Fotografie

EEN THEEDRINKEND FIGUUR OP DE ACHTERGROND

9R7A4751

Nu ik sinds een halfjaar mijn rijbewijs heb, rijd ik regelmatig naar Amsterdam. Dat gaat me prima af, op één deel van de route na. Wanneer de weilanden verdwijnen en er steeds hogere kantoorgebouwen langs de weg oprijzen, moet ik ervoor waken mijn concentratie niet te verliezen. Wanneer ik er rijd op een moment waarop het al donker is, maar de mensen nog niet naar huis zijn, branden er duizenden lichten achter duizenden ramen. Waar werken op zo’n kantoor voor mij een schrikbeeld is, vind ik de aanblik van die gebouwen des te mooier.

Ik dwing mezelf mijn blik op de weg te richten, maar denk wel: hier wil ik naar terug. En zo begin ik mijn vakantie bovenaan een trap naast het spoor, tussen de kantoorgebouwen. Of zoals Mart zegt: ‘De meeste mensen fotograferen de grachtenpanden, maar jij gaat naar de Zuidas.’

9R7A4746

Ik voel me een indringer, terwijl ik door een telelens de kantoren binnenkijk en vastleg. Maar er is ook veel wat ik niet zie. Misschien is dat wat me zo aantrekt aan dit tafereel: de silhouetten die zich aftekenen achter de ramen staan symbool voor meer. Achter ieder raam bevindt zich een individu met een eigen verhaal. Een verhaal vol geluk, verdriet, liefde, haat, vriendschap en jaloezie. Een verhaal dat ik nooit zal kennen.

9R7A4779

Dagelijks kruisen we tientallen, honderden tot duizenden mensen. We delen ons leven met hen, al is het maar door de ruimte waarin we ons tegelijkertijd bevinden. Wanneer zij verdwijnen uit ons zicht, weten we niet meer waar ze heen gaan, of waarom. Ze verdwijnen uit ons leven, en daarmee verdwijnt dat van hen – zo lijkt het. Want soms overvalt me het besef dat ze verdergaan. Dat er op dit moment zeven miljard levens worden geleefd, met eenzelfde complexiteit als het mijne. Van de meeste heb ik geen weet. Van de rest wordt het verhaal beperkt tot enkele woorden: ‘vrouw naast wie ik in de file stond’. ‘Man die me inhaalde op zijn elektrische fiets.’

9R7A4730

Maar andersom geldt precies hetzelfde. Voor duizenden mensen zijn we slechts een medereiziger in de trein, een theedrinkend figuur op de achtergrond. Een meisje bovenaan een trap naast het spoor, in het donker tussen de verlichte kantoorgebouwen.

NOG EVEN OVER VWO 5

Processed with VSCOcam with b1 preset

Het is niet de eerste keer dat ik dit zeg: ik leef in schooljaren. Het begin en het einde ervan brengen veel veranderingen met zich mee, en het begin van een schooljaar voelt dan ook – meer dan 1 januari – als een frisse start.

Zo’n laatste schoolweek is voor mij dan ook een moment waarop ik als vanzelf terugdenk aan het afgelopen jaar. Het jaar waarin ik – geheel in stijl van mijn profielwerkstuk – het heft in eigen handen heb genomen wat betreft mijn leven en mijn geluk. Voor de zomer maakte ik er al een begin mee. Het was niet altijd makkelijk, maar dit jaar plukte ik er de vruchten van. Zo vaak heb ik gedacht: wat ben ik blij dat ik weer kan genieten en dat ik dingen weer intens beleef. Want één ding is zeker: dit jaar viel er heel veel te beleven.

The Row

De laatste zondag van de vakantie stond zoals altijd in het teken van roosterstress; heb ik gunstige uren, welke docenten krijg ik en vooral: bij wie zit ik in de les? Ik bleek geplaatst in V5C, een klas vol natuurkundigen en wiskunde B-ers. Daar ben ik er zelf natuurlijk één van, maar zo voelt het voor mij nog steeds niet. Het was een klein klasje, zo’n twintig man, met gek genoeg maar drie jongens erin. Al snel ontstond er een soort van tweedeling. Niks vervelends hoor, maar elke klas kent nou eenmaal kletsers en niet-kletsers. Mogen jullie raden in welke groep ik me bevond… Juist. Met nog zes andere meisjes vormde ik de groep die geregeld geërgerde blikken of wanhopige schuddende hoofden tot zich gericht kreeg. We noemden onszelf ‘The Row’, omdat we steevast in de rechterrij van de klas zaten. Het is aan hen te danken dat ik alle natuurkundelessen heb overleefd. Wat The Row ook heeft veroorzaakt: er hoeft maar één iemand het woord ‘quark’, ‘neutrino’ of ‘energiebalans’ te noemen en ik heb al de slappe lach.

