teruglopen om dat jurkje te passen… Shoppen lijkt soms wel topsport en daar heb je wel lekker zittende schoenen bij nodig.  Voor school zijn ze ook heel fijn, alleen is het jammer dat de helft van de leerlingen ze ook heeft. Maar dat laat wel zien hoe heerlijk die dingen zijn. Ook handig trouwens als je je gymschoenen vergeten bent – dan draag je gewoon deze. Op de brieven met info over schoolexcursies staat altijd: ‘Trek wandelschoenen aan.’ Die heb ik niet, maar All Stars volstaan – en zien er net iets mooier uit, vind ik dan. Ook voor feesten draag ik het liefst All Stars: gooi ze één keer in de wasmachine en alle glitters en biervlekken zijn eruit. Tijdens het zeilen kwamen ze van pas. Ik zette ze één nachtje op de verwarming en alle vochtigheid van het slootwater was verdwenen. Het enige nadeel is dat ik ze het liefst het hele jaar door wil dragen. In de in de winter zijn ze eigenlijk net iets te koud. Maar dan lost een paar dikke sokken ook een hoop op.

#265 I DON’T CARE (BUT HAD A GREAT LAUGH, THOUGH)

Op de basisschool had ik er al een handje van om gewoon te dragen wat ik wilde. Een paar dagen geleden schreef ik over mijn vroegere liefde voor gekleurde kleding. Hierna volgde er nog van alles: spijkerbroeken met vlekken en gaten, oversized colbertjasjes en zwarte tutu’s – nu lang niet meer zo opzienbarend, maar toen goed voor heel wat reacties. (‘Is dat jasje van je vader?’ en ‘Die vlekken horen daar toch niet?’) In tegenstelling tot een paar jaar geleden geef ik eigenlijk niets meer om de reacties. Ik vind het mooi en heb er totaal geen problemen mee als een ander dat niet vindt. Desondanks: oh, wat heb ik gelachen vandaag. Vroeger vertelde iedereen elkaar zonder schaamte alles wat hij vond (‘Ik vind je niet meer lief en je mag ook niet meer op mijn feestje komen!’), maar tegenwoordig blijkt dat not done. Houd dan gewoon je mond, zou ik zeggen, maar nee. Ik snap ook wel dat het lastig is om niets over mijn schoenen te zeggen, ze zijn nou eenmaal erg, eh… aanwezig. ‘Hee, Milou! Oh. Heb je, ehmmm… nieuwe schoenen? Erg… apart! Tsja, ik zou ze alleen zelf nooit dragen, maar het past echt bij jou!’ Ik doe net alsof mijn neus bloed. ‘Ah, dankje, heel lief van je!’ Om vervolgens op mijn kistjes weg te sloffen. Het toppunt was wel toen ik op school een meisje passeerde dat ik vaag kende. Ze nam me in zich op, haar blik bleef zichtbaar bij mijn schoeisel hangen. Net voordat het op begon te vallen keek ze weer strak voor zich uit, maar in de weerspiegeling van de deuren van het schoolgebouw zag ik haar nog bijna tien seconden kijken met een dikke frons tussen haar wenkbrauwen. Ze liep nog net niet tegen een lantaarnpaal aan en ik botste bijna tegen de klapdeuren van het lachen.