Nacht

BAS

fullsizeoutput_eb6

Het was zo diep in de nacht dat het al bijna ochtend was, toen ik de weg overstak. ‘Mag ik je wat vragen?’ Twee jongens stonden aan het begin van mijn straat. Ze leken op elkaar: blond, blauwe ogen, niet bang om te doen alsof de wereld van hen was. ‘Heb je misschien een sigaret voor mij?’

Ik stapte af. ‘Nee,’ zei ik, maar mijn hese stem sprak dat tegen. Ik lachte. ‘Ik rook niet, al klinkt dat nu niet zo.’ Of ik misschien wist waar hij een pakje kon halen. Ik raadde hem de snackbar aan waar ik net vandaan kwam.

‘Wil je samen gaan?’ Zijn uitdrukking verraadde geen spoortje sarcasme. Ik dacht te weten wie hij was: haren naar achteren, brutaal genoeg om onophoudelijk mijn ogen in te staren, om zonder woorden de verwachting uit te spreken dat ik met hem mee zou gaan.

(Natuurlijk ga je niet met hem mee, Milou. Ben jij gek, je hebt toch wel wat beters te doen. Slapen, bijvoorbeeld. Laat die jongen lekker zelf zijn peuken halen, dat kan hij best alleen.)

Dus ik zei ja.

Voor ik het wist sprong hij bij me achterop. Zijn vriend bleef waar hij was. En zo fietste ik met een jongen op mijn bagagedrager het centrum weer in. Zijn naam was Bas.

(Noem het raar, een verkeerde beslissing – geëmancipeerd was het wel.)

‘Ik ga je vijf vragen stellen. Is dat goed?’

Ik knikte.

‘Heb je een vriend?’

Na vraag één bleek dat hij meer wilde vertellen dan hij wilde weten. Hij moest wat kwijt over de meisjes in zijn leven. ‘Ik slaap met ze, en daarna willen ze allemaal dat we blijven appen. Daar ben ik gewoon slecht in. Als ik je echt wil spreken, bel ik je wel op.’

Ik begreep het, maar moest het toch voor mijn stadsgenotes opnemen. ‘Jij wil seks en verder niks, toch? Dat kan, maar zeg dat dan. Daar kunnen ze heus wel tegen. Liever een nee dan stilte.’

‘Het is bot, dat weet ik.’

Hij leek wel blij met wat onafhankelijk vrouwelijk advies. Voor mij hoefde hij geen schijn hoog te houden – ik wilde niets van hem, hij niets van mij.

(Dacht ik. Lekker naïef, maar daarover zo meer.)

Hij zat bij het corps. Of ik dat erg vond.

‘Waarom vraag je dat?’

‘Al die verhalen en zo.’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Jij liever dan ik. Maar ik ken genoeg leuke mensen die erbij zitten.’

‘Had je het van mij gedacht?’

‘Ja.’

‘Oh.’ Het klonk bijna teleurgesteld.

‘Jij ziet eruit als een hippie,’ kaatste hij terug. Ik schoot in de lach. ‘Wat?’ Snel analyseerde ik wat ik aanhad. Spijkerbroek, zwart shirtje – en mijn kroegjas. Laatst nog gewassen, maar toch niet het toppunt van charmant.

We staken Janskerkhof over, liepen twee snackbars langs tot ze bij de derde nog voor ons open deden. Hij haalde zijn sigaretten uit de automaat, ik stond er wat verloren naast. ‘Mag ik ook nog een lolly van je?’ vroeg hij aan de man achter de toonbank. Die antwoordde met een instemmende zucht – hij had het gehad voor vannacht. Bas deed een graai in de pot.

Terug gingen we te voet, mijn fiets aan de hand. Met de aansteker van een tegenligger stak hij een peuk op. Hij inhaleerde tevreden en gaf een tweede aan mij. Wat dacht ik, dit kan er ook nog wel bij. Ik nam een hijs.

‘Wat rook je grappig.’

Ik hoestte en liet de sigaret vallen. Hij lachte en gaf me de lolly uit zijn broekzak.

We waren weer bij de stoep waar ik hem ontmoet had. Er fietste een vrouw langs, ik vermoed op weg naar de eerste trein. Hij haalde de sigaretten tevoorschijn. ‘Heeft u misschien een aansteker?’ vroeg hij terwijl ze op ons af kwam. Ze schonk hem geen aandacht en reed door.

‘Voelt een vrouw zich dan aangevallen?’

‘Op dit tijdstip kan je dat beter laten, ja.’

Hij knikte. We stonden tegenover elkaar, ik leunend op mijn fiets, hij weer met die blauwe ik-weet-van-niets-blik. ‘Kom je mee naar binnen?’ Hij wees naar drie huizen verderop.

‘Wie is er binnen?’

‘Mijn vrienden en ik.’ Ik keek omhoog. Op de bovenste verdiepingen brandde nog licht, maar niet voor mij, zo besloot ik. ‘Ik wil je graag zoenen.’ Het klonk aandoenlijk, alsof hij eigenlijk wel wist dat ik ook dat aanbod af zou slaan.

‘Ik ga.’

‘Wel bedankt dat je me hebt gebracht. Echt lief.’

‘Weet ik,’ zei ik met een glimlach.

