Kiezen

#279 WHAT I WANT

IMG_3742

Laatst vertelde ik al dat ik bezig ben met een project. Ik ben er heel enthousiast over, en het zorgt ervoor dat er één vraag is die steeds in mijn hoofd aanwezig is: welke studie wakkert dat enthousiasme in mij aan? Ik heb nog anderhalf jaar om erachter te komen. Aangezien de grootste clichés vaak toch waar zijn, zal de tijd voorbij vliegen. En dan moet ik kiezen.

Industrial Design

Al eerder schreef ik over de studie Industrial Design. Er was nog niets besloten, maar het leek me een goede optie. Ik kon mijn creatieve ei kwijt, het had te maken met mensen en ook nog met techniek. Dan zou ik iets doen met alle bèta-kennis die ik in de bovenbouw had opgedaan. Want zoals je misschien weet, koos ik zo’n anderhalf jaar geleden voor een vakkenpaket met biologie, scheikunde, natuurkunde en wiskunde B. Dat leek me een verstandige keuze, aangezien ik met dat profiel me voor alle studies kon aanmelden.

Wanna-be-bèta

Spijt heb ik er niet van. Ik haal prima cijfers (ook omdat ik mezelf er inmiddels van overtuigd heb dat een zeven daadwerkelijk een prima cijfer ís. En zelfs een zes mag af en toe. Ja, dat is een overwinning voor mij). Vakken als aardrijkskunde en geschiedenis mis ik niet. Wel had ik het mezelf makkelijker gemaakt door daarvoor te kiezen, denk ik. Ik ben gewoon een talig persoon, en wist me altijd goed door die testen heen te kletsen. Wanneer ik moet gaan rekenen, willen de getalletjes echter nog wel eens gaan duizelen voor mijn ogen. ‘Waar ben ik nou eigenlijk mee bezig,’ vroeg ik me in de eerste weken steeds af, wanneer ik de molariteit van een oplossing of de zwaartekracht evenwijdig aan de helling berekende. Ik moest er behoorlijk wat moeite voor doen, en dat was ik niet gewend. Met alle gevolgen van dien. (Die mag je zelf invullen.) Nee, mijn favoriete vakken zijn het niet. Het is soms zo abstract dat ik het nut er niet meer van in kan zien. Pas wanneer mij duidelijk wordt wat die reacties in de praktijk veroorzaken, begin ik het interessant te vinden. Maar daar scoor je geen punten mee op je test.

Omdat het kan

En dan kom ik weer terug bij Industrial Design. Het creatieve aspect vind ik enorm leuk. En ik weet ook wel dat ik het kan, dingen maken. Dat doe ik elke dag. Maar wanneer het gaat om producten, wordt het een heel ander verhaal. Die moeten namelijk ook een functie hebben, afgezien van ‘gewoon mooi zijn’ of ‘een verhaal vertellen’. Het moet werken, het moet iets doen. En daar komen natuurkunde en wiskunde om de hoek kijken. Want dat moet je dan snappen. Het écht snappen, en echt kunnen. En het vooral echt interessant vinden, want anders worden het drie lange jaren. Ik zou toch wel gek zijn om daar dan voor te kiezen. Alleen omdat het kan.

Nachtelijk advies

Maar ergens vind ik het zonde. Om eindexamen te doen in die vakken en ze vervolgens verwaarlozen. Met verschillende mensen heb ik het hier al over gehad, en één van hen kwam met een advies dat me aan het denken zette. Het was tijdens de werkweek, een uur of twee ’s nachts. Alle bruggers lagen in bed en de meeste docenten ook. Ik zat nog beneden, met een paar mini’s en twee leraren. We praatten over studies, wat we dachten te gaan kiezen. Ik vertelde over mijn plannen, mijn twijfels en het feit dat ik het zonde zou vinden om niets met die bètavakken te doen. ‘Waarom zou het zonde zijn?’ zei één van de docenten. ‘Die kennis heb je toch? Wat houdt je dan tegen om een totaal andere richting in te gaan?’ Kortom: waarom zou ik niet gaan doen wat ik écht wilde?

Wat ik wil

Een goede vraag, waarop ik verschillende antwoorden kan geven. Het eerste: omdat ik nog niet weet wat ik echt wil. Iets wat me gelukkig maakt, dat heb ik al wel besloten. Anderen kiezen misschien voor een studie waarmee ze grootse dingen kunnen bereiken of veel geld kunnen verdienen. Mij lijkt het geweldig om elke dag datgene te kunnen doen waar ik plezier uit haal. Ook omdat ik op die manier het meeste kan betekenen voor de mensen om mij heen. Met welke studie ik dat kan bereiken, weet ik nog niet. Maar als ik in grote lijnen denk en puur kijk naar waar ik blij van word, weet ik het heel goed: ik wil iets creatiefs. Ik wil verhalen vertellen. Ik wil de wereld om me heen vastleggen doormiddel van tekst, film en fotografie. Of juist hele nieuwe wereldjes creëren, op een manier zoals niemand ze ooit gezien heeft. Zodat mensen gaan nadenken, zich verwonderen of dat ze simpelweg blij worden van hetgene wat ze zien. Zonder wiskunde of biologie. Om uit te vinden wat voor studie daarbij hoort, zal ik moeten gaan kijken, meelopen en dan beslissen wat mij het beste lijkt. Lekker op mijn buikgevoel kiezen, zonder rationele afwegingen.