(En zoals je kunt zien, werden er ook de nodige selfies gemaakt. Hierboven een bescheiden selectie.)

1d54008b08e055d9092a032b7a025452

VWO 5 was het jaar waarin ik geacht werd na te gaan denken over mijn toekomst. Omdat ik mezelf ook geregeld afvroeg wat ik nou zou gaan doen, bezocht ik heel wat open dagen. Ik ging naar de TU Eindhoven, de Universiteit van Amsterdam, de Kunstacademie in Utrecht en de Filmacademie in Amsterdam. Daar wil ik volgend jaar nog de Universiteit van Utrecht aan toevoegen, en dan denk ik dat ik er wel uit ben.

Waar school de eerste jaren vooral uit lessen en toetsen bestond, gebeurt er inmiddels steeds meer omheen. Zo organiseerde ik een kerstquiz, samen met vier vriendinnen (en tevens klasgenoten), om op die manier met VWO 5 het jaar af te sluiten. Ik denk dat we tijdens het bedenken van de vragen nog het meeste lol hebben gehad. Naast een aantal serieuze categorieën als ‘nieuws’ en ‘kennis over de school’, ging de rest over uiteenlopende flauwekul: uitspraken die docenten ooit gedaan hadden, bizarre feitjes over medeleerlingen en fotovragen – in welk lokaal staat deze bloempot?

Ik ging naar het gala, waar ik een hele leuke avond had en alvast kon proeven hoe het volgend jaar zou zijn. Verder was ik weer minimentor, hielp ik mee op een themamiddag, deed ik voor de laatste keer mee aan het schooltoneel, leidde ik groep acht rond, maakte ik foto’s bij het theater en rondde ik mijn profielwerkstuk af. Daarnaast maakte ik nog af en toe mijn huiswerk. De sfeer die er rond de meeste lessen hing kon ik heel erg waarderen: minder betutteling, meer ruimte voor discussies en interessante gesprekken. En om gewoon te lachen met z’n allen.

IMG_0757

Het schooljaar 2014-2015 stond ook in het teken van concerten en festivals. Ik ging naar Ben Howard, 538 Kingsday, Pinkpop en het festival van de Volvo Ocean Race, waar Racoon optrad. Bij Ben Howard stond ik helemaal zen te genieten van de muziek die ik al zo vaak geluisterd had. Bij 538 was het juist een kwestie van constant springen met een hele leuke groep mensen. Ook werd ik daar een beetje verliefd op Nielson. (Ik was niet de enige.)

Pinkpop was een ervaring om nooit meer te vergeten. Vooral OneRepublic bezorgde me kippenvel en stiekem ook een paar tranen. Het Volvo Ocean Race Festival is pas kort geleden. Racoon zong naast I Love You More ook Blackbird, één van mijn favoriete liedjes, dus dat stemde me intens gelukkig.

Qua muziek was dit voor mij ook het jaar van Bastille, Ed Sheeran, Chef’ Special, Sam Smith, John Mayer, Lorde, Banks, James Bay en Matt Simons. Die laatste komt in oktober naar Eindhoven (of all places). Het eerstvolgende concert staat dus alweer op de planning!

V52

Dit jaar heeft zich een groep met hele lieve mensen gevormd. Mensen met wie ik kan lachen en huilen, bij wie ik mezelf kan zijn en met wie ik het vooral altijd heel gezellig heb. We hebben dit jaar een hoop gedaan samen: feestjes, spontane avondjes aan iemands keukentafel, Sinterklaas, carnaval en zo kan ik nog wel even doorgaan. Geregeld wordt er gevraagd: wie gaat er mee iets doen vandaag? En wie er dan ook op komt dagen, het is altijd leuk. Liefde voor jullie, toppers!

