Frans

#53 MONSIEUR IBRAHIM

IMG_9609

Voor Frans moet ik een boekje lezen. Het heet ‘Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran. Dit is de eerste zin: ‘A onze ans, j’ai cassé mon cocon et je suis allé voir les putes.’ In het Frans klinkt dat misschien heel chique. Maar eigenlijk gaat het over een jongetje van elf die zijn spaarvarken kapotslaat en zijn geluk gaat zoeken bij de dames van lichte zeden. Daarnaast wordt hij door zijn vader beschuldigd van diefstal, en besluit hij het daarom ook maar te gaan plegen. Bij de kruidenier steelt hij conservenblikjes, om de dag eentje. Ik denk dat ik niet de enige ben die hier al een hoop vraagtekens bij zet.

Het verhaal wordt verteld door Moïse, de hoofdpersoon. Je leest wat hij denkt, inclusief rare flashbacks en hersenspinsels. J’avoue que, toute la unit j’avais imaginé monsieur Ibrahim assis sur la pointe d’un croissant d’or et volant dans un ciel étoile. Nadat ik dan een paar woorden uit zo’n zin heb opgezocht, denk ik: ‘Nee, dit kan er niet staan. Dit is gewoon heel raar.’ Maar dan blijk het toch echt te gaan over monsieur Ibrahim, gezeten op de punt van een gouden croissantje, vliegend door de sterrenhemel. Ik had het zelf niet kunnen verzinnen.

Tenslotte verschijnt Brigitte Bardot nog en is de chaos compleet. Dit gebeurt allemaal op bladzijde één tot en met elf. Er zijn nog zo’n 30 bladzijdes te gaan. Ik houd mijn hart vast voor wat er daarin nog gaat gebeuren.

L’ÉCHANGE

scan

Een tip voor als je ook ooit zo’n collage wilt maken: check eerst of de Belgische vlag nou rood-geel-zwart is of zwart-geel-rood. Het zou je een hoop tijd kunnen besparen. ;)

Na een tijdje heen en weer gemaild te hebben was het zover: de uitwisseling met Frans. Met het vak Frans, bedoel ik. De correspondenten waren Belgisch, uit het Franstalige deel. Voor de uitwisseling van één dag kwamen ze naar mijn school toe. De eerste drie uur zat ik gewoon in de klas. Op de helft van het derde mochten we gaan, maar het leek onze docent beter om meteen te vertrekken. ‘Anders zouden we de les toch alleen maar verstoren.’ Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

Ik wachtte samen met de anderen in de aula, met uitzicht op straat. Er kwam een bus aanrijden. De spanning steeg. De deur ging open. ‘Jaaa, daar komen ze! Oh, ze zijn allemaal veel ouder. Kijk, kijk! Ik zie de van mij al!’ Rustig, lieve klasgenootjes. Het zijn mensen, geen aapjes in een kooitje. Met z’n allen liepen we naar buiten. Het leek wel geregisseerd. Uit het andere gebouw kwam een groepje leerlingen, wij voegden ons bij hen. Samen stelden we ons op tegenover de Belgische uitwisselingsstudenten, die op een kluitje bij elkaar stonden. Er zat ongeveer vijf meter plein tussen ons in. Ik besloot me eens heldhaftig op te stellen en stak over.

Al snel had ik mijn e-mailvriendin gevonden. Laat ik haar Cecile noemen. Ik tikte haar op de schouder. ‘Bonjour…. j’ai….. tu as…. mijn hemel, euhmm….’ Op papier is mijn Frans behoorlijk. Ik kan mijn hele dagprogramma opschrijven, vertellen over shopsessies (in kledingwinkels of supermarkten), op reis gaan met de trein, het vliegtuig of met de auto. In theorie dus, hè. In de praktijk bleek het allemaal wat anders en moest ik het eerste half uur steeds 30 seconden nadenken voordat ik iets zei. Er vielen dus behoorlijk wat stiltes. ‘C’est un petit peu…’ Ik zocht naar het goede woord. Cecile glimlachte verlegen. ‘Embarrassement?’ ‘Oui.’

Ik en een groepje klasgenoten gaven onze correspondenten een rondleiding door de school. Met z’n alleen hadden ze een stuk meer praatjes, dat bleek wel. Constant had ik het idee dat ze over ons praatten en ons stiekem uit aan het lachen waren. In gebrekkig Frans probeerde ik wat te vertellen over de school. Ici, c’est le couloir pour les cours exactes. Biologie, chimie, physique… De vleugel van de exacte vakken heeft een afgrijselijke gifgroene vloerbekleding. Het doet bijna pijn aan je ogen. Het wordt ook wel ‘de groene hel’ genoemd. Maar ja, leg dat maar eens uit in het Frans. L’horreur vert?

Er stonden verschillende dingen op het programma, onder andere spelletjes. We speelden pesten en deden ‘Wie is het?’ (‘Tu est un garçon? Tu as un chapeau?’) Ook deden we een soort hints, maar dan met plaatjes. Op één van die plaatjes was Kuifje, ook wel Tin Tin, te zien. Al snel kwamen ze erachter dat ik Milou heette, net als, jawel: het hondje van Kuifje. In België heet hij geen Bobbi. Vroeger had ik een t-shirtje van het witte hondje. Daarnaast stond ‘Milou’. Ik was er heel trots op. Deze specifieke dag iets minder.

