Friesland

#226 TAKE IT OR LEAVE IT

IMG_6516

Dingen die ik mee naar huis nam na een week zeilen: een koffer vol vuile was. Een geüpdatet vocabulaire. (Nieuw in versie 3.2: de populairste woorden onder de Randstedelijke hangjeugd en als bonus: een Gooische R.) Ten minste één paar sokken dat niet van mij is. Twee liedjes die ik de komende week niet meer uit mijn hoofd krijg: ‘Salsa Tequilla’ (elke ochtend om 08.00 uur) en ‘Heerlijke Dag’ van Wolter Kroes (ik ga niet eens proberen dat uit te leggen). Een heleboel fijne herinneringen.

Wat ik in Friesland achterliet: een roze vliegenmepper. Wat Brabantse uitdrukkingen. (Met stip op één: goeie toelie.) Mijn stem. En tenslotte kon ik het derde CWO-diploma nog niet meenemen. Maar daar kom ik volgend jaar voor terug.

#225 FRIESE FAÇADES

image

De laatste zeildag was enkel genieten. We maakten een dagtocht naar Sneek Heeg Woudsend. De plannen werden steeds gewijzigd omdat het ’s middags zou gaan onweren. Natuurlijk heeft het niet geonweerd – maakt niet uit, wij hadden het toch wel leuk. En bovendien lijken al die plaatsen wel een beetje op elkaar, zo ontdekte ik vandaag. Zowel Sloten als Woudsend als Heeg zien eruit als prehistorische dorpjes. Ten eerste is de sfeer bijna té idyllisch en vervolgens is het er compleet uitgestorven. Ik zou bijna verwachten dat de muren om zouden vallen wanneer ik er tegenaan leunde, omdat ze gewoon van bordkarton gemaakt blijken. Net Disneyland, waar gehele straten enkel façades zijn.

Ook de winkels zijn ongeveer hetzelfde. Er is altijd een friettent, een bruin café waar je kan plassen en een drogist voor handcrème, vaseline en roze vliegenmeppers. Dan heb je de supermarkt, waar de plaatselijke hangjeugd op hun fietsen leunt en met elkaar wauwelt in een Fries accent. Dat was het wel zo’n beetje. In Woudsend bleek echter nog een andere winkel te zitten, die we bij toeval ontdekten. (Of eigenlijk verdwaalden we op weg naar de supermarkt.) Het was een snoepwinkel, die goed van pas kwam nadat we gehoord hadden dat toppers Wendela en Naomi geslaagd waren voor CWO 3. In eerste instantie wilden we taart halen, maar het werden twee chocolademedailles. Er was een iets grotere kans dat die de terugreis zouden overleven. 

Een terugreis die heel leuk was, overigens, mede omdat we een stuk met de spinnaker vaarden. Maak je niet druk als je niet weet wat dat is – dat deed ik tot een jaar geleden ook niet. Laat het me uitleggen. Een spinnaker is een zeil dat je voor het grootzeil hijst. Je kan er alleen ruime koersen mee varen, dus waarbij de wind ongeveer recht van achter komt. (Inderdaad, net als bij van die piratenschepen.) Het ding bolt dan helemaal op en zorgt ervoor dat je wat harder gaat. En daarnaast ziet het er gewoon awesome uit. 

We zeilden lekker door en kwamen in Sloten, waar we vanaf een brug raketjes toegeworpen kregen van een andere instructeur. Hij had zijn cursisten door laten varen en was zelf snel naar de supermarkt gerend. Vlak voordat we onder de brug doorvoeren, vielen er vier ijsjes naar beneden. (Drie op de boot, één in het water. Maar hij kon nog gered worden.) Het waren erg welkome ijsjes, trouwens, want het was warm. We probeerden nog iets te bedenken voor de Bonte Avond, maar dat wilde niet echt, dus schoven we het lekker voor ons uit. 