IMG_3924

Natuurlijk gebeurden er niet alleen maar positieve dingen dit jaar. In september kwam een oud-trainer van mij te overlijden. Hij was nog veel te jong en moest een heel gezin achterlaten. Voor mij was het de eerste keer dat er iemand overleed die echt dicht bij me stond en met wie ik een bepaalde band had. Op die dag schreef ik: “Een zoete foto op een bittere dag. Bitter en zout, als alle tranen die er gehuild zijn. Vanwege het verdriet dat bestaat, omdat jij er niet meer bent. Terwijl juist jij er altijd was.” Het nummer dat op de dienst gedraaid werd, kan ik nog steeds niet horen zonder aan Ralph te denken.

Die avond nog stapte ik in de auto voor mijn eerste rijles. Ik twijfelde of ik wel moest gaan, maar het stond al een tijd gepland en bood me ook afleiding. Vele lessen volgden. In eerste instantie vond ik het heel frustrerend, omdat ik het niet meteen kon. Niet slim om het op die manier te bekijken: natuurlijk kon ik het niet meteen, anders had ik helemaal geen les hoeven nemen. En die frustratie zou me niet verder helpen. Het duurde even voor ik dat doorhad, maar sindsdien ben ik steeds met goede moed achter het stuur gaan zitten. En zoals ik in de vorige post al zei, mag ik bijna op examen. Het heeft even geduurd, maar dat geeft niet. Het resultaat – een rijbewijs – is hetzelfde.

DSC00286

Seminyak

Processed with VSCOcam with g3 preset

Toronto

IMG_4750

Curaçao

IMG_4672

Berlijn

Processed with VSCOcam with g3 preset

Kaapstad

Ik zag een hoop van de wereld, dit jaar. Wanneer ik bovenstaande foto’s zie, kan ik bijna niet geloven dat ik ze zelf gemaakt heb. Want dat betekent dat ik daar geweest ben, op al die geweldige plekken. Dat ik dat kan en mag voelt als een enorm voorrecht. Ik heb zo genoten van alle nieuwe culturen die ik ben tegengekomen en heb naar hartelust kunnen fotograferen, filmen en schrijven over mijn ervaringen. De herinneringen aan al die mooie reizen worden nog regelmatig opgehaald, en ik weet zeker dat ze niet snel zullen vervagen.

9R7A1352

Een hele bijzondere reis maakte ik vanuit school. De reis op zich was mooi: we bezochten Berlijn, Krakau, Auschwitz en Dresden. Maar de mensen met wie ik ging, maakten het extra speciaal. Met z’n allen beleefden we slapeloze nachten, hadden we bijzondere gesprekken, werd er veel gelachen en soms gevloekt na heel wat uren in de bus. We hebben elkaar weer beter leren kennen. En dat geldt voor dit hele jaar, wat mij betreft. We zijn weer meer één groep geworden. En volgend jaar moeten we het echt met elkaar doen: vrienden uit VWO 6 of Havo 5 zijn vertrokken. Gelukkig hebben we allemaal hetzelfde doel voor ogen: slagen. Daarbij heb ik nog een persoonlijke doel voor volgend schooljaar: heel veel lol hebben en genieten, om zo mijn middelbare school tijd op een mooie manier af te sluiten. Aan hen gaat het niet liggen, dat is zeker.

VAN DE WERELD

9R7A2358

Ik was even vergeten dat ik nog niet alles uit Zuid-Afrika gedeeld had hier. Terugkijkend naar deze foto’s lijkt het onwerkelijk dat ik daar was, nog maar een paar weken geleden.

Waar het, wanneer de motor afsloeg, alles behalve stil was. Waar krekelkoren en tientallen vogels klonken. Bladeren ritselend door de wind, of door dieren die hun weg zochten buiten de gebaande paden, zodat we ze niet konden zien maar wel horen.

Midden in de natuur, maar even van de wereld.

9R7A23489R7A23429R7A2363 9R7A2374 9R7A2387 9R7A2407 9R7A2438 9R7A2505 9R7A2524 9R7A2551 9R7A2576 9R7A2595 9R7A2597 9R7A2614  9R7A2649 9R7A2685 9R7A2700 9R7A2704

EEN AANEENSCHAKELING VAN WILLEKEUR

9R7A2949

Kaapstad is een aaneenschakeling van willekeur. Er valt nauwelijks te spreken van een gebied of een wijk. De witte auto’s die de verkeersstroom domineren, vormen één van de weinige verbindende principes in de stad. Niets lijkt bij elkaar te horen – het omslaan van een hoek leidt telkens tot een nieuw, onvoorspelbaar tafereel.

