Love

LOVE: BRAID AND BEANIE

Braid and Beanie1

Ik leen regelmatig spullen van mijn mama. Voornamelijk sjaals, maar ook hemdjes, t-shirts en schoenen. (Al heb ik daar vaak achteraf spijt van. Zij heeft namelijk 38,5 en ik 39,5… Dat voel ik wel aan mijn voeten, aan het einde van de dag.) Ik vraag het altijd netjes wanneer ik iets wil lenen en het mag ook bijna altijd. Soms blijkt dat mama beter niet had kunnen toestemmen, omdat er dingen  bij mij zo favoriet worden dat ze (bijna) in mijn kast in verdwijnen. Deze keer kon het ook niet anders. ‘Jij mag ‘m ook lenen hoor,’ zei ze toen ze in Arosa een nieuwe muts kocht. Ja, dan vraag je erom. En dat wist mama blijkbaar ook. Het was de maandagochtend na de vakantie, ik ging naar school. ‘Mam, mag ik die muts?’ riep ik door het trapgat. ‘Ik had ‘m al in je kast gelegd.’ klonk er terug. Ze kent me te goed. Bij de eerste keer dat ik de muts opzette was ik verkocht. Heerlijk zacht, warm maar niet té, niet kriebelig, niet te stijf. Een beanie hoort naar achteren te hangen, en dat doet hij. Het is de perfecte muts voor mij. En mocht het op een dag nou echt tegenzitten, je bent er helemaal klaar mee… Dan kan je ‘m altijd nog over je hoofd heen trekken.

Braid and Beanie2

Hij staat ook bij alles. Ik was laatst wat dingen aan het passen, en steeds dacht ik: ‘Oh, dat is leuk met die muts!’ Niet gek: eigenlijk is alles leuk met die muts. Alleen qua haarstijl heb ik een duidelijke voorkeur, namelijk een vlecht aan de zijkant van mijn hoofd. Misschien is het omdat ik het mooi vind staan, misschien omdat ik sinds kort eindelijk zelf een vlecht kan maken. Ik weet het, het is belachelijk dat ik dat als vijftienjarige nog niet kon. Ik deed wel eens een poging, maar dan werd het meer een soort rolletje in plaats van een vlecht. Van mijn achtste tot mijn twaalfde heb ik kort haar gehad, misschien ligt het daaraan? Nee, dat is onzin. Ik heb gewoon nooit zin gehad om er een kwartier op te oefenen om het te kunnen. Mama deed het altijd en dat was voor mij eigenlijk prima. Ik vind het wel lekker wanneer er iemand aan mijn haar frummelt. Maar wat nou als ik straks op mezelf ga wonen? Wat moet ik dan als ik mijn haar in een vlecht wil? Ik kon het maar beter nog een keer proberen. Wonder boven wonder lukte het! (Of eigenlijk niet echt ‘wonder boven wonder’… Zo moeilijk is het niet, ik was gewoon te lui om het te proberen.) Nog niet zo strak en soepel, maar oefening baart kunst. Gelukkig hoef ik het gefrummel aan mijn haar niet te missen. Voor het serieuze invlechtwerk moet ik nog steeds bij mama aankloppen – daarvoor moet ik nog even door oefenen

Ik heb besloten om ‘This week in…’ voortaan op maandag te plaatsen, anders is het zo’n gehaast steeds op de laatste dag van de week!

LOVE: GOOGLE

scan

Google is mijn held. Waarom? Om te beginnen is het een zeer handige startpagina. Hoezo? Je hebt toch zo’n zoekbalkje rechts bovenin je scherm? Maar zoals ik al eerder op mijn blog heb gezegd: ik ken mezelf. Wanneer ik Nu.nl, Twitter of Facebook instel als mijn startpagina is daar altijd wel iets interessants te zien. Vooral bij de ‘Opmerkelijk’ pagina van Nu.nl kan ik lang blijven hangen. ‘Middelbare scholieren moeten intekenen voor wc-papier’, ‘Dieven stelen voor 50.000 euro aan chicken-wings’ of ‘Begrafenisstoet rijdt door drivetrough’. Zeg nou zelf, wanneer je zoiets leest, wil je daar toch meer over weten? Oké, misschien ook niet. Ik wel, in ieder geval, dus wanneer ik dan voor school iets moet opzoeken ben ik zo een half uur verder. Google als startpagina is  mijn oplossing. Ik ga namelijk niet bewust zoeken naar nieuws over een vermiste schildpad die al dertig jaar op zolder zit. Het nieuws op die opmerkelijk pagina is zo… opmerkelijk, dat ik het niet eens kan bedenken.

Google is dus handig tegen de afleiding, wanneer ik bezig ben voor school. Maar ook tijdens schoolopdrachten kan het hulp bieden. Bij Frans, bijvoorbeeld, zijn we bezig met een uitwisseling. Hiervoor sturen we mailtjes aan kinderen uit het Franstalige gebied van België. In het Frans dus. Leuk om te doen, maar heel diep gaat het allemaal niet. Dat krijg je ervan wanneer je alleen maar voorgekauwde zinnetjes uit je boek leert. Ik kan bijvoorbeeld zeggen ‘Moet je het kaartje afstempelen?’ (Il faut composter le billet?). Ook kan ik mijn voicemail instellen in het Frans (Laissez-moi un message après le bip sonore.). Maar woorden die een zin een beetje lekkerder laten klinken, beter laten lopen, die staan er niet in. Dingen als ‘in ieder geval,’ ‘maar goed,’ of ‘ik weet niet hoe het met jou zit’ zijn niet aanwezig op de Pages Jaunes, de woordenlijsten in mijn boek. En daar komt Google weer om de hoek kijken. Translate! En ik verdenk mijn correspondentiemaatje ervan dat zij het ook gebruikt (‘Ikk ben heel blij van een e-mail te krijgen , ik wacht er heers lang op :)’ Maar ik mag niets zeggen natuurlijk, mijn Frans zal ook verre van foutloos zijn. Ik denk dat we hard gaan lachen samen, op de dag van de uitwisseling.)