Je kon er donder op zeggen dat het volgende ging gebeuren. Het was alleen even afwachten wanneer. Tijdens een creatieve opdracht was het zover: we leerden onze correspondenten de woorden die niet in de lesboeken staan (en vice versa). We hielden het nog behoorlijk netjes, hoor. ‘Tu est un pannenkoek.’ ‘Oui, oui, je connais ça! C’est…’ Hij keek nadenkend naar zijn buurman. ‘une crêpe!’ Dat snapten ze natuurlijk niet. Waarom zou je iemand noemen naar iets wat je op kunt eten? We hadden niet echt zin om de hele gebeurtenis met Marco van Basten uit te leggen. Volgende woord. ‘Tu est un koekwaus!’ Tot nog niet zo lang geleden kenden de meeste Nederlanders dit woord ook niet, denk ik. Tot de New Kids het introduceerden doormiddel van hun films. (Behalve het woord koekwaus hebben die films niet echt een goede indruk achtergelaten over Brabant. Even voor de duidelijkheid: we zijn niet allemaal zo. ;)) Onze Franse correspondenten leerden ons ook wat van hun vocabulaire. We zijn er alleen nog steeds niet achter wat het allemaal precies betekent. Uit voorzorg gebruik ik hun termen dan ook maar niet.

Na een sportieve activiteit namen we afscheid. ‘Bon voyage, et au revoir à deux semaines!’ Vele meisjes schrokken toen hun (mannelijke) correspondenten hen zoenden bij het afscheid. Oh ja, dat is heel normaal in Frankrijk (en in België dus blijkbaar ook). Maar toen één van de Nederlandse meisjes haar correspondent een derde zoen wilde geven, werd het écht een luchtkus. Ze was even vergeten dat drie maal alleen in ons landje de gewoonte is. De jongen in kwestie heeft het denk ik nooit geweten – hij was al weg.

* Fouten in de Franse (en/of Nederlandse) teksten voorbehouden.

LOVE: GOOGLE

scan

Google is mijn held. Waarom? Om te beginnen is het een zeer handige startpagina. Hoezo? Je hebt toch zo’n zoekbalkje rechts bovenin je scherm? Maar zoals ik al eerder op mijn blog heb gezegd: ik ken mezelf. Wanneer ik Nu.nl, Twitter of Facebook instel als mijn startpagina is daar altijd wel iets interessants te zien. Vooral bij de ‘Opmerkelijk’ pagina van Nu.nl kan ik lang blijven hangen. ‘Middelbare scholieren moeten intekenen voor wc-papier’, ‘Dieven stelen voor 50.000 euro aan chicken-wings’ of ‘Begrafenisstoet rijdt door drivetrough’. Zeg nou zelf, wanneer je zoiets leest, wil je daar toch meer over weten? Oké, misschien ook niet. Ik wel, in ieder geval, dus wanneer ik dan voor school iets moet opzoeken ben ik zo een half uur verder. Google als startpagina is  mijn oplossing. Ik ga namelijk niet bewust zoeken naar nieuws over een vermiste schildpad die al dertig jaar op zolder zit. Het nieuws op die opmerkelijk pagina is zo… opmerkelijk, dat ik het niet eens kan bedenken.

Google is dus handig tegen de afleiding, wanneer ik bezig ben voor school. Maar ook tijdens schoolopdrachten kan het hulp bieden. Bij Frans, bijvoorbeeld, zijn we bezig met een uitwisseling. Hiervoor sturen we mailtjes aan kinderen uit het Franstalige gebied van België. In het Frans dus. Leuk om te doen, maar heel diep gaat het allemaal niet. Dat krijg je ervan wanneer je alleen maar voorgekauwde zinnetjes uit je boek leert. Ik kan bijvoorbeeld zeggen ‘Moet je het kaartje afstempelen?’ (Il faut composter le billet?). Ook kan ik mijn voicemail instellen in het Frans (Laissez-moi un message après le bip sonore.). Maar woorden die een zin een beetje lekkerder laten klinken, beter laten lopen, die staan er niet in. Dingen als ‘in ieder geval,’ ‘maar goed,’ of ‘ik weet niet hoe het met jou zit’ zijn niet aanwezig op de Pages Jaunes, de woordenlijsten in mijn boek. En daar komt Google weer om de hoek kijken. Translate! En ik verdenk mijn correspondentiemaatje ervan dat zij het ook gebruikt (‘Ikk ben heel blij van een e-mail te krijgen , ik wacht er heers lang op :)’ Maar ik mag niets zeggen natuurlijk, mijn Frans zal ook verre van foutloos zijn. Ik denk dat we hard gaan lachen samen, op de dag van de uitwisseling.)

scan0001

En dan nog even in het kort waarom ik het zo geweldig vind. Google Maps helpt me bij mijn gebrek aan richtingsgevoel. Daarnaast wordt je, wanneer je via Google Maps een route plant van Japan naar Hawaï, doodleuk verteld om even de Grote Oceaan over te kajakken. Dat je snake kan spelen wanneer je een YouTube-filmpje aan het laden bent (want dat is tegenwoordig ook van Google.) De aparte Doodles waarin ze hun logo veranderen op belangrijke dagen (zoals daar zijn: de 150e verjaardag van de metro, 9 januari, of Chinese Valentijnsdag, 23 augustus. Om maar even wat te noemen). Dat Google alles weet. Iets wat ik altijd nog een keer wil invullen bij een werkstuk: Bron: Google. (Oei, oei, oei, als er één manier is om mijn docent Nederlands op de kast te krijgen…)

En nou weet ik wel dat Google eigenlijk een groot gemeen bedrijf is, wat je gegevens opslaat en daar veel geld aan verdient. Dat je door hen steeds banners van de Zara op je scherm kijkt, omdat ze weten dat je hun webshop hebt bezocht. En dat je daardoor spullen van de Zara gaat kopen en Google daarmee op de één of andere manier de wereld gaat overnemen. Maar jongens, dat is nu nog allemaal niet aan de hand. Voor nu is Google mijn held.