Zoals een jongen die op een straathoek in een panfluit staat te blazen. Spelen kan het niet genoemd worden; hij produceert slechts een reeks valse tonen. Zelf is hij er ook niet tevreden mee. Na nog enkele tevergeefse pogingen gooit hij het ding op de grond en gaat er vastberaden op staan. Hij stampt net zolang met zijn voet tot het zeker is dat de fluit nooit meer muziek zal produceren.

Drie straten verder zijn twee mannen om onverklaarbare reden de verf van verkeerslichten te schrapen. Het geluid van metaal op metaal mengt zich met die van het verkeer. Gele schilfers dwarrelen richting de straatstenen als onbedoelde confetti.9R7A2957

Er heerst verdeeldheid onder de mensen hier. Van apartheid is geen sprake meer, maar voor mij is het voelbaarder dan verwacht. Toch zijn er dingen die hen verenigen. Een taxichauffeur vertelde over de dood van Nelson Mandela, en wat voor impact dat had op het land. ‘Everybody cried – not only black people. Not the white, the Indian, the Chinese, you name it. It were South Africans who cried.’ Mandela is alomtegenwoordig. Zijn beeltenis is te zien door de gehele stad, in de vorm van standbeelden, posters en banieren op gebouwen.

Zoals iedere taxichauffeur ons adviseert (en het een toerist in Zuid-Afrika betaamt) bezoeken we de Tafelberg. Ik kijk met bewondering naar het uitzicht, maar houd steevast een meter afstand van de halfhoge muurtjes die ons er van weerhouden de diepte in te storten. Voor velen moeten ze er toch uitnodigend uitgezien hebben – menig toerist liet zichzelf zittend op zo’n muurtje vereeuwigen, soms zelfs met de armen wijd gespreid. Bij iedere windvlaag hield ik mijn hart vast.

9R7A2939

Ook in de seizoenen is geen eenheid te ontdekken: het is hier afwisselend lente, zomer of herfst. Regelmatig passeren mannen in winterjassen meisjes met ontblote benen. Wanneer de dag ten einde loopt, kan ik ze geen ongelijk meer geven: wanneer de zon laag staat en de wind is gaan liggen heb ook ik behoefte aan wapperende rokjes.

’s Middags streek ik neer op een zanderig trappetje, om daar sokken en schoenen achter te laten. Mijn broekspijpen sloeg ik twee, drie keer om. In de branding speelde ik tikkertje met het water.

(Het water won.)

En dat stemde me, zelfs zonder rokje, geheel tevreden.

9R7A29619R7A2959

DIE DAGEN

9R7A1797

Dit zijn misschien wel de fijnste dagen. De dagen van ’s avonds mijn sandalen klaarzetten, in de hoop dat ik het de volgende dag aandurf ermee door de koude morgen te fietsen. Het is geen winterkou – eerder een veelbelovende frisheid, die de indruk wekt dat het weer zo’n dag zal worden. Zo’n dag waarop alles te relativeren valt door simpelweg naar buiten te kijken.

Op die dagen lijkt er meer tijd te zijn. Het is pas lente, maar nu al ervaar ik zomeravonden die eindeloos voortduren – zoals ze dat nou eenmaal doen. Er is tijd om eens op een willekeurige dinsdag af te spreken, om met vriendinnen te koken of een film te kijken terwijl niemand echt kijkt.

Er ontstaan plannen voor de echte zomer, die even ver weg als dichtbij lijkt. Met bepaalde dingen wil ik niet meer wachten. Vier jaar lang liet ik mijn haren groeien, binnen een half uur lag de helft ervan bij de kapper op de vloer. Een paar dagen voelde ik me Milou, maar dan met kort haar. Inmiddels weer Milou.

Mijn roze teennagels steken fel af tegen het gifgroene linoleum van de door mij zo geliefde bètalokalen. Korte mouwen en kippenvel, want de ramen zijn er altijd open en mijn jas moet aan de kapstok. Maar later op de dag ben ik blij met die zomerkleren, al verbranden mijn bovenarmen een beetje door mijn kanten shirtje heen.

Op school valt er elke dag wel iets te vieren; dan liggen er ballonnen metershoog in de docentenkamer, inmiddels hebben we na drie lesdagen alweer weekend. Pauzes worden voornamelijk buiten gespendeerd. Met wat geluk eindigen de lessen twee minuten eerder, om de kans op een bankje in de zon te vergroten.