Wat me tegenhoudt

Zo klinkt het heel eenvoudig, waardoor ik me afvraag waarom ik me eigenlijk nog druk zou maken. Als ik heel eerlijk ben weet ik dat wel. Er is namelijk nog iets dat me tegenhoudt om te doen wat ik echt wil. En dat is onzekerheid. De vraag of wat ik doe wel goed genoeg is. Over anderhalf jaar om toegelaten te worden, later om daadwerkelijk elke dag dat te kunnen doen waar ik zo blij van word.

Er is datgene wat ik kan en datgene wat ik wil. Het voelt alsof ik daartussen moet kiezen. Maar dan is er één ding dat vergeten wordt. Namelijk dat ik een keuze mág maken. Dat ik de luxe heb om te kunnen kiezen voor datgene wat mij het beste lijkt. Dat ik momenteel nog niet weet wat dat is, moet ik dan misschien maar voor lief nemen.

En om nog even de link te leggen met de foto van vandaag: het duurde een half uur om hem te maken. Dus ook dat hield me bezig. 

CONVINCING WORDS

IMG_8057

Ik zit nu in de derde klas. Eigenlijk heeft dit jaar één centraal thema, namelijk de profielkeuze. Aan de ene kant vind ik het wel leuk. Ik kan de vakken kiezen die ik het liefste doe, zit niet meer in een vaste klas en die afwisseling spreekt me wel aan. Aan de andere kant is het ook wel erg lastig. Want wat nou als je bijna alles ‘wel leuk’ vind? Ik besloot om maar gewoon de vakken te kiezen die me het meest aanspraken. Maar ook dat bleek geen optie: bij bepaalde profielen horen bepaalde vakken, of je die nou leuk vindt of niet.

Ik ben niet de enige die het lastig vind. In mijn klas wordt er natuurlijk veel over gepraat en ook met vriendinnen heb ik het er vaak over. Wat is leuk, wat is verstandig? Welke oudere broer of zus heeft nog een nuttig advies? Laatst zat ik met een vriendin te kletsen en ook toen kwam het onderwerp weer ter sprake. Ze had eindelijk een idee wat ze wilde. Vol enthousiasme begon ze te vertellen. ‘En dan kies ik dus dit, en dit en dat erbij.’ Ik bekeek haar lijstje. ‘Oké, ja leuk! Maar je mag nog een vak kiezen, hè?’ Ze keek verbaasd. ‘Hoezo, nog een vak?’ Ik keek nog eens en telde. ‘Je hebt nu zes vakken gekozen, maar het worden er straks zeven.’ Ze maakte een wegwuivend gebaar met haar hand. ‘Oh, dat hoeft van mij niet hoor. Ik vind zes wel genoeg!’ Tsja, als het eens zo makkelijk was…

Deze week begonnen de voorlichtingen per vak. Elke leraar houdt een praatje over zijn of haar vak. De opbouw kan ik inmiddels dromen. Eerst het vak inhoudelijk: welke onderwerpen worden behandeld, verandert er veel ten opzichte van de onderbouw? Dit onderdeel verschilt per vak, aangezien de inhoud van elk vak anders is. Maar dan volgt er een soort promotiepraatje, en die komen eigenlijk allemaal op hetzelfde neer. Een greep uit de uitspraken:

‘Dit vak is anders dan de andere vakken.’ (Ja inderdaad. Alle vakken hebben een andere naam en gaan over een ander onderwerp. Dat is een bekend feit.)

‘Je hebt er heel veel aan om dit vak te kiezen.’ (‘Maar meneer, het is in principe voor geen enkele studie verplicht, toch?’ ‘Nee… nee, dat is waar.)

‘Het is écht van groot belang dat jullie hier heel goed en serieus over nadenken. Het is een hele belangrijke keuze, voor de rest van je leven.’ (Bedankt voor deze geruststellende woorden.)

‘Dit is wel echt een vak waar je je best voor zal moeten doen.’ (Wat denken ze dat ik daarop ga zeggen? ‘Oh, laat dan maar zitten.’?)

‘Dit vak zou eigenlijk voor iedereen verplicht moeten zijn.’ (Maar dat is het niet. We moeten kiezen. Daarom bent u hier, weet u nog?)

Ook vanuit mijn klas kwamen opmerkingen waar ik af en toe om heb moeten lachen.

‘Krijg je veel huiswerk?’

‘Ik weet het echt niet, hoor. Ik wordt wel gewoon zwerver.’

‘Welke docenten krijg je waarschijnlijk?’ (Die knappe aardige of die oude chagrijnige?)

‘Kan je het nog laten vallen?’

Oh, we hebben ook zo’n fantastische werkhouding, en zijn zo gemotiveerd met z’n allen!

Naast bovenstaande uitspraken kwamen al mijn docenten met een overtuigend verhaal. Even sloeg bij mij de twijfel toe. Had ik niet te vroeg gekozen? Maar wanneer ik dan dacht aan nóg drie jaar aardrijkskunde, of zeven uur wiskunde in de week… Dan wist ik het weer. Gisteren was het zover. Ik was bij iedereen langs geweest: mentor, decaan, leerlingencoördinator, roostermaker, docenten. Ik had goed over mijn keuze nagedacht en besloot het nu maar in te leveren. Dan was ik er vanaf. Ik gaf het formulier aanmijn mentor. Ik heb nooit wakker gelegen van deze keuze, maar toch luchtte het wel op. Ik ging zitten. ‘Zo, ben je eruit?’ vroeg een klasgenoot achter me. ‘Ja,’ zei ik, en ik vertelde wat ik had gekozen. ‘Oké, mooi profiel hoor. Maar wat wil je eigenlijk worden later?’

Ik besloot om maar even niets te zeggen.