Na het eten hadden we een laatste theorieles, die niemand echt serieus nam. Het was toch al duidelijk wie het gehaald had, en wie niet. Ik heb wel heel erg gelachen. Die les duurde dus maar eventjes, waardoor we alle tijd hadden om te bedenken wat voor act we die avond gingen doen. ‘We’ bestond uit de meiden van kamer twee en zes instructeurs. Die laatsten wisten dat zelf nog niet, maar dat leek ons des te leuker. Een paar uur later werd ons vermoeden bevestigd.

Weer een paar uur later waren we terug op kamer twee, na een avond zoals ik verwachtte dat die zou zijn. Ik kan niet echt uitleggen wat het zo leuk maakt. De Bonte Avond is grotendeels enorm flauw, soms heel aandoenlijk (twee jongetjes die ‘Hakuna Matata’ zongen, maar de tekst niet meer wisten. Ik smolt.) Daarna dansen en zingen, op muziek die varieert van dance tot carnavalsmuziek. We hielden nog een kleine afterparty op de gang, maar werden toen toch echt onder lichte dwang onze kamers in geduwd. Van slapen kwam het nog niet. Te gezellig en bovendien: morgen gingen we weer naar huis. Moe waren we sowieso wel. Dan konden we van die laatste nacht maar beter nog een tijdje genieten. 

#224 DAY FOUR AND A FATAL FALL

20140814_203012

Het was dag vier en ook wel een beetje de dag van de waarheid. We hadden een paar dagen hard getraind, in de hoop CWO 3 te halen. Merel en ik schatten onze kansen vanaf het begin al niet zo hoog in. Voor het derde diploma moet je een behoorlijk niveau kunnen halen, wat niet héél makkelijk is wanneer je maar één week per jaar zeilt. Daarnaast moet je een heus theorie-examen maken en ‘afvaren’. Ja, ja, some serious shit. Vandaag zouden we te horen krijgen of we überhaupt op examen mochten. We moesten allemaal oefeningen doen en… Het was niet zo’n succes, laat ik het zo zeggen. Het wilde allemaal niet, en dan stonden er ook nog eens allemaal mensen vanaf de kant toe te kijken. Merel en ik probeerden onze bootgenootjes zo goed mogelijk te assisteren, maar dat was het dan ook. Het verbaasde ons dan ook niet toen we ’s avonds te horen kregen dat we niet mochten afvaren. We zouden vrijdag een dagtocht maken en lekker genieten van de laatste dag. Helemaal prima.

(Of, zoals mijn vader zei: ook wel goed dat iets je eens niet in één keer lukt.)

(Niet geheel onbelangrijk: twee lieverds die bij mij op de kamer sliepen mochten wél afvaren. Blijdschap en trots, dat begrijp je.)

Dag vier was ook de dag waarop mijn telefoon een fatale smak maakte. Het scherm was nog redelijk intact, maar ik kon het wel ongeveer uit de behuizing lepelen. Overbodig te zeggen dat hij het niet meer echt deed. Ik besloot toch te proberen mijn ouders in te lichten. Zo van, hee, hoi, met mij alles goed maar mijn telefoon is kapot dus verwacht radiostilte. Dit ging niet bepaald gemakkelijk. Met man en macht probeerde ik een samenhangend verhaal te typen, maar het enige wat ik kon versturen waren losse letters en halve woorden. Ik gaf het op en ging met Merel’s telefoon aan de slag om het thuisfront te informeren. Mijn eerdere pogingen waren bij hen echter niet onopgemerkt gebleven. Mijn moeder had gereageerd: of ik soms dronken was. Zo erg was het dus.

Uit angst het alleen maar erger te maken, durfde ik het ding nergens meer mee naar toe te nemen. De rest van de week bevond ik me dus in een social media-isolement. Gelukkig bevond ik me in het echte leven op een plek waar ik niet eens kon poepen zonder dat iemand het merkte. Met andere woorden: ik hoefde me niet alleen te voelen. 