Anders gezegd: er is altijd een reden om waterijsjes te halen in een tussenuur. En zo niet, dan zijn de waterijsjes een reden op zich.

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with hb2 preset

DUIZEND

9R7A1891

Dit is het duizendste verhaal.

Een verhaal over smalle zandweggetjes die nergens naartoe leiden, afgezien van een weiland aan weerskanten.

We stapten uit, liepen richting de zon. We baanden ons een weg door takken en over sloten, tot we de rand van nog zo’n weiland bereikten. Mijn zwarte laarsjes zakten weg in de stoffige aarde. Voetstappen doorbraken nu het gestreepte patroon dat daarin zo zorgvuldig was aangebracht.

Over hoe we wachtten tot de zon verder zou zakken en de lucht roze zou kleuren. En dat we ons afvroegen hoe dat eigenlijk kon. Dat ik dat zou moeten snappen, maar niet deed.

(Over hoe het heel sereen had kunnen zijn, ware het niet dat er zich een puppyschool honderd meter verderop bevond. Maar dat kan je op de foto’s natuurlijk niet zien.)

Batterijen raakten leeg en het werd kouder, het was tijd om te gaan. We liepen terug, ik keek nog één keer om. De silhouetten van de bomen staken af tegen een voorzichtig roze lucht.

9R7A1906    9R7A18319R7A19119R7A19629R7A19609R7A1954

LAATSTEN

9R7A1109

Woensdag 11 maart, 09.00

Een nieuwe dag, een nieuwe stad. Goedemorgen Kraków.

9R7A1113 9R7A1116

We bezochten veel locaties waar gefilmd was voor Schindlers List en een synagoge. Daar ontdekten we dat een keppeltje voor de meeste jongens niet veel deed, behalve het veroorzaken van de slappe lach. Een selectief groepje stond het juist weer erg goed, alsof ze het altijd al gedragen hadden.

We hadden pauze, met een groepje meisjes ging ik op zoek naar een plek waar we onze koude handen konden opwarmen aan een kop thee of chocolademelk. Het duurde langer dan verwacht. Pas toen we onze drankjes geserveerd kregen, begrepen we waarom. We hadden in het Engels besteld (mijn Pools is nog niet helemaal op niveau) en vroegen om ‘tea’ en ‘hot chocolate’. Dat laatste was erg letterlijk genomen door degene die ons bediende. Hele repen chocolade heeft die jongen moeten staan smelten. Het resulteerde in kopjes met daarin een donkerbruine substantie die leek op chocoladevla, maar dan warm.

Tegen de tijd dat we onze drankjes kregen, hadden we eigenlijk al terug moeten zijn op de plek waar we een half uur eerder ‘losgelaten’ waren, zoals een van de docenten het steevast noemde. Maar goed, we waren deze week nog geen enkele keer te laat gekomen. Als echte scholieren was het onze taak dat minstens één keer te doen op zo’n reis, dus dat hadden we dan ook maar weer klaargespeeld.

9R7A1163

Ik gaf mijn camera meermaals uit handen aan enthousiaste vriendinnen. En daar kwamen best wat mooie plaatjes uit! (Bovenstaande door Celine.)

9R7A1269

‘Ja, en jij moet zelf ook eens op de foto!’

(Ik heb nu tien van dit soort foto’s van mezelf.)

9R7A1138

De mist maakte plaats voor regen en de fabriek van Schindler bleek gesloten, waardoor er een gat in het programma was. We konden terug naar het hostel of nog even zelfstandig de stad in. Die keuze was niet erg lastig, zeker niet nadat iemand het woord ‘Sephora’ had laten vallen. Ook wilde ik nog een lelijke souvenir inslaan voor bij de verzameling.

’s Avonds liepen we weer richting het grote plein en belandden we bij een Mexicaans restaurantje. We bestelden quesedilla’s, enchilada’s, burrito’s en faghita’s. Uiteindelijk bleek het allemaal ongeveer hetzelfde te zijn, zij het in verschillende vormpjes. Allemaal lekker, dat dan weer wel.