scan0001

En dan nog even in het kort waarom ik het zo geweldig vind. Google Maps helpt me bij mijn gebrek aan richtingsgevoel. Daarnaast wordt je, wanneer je via Google Maps een route plant van Japan naar Hawaï, doodleuk verteld om even de Grote Oceaan over te kajakken. Dat je snake kan spelen wanneer je een YouTube-filmpje aan het laden bent (want dat is tegenwoordig ook van Google.) De aparte Doodles waarin ze hun logo veranderen op belangrijke dagen (zoals daar zijn: de 150e verjaardag van de metro, 9 januari, of Chinese Valentijnsdag, 23 augustus. Om maar even wat te noemen). Dat Google alles weet. Iets wat ik altijd nog een keer wil invullen bij een werkstuk: Bron: Google. (Oei, oei, oei, als er één manier is om mijn docent Nederlands op de kast te krijgen…)

En nou weet ik wel dat Google eigenlijk een groot gemeen bedrijf is, wat je gegevens opslaat en daar veel geld aan verdient. Dat je door hen steeds banners van de Zara op je scherm kijkt, omdat ze weten dat je hun webshop hebt bezocht. En dat je daardoor spullen van de Zara gaat kopen en Google daarmee op de één of andere manier de wereld gaat overnemen. Maar jongens, dat is nu nog allemaal niet aan de hand. Voor nu is Google mijn held.

LOVE: LITTLE THINGS THAT MAKE ME HAPPY

IMG_0374

– Dat ik na dagen (maar het lijkt wel maanden) de blauwe lucht weer heb gezien. Hartstikke leuk hoor, al die sneeuw, maar als het verandert in spiegelglad ijs op de weg ben ik er wel een beetje klaar mee. Zondag werd mijn wens beantwoord, door de komst van een hele hoop regen. Tsja… Het ene kwaad had plaats gemaakt voor het andere. Ik zag mezelf al nat en bibberend op school komen de volgende dag. De koele maar blauwe lucht deze ochtend maakte me dus erg blij. En toen ik het na gym erg warm had en buiten de zon scheen had ik bijna het idee dat het lente was. En ook al is het niet waar, toch wordt ik er vrolijk van.

IMG_7724

– Een schoon, nieuw, wiskundeschrift. (Ik heb het dus niet over wiskunde zelf, hè. Niet dat ik het zo’n ramp vind, maar gelukkig word ik er niet van.)

– Blog-gerelateerde dingen: heel veel leuke reacties, nieuwe (onbekende) bezoekers, stijgende cijfers. En – totaal onbenullig, maar toch: wanneer je ‘milou’ + mijn achternaam intypt op Google, er ‘blog’ achter verschijnt.

IMG_7727

– Dit briefje wat ik kreeg van een jongen uit mijn klas. Heeft geen verdere uitleg nodig, toch?

– Onverwachte leuke dingen. Ik heb vandaag kinderen uit groep acht rondgeleid op onze school. Ik stond niet ingeroosterd, maar er werd iemand ziek. Dat is natuurlijk niet leuk, maar dat betekende wel een extra rondleiding voor mij. Het is echt zo leuk om te doen. Door de school wandelen, dingen vertellen die voor mij heel logisch lijken maar dat absoluut niet waren toen ik zelf in groep acht zat. Ik herken mezelf ook wel terug in die kinderen. Vaak zijn ze nogal druk van opwinding, constant vragen afvurend. Maar als ze dan een lokaal binnenlopen om even te kijken, durven ze vaak niet zo ver. Het zijn toch allemaal ‘grote kinderen’ die daar vlak voor je zitten. En dat er steeds net iets te hard ‘Ahh, wat schattig!’ geroepen wordt, helpt natuurlijk ook niet echt. Tegen ons lijken ze echter alles te durven zeggen. ‘Zijn er veel knappe jongens op deze school?’ Aan de andere kant komen ze dankjewel zeggen na de rondleiding. En dan kan ook ik het niet laten te denken: ‘Nahh. Wat schattig.’

– Complimentjes van onbekenden. Tijdens zo’n rondleiding lopen er ook ouders en leerkrachten mee en ook zij stellen natuurlijk vragen. Nadat we de route hadden afgewerkt sprak één van de ouders mij nog aan omdat ze nog met wat vragen zat. Ik probeerde alles zo goed mogelijk te beantwoorden, daar ben ik voor op dat moment. Het gesprek ging van het één over in het ander, en eindigde met een hoop complimentjes. Dat ik het zo leuk vertelde allemaal, dat ik goed in mijn schoenen stond en dat dat te zien was. Dat ik zo te horen heel bevlogen bezig was met de dingen die ik deed. ‘Maar ga nu maar pauze houden, hoor!’ Een beetje verbaasd maar ook blij liep ik weg.

Zo verandert een doorsnee maandag in een dag die ik me zal herinneren, om al deze kleine dingetjes.