’s Avonds mochten we alleen het water op, zonder instructeur dus. Het was windstil. Gelukkig maar – ik begon me al zorgen te maken dat we eens níét zouden hoeven peddelen tijdens het vrij zeilen. (Want even terug in de tijd: in 2012 en 2013 waren de omstandigheden precies hetzelfde.) (Oh, wel fijn dat ik inmiddels het fenomeen ‘alinea’s’ ontdekt heb, vinden jullie ook niet?) Normaal had ik van de situatie gebruik gemaakt om foto’s te maken, maar nu niet want oh ja mijn telefoon was kapot. Lang leve mijn kamergenootjes, die mij zonder miepen hun telefoon leenden. Dat ik mijn tijd niet meer kon verspillen aan Instagram en Whatsapp was tot daar aantoe. Maar de foto van de dag moest gewoon genomen worden. 

Het werd de zonsondergang. Origineel hè? Vond ik ook. Maar ik was gewoon niet zoveel met de foto’s bezig deze week. Sowieso was ik met niet zoveel bezig deze week. Theorie voorbereiden, 30 seconds spelen, lol trappen met kamer twee, iets verzinnen voor de Bonte avond en voornamelijk: zeilen. Dat waren de dingen waar ik aan dacht. Soms is het zo druk in mijn hoofd, dat ik wilde dat ik mijn gedachten af en toe stil kon zetten. Tijdens een week zeilen lijkt me dat te lukken. En ik vind het heerlijk. 

#223 NOT SURE

IMG_6497

Door de combinatie ‘veel doen en weinig slapen’ bevind ik me op zeilkamp een beetje in een roes. Ook is er sprake van een bepaalde routine, waardoor elke dag er een enigszins hetzelfde uitziet: het lied waarmee je om acht uur uit je bed getoeterd wordt, de momenten waarop je eet, met wie en waar je dan ongeveer zit. Dit alles maakt dat ik achteraf gezien soms niet meer weet wat er nou op welke dag gebeurd is.

Ik gok dat het woensdagochtend was. We maakten de boot klaar voor vertrek. We trokken onszelf de box uit, terwijl de rest nog druk bezig was met reven. Op één of andere manier is dat altijd het streven: als eerste wegvaren en als laatste weer aanleggen. Niemand spreekt het ooit uit, maar toch is het zo. Goed, we hadden het dus weer geflikt vandaag, maar daarna ging het alles behalve soepel. We lagen nog in de sloot en zelfs daar waaide het al extreem hard. Het zeil hijsen is een hele opgave wanneer het wind vangt, snap je? Met drie man hingen we aan het lummelbeslag (zo heet het echt – ik heb het ook niet bedacht), maar het wilde niet baten.

Opeens hoorde ik een motor brommen. Ik keek achterom en zag dat het die van ons was. ‘Het gaat toch niet zó slecht?’ vroeg ik, aangezien de motor eigenlijk alleen maar aangaat bij wijze van laatste redmiddel. ‘Nee,’ sprak onze instructeur, terwijl hij ons in volle vaart terug richting de zeilschool stuurde, ‘het onweert.’ Door al het gedoe met het zeil hadden we geen flits gezien of klap gehoord. Fijn dat Dennis wel oplette. Met een mast van acht meter is een sloot tussen de weilanden niet bepaald de ideale plek om te zijn. Met het oog op bliksem en zo.

De regendruppels vormden stralen toen we weer aanlegden. We renden naar binnen, waarbij ik nog even hard op mijn gat ging op de gladde houten steiger. Gelukkig had niemand het gezien, want iedereen zat alweer hoog en droog – toen het onweer losbrak waren zij nog niet eens vertrokken.

Aan de foto te zien werd het later die dag beter. Maar dat kan ik dus niet met zekerheid zeggen.

#222 ALL THE WAY OVER THERE

IMG_6488

Dinsdagmiddag, lunchpauze in de zon na een verregende ochtend op het water. Na paprikafrietjes en een bezoekje aan de supermarkt waren we weer op weg naar de boot.

