Guus Meeuwis

#8 GROOTS

IMG_7175

Groots, dat was het eerste wat ik zag toen ik het stadion betrad. Gigantische letters vormden het décor voor een derde concert van Guus Meeuwis. De sfeer was mij dus al bekend: hordes uitgelaten mensen. En bier, héél veel bier. Voor ons ontstond wat commotie omdat mensen het over zich heen kregen. Tsja, als je daar niet tegen kan moet je eigenlijk niet naar zo’n stadionconcert gaan. Ik keek naar het veld en lachte om de variatie aan spullen waarmee mensen zichzelf bedekten tegen het vallende bier: van poncho’s in allerlei kleuren tot plastic zakken en zelfs winterjassen. Iedereen was vrolijk en zong luidkeels mee. Ook ik stond echt te genieten. ‘En straks komt Racoon,’ sprak papa naast me, alsof het niets was.’Wat?!’ Echt?! Hoe weet je dat?’ Ik ben groot fan van hun muziek, ‘Racoon Live’ staat dan ook al behoorlijk lang op mijn bucketlist. En nu zou ik het mee gaan maken, zonder het van tevoren te weten. Het volgende halfuur was ik behoorlijk opgewonden. En daar waren ze dan. ‘We hebben één Nederlands nummer,’ sprak leadsinger Bart. ‘Jaaaaaa!’ riep ik. Mijn favoriete nummer werd ingezet: Oceaan. Ik keek om me heen. De sfeer was bijna magisch. Het stadion werd gevuld met het geluid van één enkele gitaar en het gezang van duizenden mensen. Het schemerde, velen ontstaken hun aanstekers of gebruikten het flitslicht van hun mobiel. Een zacht briesje blies in mijn gezicht, het kippenvel stond op mijn blote benen. Het was zó mooi. En ik zal bekennen: ik heb gehuild. (Maar sssht, niet doorvertellen, want niemand heeft het gezien.)

#160 GROOTS MET EEN ZACHTE G

Toen we de tassencontrole gehad hadden (‘En, mocht je alles houden?’ riep Babs keihard) en onze stoeltjes geclaimd keek ik rond in het stadion. Het gaf me echt zo’n ‘wauwgevoel’. En het was ook echt ‘wauw’. Een bomvol stadion, mooi weer en natuurlijk Guus. In eerste instantie dachten we niet te gaan staan (we zaten bijna bovenin en konden dus alles goed zien, maar één van ons had hoogtevrees en de rest vond het eigenlijk ook wel eng), maar uiteindelijk stonden we gewoon mee te springen en natuurlijk  te zingen/juichen/lalala-en. De jongere mensen deden enthousiast mee met Gers Pardoel, terwijl de oudere generatie helemaal los ging bij The Golden Earring (‘Wie?’ zeiden wij na hun aankondiging). Het werd donkerder, en het concert was afgelopen. Ik wist dat ze ons net lang genoeg gingen laten wachten om eraan te gaan twijfelen, maar Guus kwam natuurlijk nog terug. Hij zong Brabant en zei: ‘Aan alles komt en einde, dus nu ook. Of toch niet!’ en we gingen nog vrolijk even door. Eenmaal thuis had ik geen stem meer en plakten mijn schoenen van het bier. Ken je dat gevoel wat je hebt na een lange dag zwemmen? Dat je dan in bed ligt, en nog steeds op het water lijkt te dobberen. Dat gevoel had ik vandaag ook, maar dan net iets anders. Hoewel het in huis doodstil was, ging in mijn hoofd het feest nog even door. ‘Lalaaa, lalalalalalaaa!’