9R7A1258

Fast forward naar Dresden, waar we donderdagavond aankwamen. We besloten dat we die nacht net zo goed niet konden slapen, zodat we tijdens de reis naar huis goed moe zouden zijn. Met zo’n vijftig leerlingen en vijf docenten bezetten we een hele verdieping van het hostel… op een paar kamers na. Stipt tien uur stond er dan ook al een vrouw voor onze kamerdeur die in het Duits begon te tieren. (Of misschien vroeg ze wel heel aardig of we wat zachter konden doen. In het Duits lijkt het nou eenmaal onmogelijk om iets te zeggen zonder boos te klinken.)

De muren waren dun, de sfeer was goed, de nacht was kort. En de morgen kwam vroeg.

9R7A1363

We hadden drie uur in Dresden. Mijn grens wat betreft imposante gebouwen met interessante geschiedenissen was bereikt voor die week. Tijdens de wandeling van het hostel naar de binnenstad kwamen we langs een heleboel winkels – in tegenstelling tot imposante gebouwen met interessante geschiedenissen, hadden we die nog nauwelijks gezien. ‘Ik wil terug naar dat leuke stuk!’ zei vriendin Carmen toen we nog drie kwartier vrije tijd hadden voor vertrek. Zoals jullie ongetwijfeld weten is het met mijn richtingsgevoel niet zo best gesteld. Echter kon zelfs ik bedenken dat je binnen drie kwartier net heen en terug zou kunnen lopen, zonder een winkel van binnen te hebben gezien.  ‘Dan zul je moeten rennen,’ zei ik. Maar Carmen had haar zinnen erop gezet. ‘Ja, en?’

(Zei ging ervoor, ik paste ervoor.)

9R7A1352

Natuurlijk maakten we nog een groepsfoto, zoals dat hoort op zo’n reis. Een geslaagde reis, tevens mijn laatste reis met deze groep mensen. Het eerste ‘laatste’, zoals er nog vele ‘laatsten’ zullen volgen.

Het was zo’n week die ook een maand had kunnen zijn. Er was veel te zien, veel te doen. Ik heb verhalen gehoord die ik dacht nooit te horen en verhalen gedeeld die ik dacht nooit te delen. Ik heb mensen opnieuw leren kennen. (Hoi Celine, hoi Sam!) Ik heb gehuild en gelachen en rillingen over mijn rug gevoeld, van afschuw en geluk. Ik heb in de zon gezeten in een grote stad en op een muffe hostelkamer gehangen met allemaal lieve mensen en gedacht: zo is het goed en zo mag het altijd zijn.

9R7A1228

We gingen nog één keer de bus in. Oh, de bus – die viel zeer zeker in de categorie ‘dingen-die-ik-niet-zal-gaan-missen-wanneer-ik-weer-thuis-ben’. Hoe gezellig en knus het aan het begin van de week ook leek. In de categorie ‘dingen-die-ik-heb-gemist-terwijl-ik-niet-thuis-was’: groente en fruit. We aten bij McDonalds, de enige mogelijkheid op de laatste stop. Ondertussen verlangde ik naar komkommers en kiwi’s, bessen en broccoli.

Terwijl we Nederland naderden, heerste er een rust die gelijk was aan de ochtend dat we er wegreden. Zachte muziek klonk uit een draagbaar boxje. Per tweeën deelden we dekentjes, maar verder waren we allen in onze eigen bubbel. We raasden over wegen zoals we er zoveel gezien hadden die week, echter nu in tegenovergestelde richting. Met onze gedachten waren we overal behalve daar. Langzaam kwamen we thuis.

LITTEKENS

9R7A1065

Dinsdag 10 maart 2015, 06.33

‘Goedemorgen jongens en meisjes. We zijn in Auschwitz.’

Het was niet het meest opbeurende bericht om mee wakker te worden. Ik was echter heel blij dat we er waren, aangezien het betekende dat ik de bus uit kon. De omschrijving van mijn nacht zal ik beperkt houden: ik was ziek. Ziek door vermoeidheid en moe door ziekheid. En dan over Poolse hobbelwegen rijden in een muffe bus, met het idee dat de komende acht uren zo zullen zijn… Het was geen ideale situatie, laat dat duidelijk zijn.

Het complex was nog verlaten en gehuld in mist. We waren vroeg. Sommigen probeerden nog wat verder te slapen, de meesten hadden net als ik behoefte aan frisse lucht en een plek om je tanden te poetsen. Ik wisselde euro’s voor zloty’s en kreeg een handvol muntjes, die ik weken later nog in verscheidene zakken en zijvakjes tegen zou komen.