‘Wacht heel even, dan maak ik een foto.’

‘Oh, we willen erop!’

Ik wilde nog zeggen dat je hen waarschijnlijk tóch niet zou zien, maar ze waren al weg.

Dus, pak je vergrootglas erbij en aanschouw: mijn schatjes op een brug in Sloten.

#221 BEAUFORT FIVE

IMG_6480

Gisteravond constateerde ik dat ik nog nooit eerder met zoveel wind gezeild had. Vandaag waaide het twee keer zo hard. Wederom reven dus, ook wel het zeiloppervlak verkleinen en dus minder wind vangen. Ik vond het altijd een beetje laf – hoe sneller, hoe beter, toch? Vandaag werd mijn mening hierover voorgoed bijgesteld. Zelfs met een dubbel rif ging de boot eng schuin. Als in: het-water-komt-tot-aan-het-dek-schuin. Hou-je-alsjeblieft-vast-anders-flikker-je-overboord-schuin. 

Er viel niemand overboord, maar toch werden we behoorlijk nat, met dank aan meerdere regenbuien. Tijdens voorgaande jaren heb ik mijn zeilpak nauwelijks gedragen, maar nu ontkwam ik er niet aan. Sowieso prefereer ik inmiddels een droge kont boven een hippe outfit. Want of het nu regent of niet, op een boot wordt je kont altijd nat. Bovendien is dat pak lekker warm en het zit heerlijk. Dat je er – ik citeer –  ‘volkomen seksloos uitziet in zo’n ding’ vergeet ik voor het gemak maar even.

(Al maakt dat het niet minder waar.) 

We bleken het zeilen niet verleerd te zijn. Zolang je rechtdoor kan varen is er ook eigenlijk geen kunst aan. Pas wanneer de situatie verandert, wordt het lastig. Sommige dingen zijn onvermijdelijk: wegvaren, aanleggen en het hijsen en strijken van het zeil. Dit moet je kunnen, anders kom je nergens. Dan zijn er de dingen waarvan je hoopt dat ze niet voorkomen. Die in de praktijk ook niet gebeuren. Maar mocht de boot toch eens vastlopen in de blubber of het riet, mocht er een man overboord vallen/springen… Nou, dan weten we hoe we het volgens het boekje op moeten lossen.

(En mocht ook dat niet lukken, dan is er altijd nog de motor.)

’s Avonds was het tijd voor theorie. Zoals ieder jaar, maar dan anders. In plaats van (met een half oor) te luisteren, moesten we nu zelf les gaan geven. En wel over het welbekende en o zo interessante Binnenvaart Politie Reglement, ook wel het BPR.  Enórme lol gehad, dat snap je. Nee, maar het was wel zinvol. Tenslotte kan je alleen iets uitleggen wanneer je het zelf helemaal snapt. En dan wilde ik het ook nog op een enigszins interessante manier overbrengen. Voor zover dat gaat met vaarreglementen, natuurlijk.

De rest van het avondprogramma bestond uit sport en spel. En onweer. Een potje pesten, potje kletsen. Op een tijdstip waar ik de volgende ochtend spijt van zou hebben viel ik in slaap, nog deinend op golven die alleen in mijn hoofd bestonden.

#220 SUNSET/STORM

IMG_6471

Het was zondagmiddag, iets na tweeën. Twee koffers, een dekbed, een slaapzak en twee paar regenlaarzen werden in de kofferbak van de auto geduwd. Twee enthousiaste kinders op de achterbank, twee ouders voorin. Lange, rechte wegen. Een hoop windmolens, een hoop schapen. Bij de derde koe links. Na een jaar keerden Merel en ik terug naar Friesland.

We waren vroeg, maar dat was ook de bedoeling. Onder het genot van een muziekje pakten we onze spullen uit. Ik legde alles op nette stapeltjes in de kast, nog niet wetend dat ik die avond al, tijdens mijn zoektocht naar ‘die ene grijze trui’, alles overhoop zou gaan gooien.