Toen ik thuiskwam lag de krant al op de mat.

fullsizeoutput_eb5

#194 LOSING TRACK OF TIME

DSC00233

Tijdens lange reizen verlies ik ieder besef van tijd. Uren of zelfs dagen vervagen tot één wazige periode, die ik doorbreng in een coconnetje van dekens, films, flauw vliegtuigeten en de winegums die daarvoor in de plaats komen. Het lijkt er altijd nacht te zijn. Meereizend met de tijd is het buiten daadwerkelijk constant duister. Soms wordt deze duisternis echter gecreëerd, inclusief kunstmatige sterren op het vliegtuigplafond en een vijf minuten durende zonsopgang aan het einde van de vlucht. De gezichten van hen die niet kunnen of willen slapen, worden verlicht door blauwige schijnsels van de schermpjes waar ze zich toe richten.

Op grote luchthavens lijkt tijd sowieso een relatief begrip, met passagiers die uit elke mogelijke tijdzone komen, of er juist naartoe gaan. Niet zelden heb ik er mensen zien proosten met een biertje, terwijl ik nog moest ontbijten.
Momenteel bevind ik me op een vliegveld in Dubai, wachtend tot de reis voortgezet kan worden. Ik kan niet met zekerheid zeggen hoe laat het is.

Volgens mijn iPad is het 00.20
Volgens mijn horloge is het 01.22
Volgens mijn mobiel is het 02.20

Wat ik wel zeker weet, is dat het echt donker is, buiten. Waarschijnlijk is het al middernacht geweest. Toch zijn de immense gangen hier gevuld met mensen. Toch kan je hier nog gouden kamelen kopen, een waterpijp, of frozen yoghurt, ongeacht het tijdstip. Het ritme van de dagen lijkt niet meer onderhevig aan de opkomst en ondergang van de zon. Maar ik denk dat de zon – of eigenlijk haar afwezigheid – momenteel juist de verklaring is voor de nachtelijke activiteit in Dubai. Want het is ramadan, waardoor voor een heleboel mensen – op reis of niet – de nacht een beetje dag wordt.

#122 WHEN YOU CLOSE YOUR EYES

IMG_1441

Men zegt dat de ene dag om twaalf uur overgaat in de andere. Wanneer beide wijzers bovenaan de klok staan wordt er een onderscheid gemaakt tussen morgen en vandaag, tussen vandaag en gisteren. Bij twaalf uur ligt de grens.

Maar wat nou als gisteren en vandaag vloeiend in elkaar overlopen? Bepaalde gebeurtenissen laten de grens verdwijnen, omdat er op dat moment belangrijkere dingen zijn dan tijd. Wanneer is de dag dan voorbij?

Als er niemand meer op straat is? Als er nergens licht meer brandt, als alle kaarsjes uit zijn? Als iedereen slaapt (of doet alsof)? Als de glazen leeg zijn, de muziek uit, als het overal stil is? Als er alleen nog maar foute belspelletjes op tv zijn? Als de uil tevoorschijn komt, als de haan kraait dat het zover is?

Of pas als je zelf je ogen sluit na een leuke avond?

#43 BLURRED SKYLINE

IMG_6907

Vandaag begon onze dag wederom op het strand. Echter begon de lucht al snel te betrekken en besloten we ergens anders onze dag te besteden. We reden naar een mall, zo’n super Amerikaans winkelcentrum. En niet zomaar één: het was enorm. Eenmaal aangekomen op de (ook enorme) parkeerplaats, bleek dat de rest van Miami ook besloten had een dagje te gaan winkelen. Natuurlijk. Het was zaterdag. Ben ik de enige die tijdens vakanties nooit weet welke dag van de week het is? Ondanks de drukte waren we blij dat we niet op het strand gebleven waren. Net toen we een parkeerplekje gevonden hadden, begon het te gieten en de komende uren zou het dat blijven doen. Eenmaal binnen waren er een paar dingen die opvielen: rare Amerikaanse winkels (je eigen servies beschilderen terwijl je ervan aan het eten bent… Ja, origineel is het wel) en erg afwisselend winkelpubliek. Er werd veel Spaans gesproken, dat had ik niet verwacht. En: het rook overal naar popcorn. Misschien leek het alleen maar zo doordat ik nog niet geluncht had, dat zou ook kunnen. Het bracht me in ieder geval wel op een idee, namelijk om ’s avonds naar de film te gaan. Natuurlijk was er een bioscoop – een winkelcentrum zonder een theater met 24 IMAX zalen kan je niet écht een winkelcentrum noemen. Volgens de Amerikaanse maatstaven dan. Het werd The Grown Ups 2. In de categorie ‘films die eigenlijk nergens over gaan’ was het de beste die ik ooit gezien heb. Wanneer je me zou vragen om het verhaal uit te leggen, zou me dat niet lukken. Gelachen heb ik wel. Op de terugweg probeerde ik nog een Miami by night foto te maken, maar dat mislukte… een soort van. Want ik vind deze blurred skyline ook wel iets hebben.

#191 HONGKONG BY NIGHT

Zoals beloofd, Hongkong by night. Ik vind het zo mooi, ik zou er bijna mijn gordijnen voor openlaten ’s nachts. Het ziet er bijna onecht uit, alsof er een fotoprint op het raam is geplakt. Ik weet dat het niet zo is, en je kan het ook zien doordat er continu wel ergens een lichtje knippert, of door de glinsterende weerkaatsingen in het water. Maar als ik schaamteloos in mijn onderbroek op de kamer rondhuppel besef ik toch niet echt dat er ook mensen mijn kant op zouden kunnen kijken. Nou zit de ene helft te ver weg om mij echt te kunnen zien, en de andere helft… ach, het zou wel heel onwaarschijnlijk zijn als ik één van hen ooit nog eens zou tegenkomen.