Illusie

DE ILLUSIE

Zaal 2 van Frascati. Samen met een een huisgenoot zit ik bij Love for Love, een voorstelling van de Theatertroep. Vier spelers houden een dialoog, tot die wordt onderbroken door een telefoon op de eerste rij.

‘Oh, neem maar even op, hoor,’ mompelen ze in koor richting de schuldige. ‘Dit is wel een beetje de crux van het hele stuk, maar geeft niet.’

Het geluid is gesust – ze gaan verder alsof er niets is gebeurd.

Naar voorstellingen gaan is iets waarvan ik zeg dat ik het vaker moet doen, om het vervolgens niet te doen.

(In dezelfde categorie: een taart bakken, een hele dag in mijn agenda leeg laten, mijn kamer écht goed schoonmaken in plaats van halfslachtig een stofzuiger er doorheen halen.)

Maar 2020 lijkt in dit opzicht een goed jaar te worden. In de afgelopen maanden zat ik al zeven keer in een zaal, voor stand-up, kleinkunst en traditioneel theater. De Theatertroep leerde ik kennen op de Parade, een festival dat de podiumkunsten voor mij een stuk minder statisch heeft gemaakt. De voorstellingen zijn in tenten en dat wordt meestal niet ontkend. Soms is er een lek, regelmatig is het bloedheet, of zit het publiek op het podium uit ruimtegebrek. Er wordt mee of omheen gespeeld, er worden grappen over gemaakt.

Buiten dat festival gaat de Theatertroep op dezelfde voet verder: ze vertellen een fictief verhaal en zullen dit nergens proberen te verbergen. Binnenkomend publiek wordt begroet, enkele spelers zijn nog bezig zich om te kleden achter een decor waar je zo doorheen kijkt. Ditmaal is het een rij deuren die eruit zien alsof ze net in elkaar zijn getimmerd. Wanneer iemand moet niezen, klinkt het ‘gezondheid’, als er een glas kapotvalt, pakt een van de spelers er rustig een bezem bij.

‘Wat knap dat ze al die teksten uit hun hoofd weten,’ hoorde ik een rij achter mij, na het applaus. Hoewel dat ook mijn respect verdient, ben ik vooral onder de indruk van hoe er gereageerd wordt op alles wat niet valt voor te bereiden. Zelf zou ik licht op tilt slaan bij een onverwachte gebeurtenis – een vergeten zin, een telefoon die afgaat. Deze acteurs implementeren het in wat ze spelen. Het publiek wordt daarmee onderdeel van het verhaal. Dit kan heel letterlijk (ieh, participatie!), maar ook al door te erkennen dat wij er zijn, dat iedere vertolking per definitie anders zal worden, dóór ons. Zoals een zin uit het stuk zei: ‘De waarheid ligt aan uw kant van de zaal.’

Een andere dag, een ander toneel. In de Stadsschouwburg in Utrecht speelt Peter Pannekoek. Ook hij sprak ons direct toe en week af van zijn bedachte lijn, toen twee laatkomers de zaal in kwamen. Toch was er meer afstand, door theatrale formaliteiten: een opkomst met applaus, een onzichtbaar publiek in een donkere zaal. Aan het einde brak hij de regels. Er was een staande ovatie, maar hij gebaarde ons te gaan zitten.

‘Ik ga niet aflopen en dan opnieuw opkomen, dat vind ik altijd zo’n onzin. Dus ik wil jullie gewoon even bedanken voor het komen.’

Ergens middenin zijn verhaal refereerde hij al naar een moment na de voorstelling. ‘Dan zien jullie me door de foyer lopen en denken jullie allemaal: hij is inderdáád heel klein.’

De zaal liep leeg, we dronken nog wat. De cabaretier passeerde ons op weg naar de uitgang, zijn witte tenue omgewisseld voor een onopvallende winterjas en dito rugzak.

Wij hielden ons aan het script – mijn moeder zei: ‘Oh, hij is wel écht heel klein!’, ik siste: ‘Mam, niet zo hard!’

Terwijl ik buiten afscheid nam van mijn gezelschap, verbrak Peter Pannekoek nogmaals de illusie: hij stapte op een ov-fiets en verdween de Nobelstraat in. Een uitverkochte schouwburg, maar gewoon met de trein naar huis.

Love for Love van de Theatertroep speelt nog in verschillende steden, tot en met 11 april: hier een linkje!

(Voor Peter Pannekoek hoef ik geen promotie te maken, want die heeft volgens mij zijn hele tournee uitverkocht. Ik heb wel erg gelachen, dus als je nog gaat, veel plezier!)