(‘Die ene grijze trui’ die ik thuis in de kast had laten liggen, overigens. Duurde wel even voor ik daar achter kwam.)

Na een klein uurtje was de bende van ellende compleet. Dat wil zeggen: de meisjes met wie ik vorig jaar boot & bed heb gedeeld. (Nee, oké, boot & kamer. Maar dat klinkt minder leuk.) We wachtten in spanning af wie onze vijfde roomie zou zijn en vulden de tijd met ‘wat als’-scenario’s. Het juiste zat er niet tussen. (‘Wat als onze nieuwe kamergenoot een enorme lieverd blijkt te zijn?’) De vier meiden van kamer vier werden de vijf meiden van kamer twee.

In een jaar kan veel gebeuren, dus we hadden elkaar een hele hoop te vertellen. Het gesprek begon op de kamer, zette zich voort tijdens het eten en op de boot, toen we ’s avonds nog even het water op gingen. We ontmoetten onze instructeur voor de week, en ook hij leek heel relaxed. Wisten wij veel.

(Grapje.)

Er waaide een behoorlijke wind. Voor ons scheen de zon, achter ons pakten dikke onweerswolken zich samen. Eenmaal terug aan wal was de lucht donkergrijs. Terwijl we proostten op een mooie zeilweek brak de hemel open.

Ik voelde me heel snel weer thuis. Daar waar het ruikt naar zelfgemaakte soep en natte zeilpakken. Waar het geluid van rammelend bestek de eetzaal vult wanneer er op de tafels geslagen wordt, op het ritme van de luidkeels gezongen liedjes. Ergens in Fries weiland, waar alles altijd is zoals het was.

#71 PINK WAVE

IMG_3233

Zaterdag opruimdag. Maar niet voor half negen – we mochten namelijk een half uurtje langer uitslapen. Super. Rond een uur of twee ’s nachts had ik al een groot deel van mijn koffer ingepakt. Vraag me niet waarom. Ik denk dat ik gewoon erg veel energie had op dat moment. Vanochtend was ik er in ieder geval erg blij mee. Ik hoefde alleen nog maar mijn toilettas te pakken en de laatste spullen uit verschillende hoekjes en gaatjes te trekken. En toen was het wachten tot half elf – kregen we dat diploma, of niet? Door de week heen waren we er niet te veel mee bezig geweest. Ons best doen, dat was het plan. Meer invloed konden we er ook niet op uitoefenen. En het was maar goed dat er niet te veel stress is geweest. We haalden namelijk alle vier ons diploma. Nummers werden uitgewisseld, knuffel hier, kusje daar. ‘Tot volgend jaar!’ en dit keer meenden we het. Met z’n vieren willen we ook het volgende diploma halen. Een fijne groep maakt namelijk heel veel uit. We werden uitgezwaaid met een roze vliegenmepper, de schapen en windmolens maakten langzaamaan plaats voor het Brabantse landschap. Naast me vielen twee ogen dicht. Ook bij mij zou het niet lang meer duren voor het Brabantse landschap zou plaatsmaken voor het zwart van mijn oogleden.

#70 NOT SAILING BUT SINGING

IMG_3214

 

Op deze laatste zeildag maakten we een tochtje naar Heeg. Onze instructeur vertelde dat hij daar lang niet geweest was, omdat of de wind niet meewerkte, of zijn cursisten niet. Doen we toch iets goed, dachten wij met het oog op CWO-2. ‘Misschien laten we de oefeningen vandaag wel zitten, omdat jullie het toch niet meer gaan halen.’ Met een kleine deuk in het zelfvertrouwen gingen we verder. Nee hoor, het is algemeen bekend dat instructeurs nooit iets vertellen, tot zaterdagochtend half elf. We kunnen dus alleen maar afwachten. Met een een stuk of zeven boten legden we aan in Heeg. Een groot deel van die groep kende ik wel – wanneer je knakworstjes opwarmt op elkaars gasstelletje ontstaat er al snel een warme band, dat snap je. Toch viel vandaag de vraag ‘Hoe heten jullie eigenlijk?’ ook nog wel eens. Beter laat dan nooit, laten we het daar op houden. De weg terug naar de zeilschool had vrij weinig met zeilen te maken. Vanwege verschillende omstandigheden moesten we een heel stuk op de motor varen, wat natuurlijk niet leuk is in een zeilboot. Het gaf ons wel de tijd om onze act voor de bonte avond voor te bereiden. Vorig jaar begonnen we daar een half uur van tevoren mee, maar nu waren we vanaf dinsdag al bezig geweest met het schrijven van een eigen liedje. De motor maakte meer lawaai dan wij, dus konden we luidkeels oefenen. De avond zelf was weer super, met goed voorbereide en geimproviseerde acts, liedjes en vooral heel veel geflauwekul over en weer. Daarna was er feest, waarbij ik mijn laatste beetje stem gaf. Morgen had ik hem toch niet meer nodig.

#69 PRACTICE, PLEASURE AND A LITTLE PUSH

IMG_3225

 

Vanochtend werd ik wakker door een streep zonlicht die tussen de gordijnen doorscheen. Normaal zou ik daar misschien niet blij mee zijn, om acht uur ’s ochtends. Nu was ik al lang blij dat we vandaag waarschijnlijk droog zouden blijven, als de lucht zo blauw zou blijven als hij nu was. En dat deed hij. Mooi, want er was vandaag geen tijd voor kloteweer. Onze dag op het water bestond voornamelijk uit oefenen, oefenen, oefenen. Om je eerste diploma te halen hoef je er volgens mij alleen maar voor te zorgen dat de boot niet zinkt. (Nee hoor, dat is niet waar. Maar dat eerste diploma heb ik gehaald, terwijl ik achteraf niet echt het idee had dat ik het een beetje onder de knie had.) Voor CWO-2 ligt het iets anders. Er zijn een paar reeksen met handelingen die je snel achter elkaar moet kunnen uitvoeren. Wanneer één handeling uit de reeks mislukt, klopt je oefening eigenlijk al niet meer. En dan probeer je het dus nog een keer. Vandaag vond ook de introductie van Henk plaats, een boeitje met anker dat eindeloos overboord werd gedonderd. Na onze eerste pogingen om hem op te halen, was Henk of onthoofd, of al lang onderkoeld wanneer hij uit het water getakeld werd. Naast het oefenen van man over boord, legden we zo’n twintig keer aan. Eerst op een ‘virtuele wal’ (‘Maar dat lukt niet bij mij, want dan is er geen druk.’), vervolgens hogerwal (‘Boem is ho, dames’), lagerwal en dan nog een paar keer extra omdat er iemand moest plassen. Want als je toch al aan het oefenen bent, kan je maar net zo goed gebruik maken van de situatie, toch? ’s Avonds gingen we vrij zeilen, wat echt precies hetzelfde verliep als vorig jaar: nul wind. We moesten ook nog een rif in ons zeil leggen, ook wel het zeil kleiner maken, ook wel nóg minder wind vangen dan je al deed. En dus niet vooruit komen. Maar wat ook hetzelfde was als vorig jaar: het was heel erg gezellig, we hebben erg gelachen. De lol ging nog even door toen het plan ontstond om te gaan zwemmen. Om tien uur ’s avonds. In een koude sloot. Nee, ik heb vriendelijk bedankt, maar het was wel leuk om te zien. Ik kon het natuurlijk niet laten om iemand een klein zetje in zijn rug te geven. (Hij vroeg er echt om. Hij stond met zijn tenen al helemaal over het randje.) Met alle gevolgen van dien natuurlijk: een achtervolging door het weiland, tackel op het gras en toen lag ik zelf bijna in het water. Gelukkig heb ik best wat overtuigingskracht en kon ik met droge haren naar bed.