9R7A1057

Gestaag vulde de parkeerplaats zich met bussen, met daarin veelal scholieren. We werden opgesteld in rijen en kregen headsets aangereikt, waardoor we onze gids zouden horen. Ze leidde ons naar waar onze rondleiding begon. Het was tevens de plek waar dagelijks honderden gevangenen woorden lazen die ze nooit waar zouden kunnen maken: ‘Arbeit macht frei.’

9R7A1082

We waren in Auschwitz 1, het kleinere deel waar de beruchte poort stond en de huizenblokken van steen waren. Veel van die blokken dienden nu als museum, met aan de muren in het geheim gemaakte foto’s en verhalen van jaren geleden. Achter glas lagen voorwerpen die nooit bij hun rechtmatige eigenaren terug zouden komen: bergen schoenen, brillen, koffers. Babykleertjes. Haren, immense bergen ingevlochten haren die bij binnenkomst werden afgeschoren en verzameld. Zodat ze later ‘een beter doel konden dienen’.

9R7A1073

Joodse vrouwen huilden bij de aanblik van de familienaam op een van de ellenlange lijsten, waarmee een poging werd gedaan al die anonieme slachtoffers hun identiteit terug te geven.

9R7A1095

Na een korte busrit kwamen we bij het tweede deel van Auschwitz. Nog meer dan Auschwitz 1 voelde het als een filmdecor. Ik herkende de houten barakken. Echter, het overgrote deel ervan was verwoest – van de meeste stond alleen nog de schoorsteen overeind. Honderden van die bakstenen pilaren stonden verspreid over het terrein, dat in stukken verdeeld werd door hekken van prikkeldraad. Wat nog meer in het oog sprong was de spoorweg. Onder de wachttoren door kwamen de treinen het kamp in. Aan het einde van de oorlog werd het spoor verlengd, zo vertelde onze gids: tot direct naast de gaskamers.

In mij groeide een gevoel dat het midden hield tussen afschuw en schaamte. Meer dan ooit kon ik me voorstellen hoeveel mensen slachtoffer geworden zijn van deze praktijken en hoe vreselijk die geweest waren. Ook besefte ik hoe goed ik het wel niet had, met het feit dat ik alles kon doen en zeggen wat ik wilde. Die vrijheid is zo vanzelfsprekend dat hij nooit bewust gewaardeerd wordt. Op dat moment deed ik dat zeker wel en vroeg ik me af hoe ik nog kon klagen over iets als drukte op school, of – inderdaad – een oncomfortabele busreis.

Diezelfde vrijheid gaf me de kans om daar in Auschwitz te zijn. Om met eigen ogen te zien wat ik slechts uit boeken en films kende. In tegenstelling tot vele anderen had ik ook de vrijheid er weer weg te gaan.

Aangekomen in het hostel in Kraków, stootte kamergenootje Mienke haar hoofd tegen de scherpe punt van een trapleuning. In eerste instantie leek het niet zo erg, maar ’s avonds bleek het toch gehecht te moeten worden. Een aantal uur zat ze te wachten in een Pools ziekenhuis, terwijl de rest van de groep lol trapte op de kamers. Ik bleef achter met ambivalente gevoelens. Het leek bijna ongepast om het heel leuk te hebben na wat ik vandaag gehoord en gezien had.

Het is goed dat ik er geweest ben. Het was goed me eens te realiseren hoe bevoorrecht ik ben met het leven dat ik kan leiden. Maar met schuldgevoelens zou ik niemand verder helpen. Ook de tijd kon ik er niet mee terugdraaien.

ZOALS HET IS

IMG_0980

De wind drijft donkere wolken naar ons toe. Ze onttrekken de gouden lucht aan het zicht. Het blijkt geen loze dreiging. Al snel klinkt het getik van duizenden druppels op de bladeren boven ons.

We lopen, met voor ons uit rennend een hond die denkt dat zij de route bepaalt. (We laten haar in die waan, maar weten beter.) De kou laat mijn wangen gloeien, regen koelt ze weer af. Mijn haar is inmiddels zo onstuimig als het weer. Er zit modder op mijn schoenen en een pootafdruk op mijn broek. Maar het maakt niet uit. Ik hoef alleen maar hier te zijn.

Dus dat is wat ik doe. Ik geniet, van de kou, van de wind – van de geur van de herfst, terwijl de lente al bijna begint.

En dat alles goed is zoals het is.

IMG_0982  IMG_0993IMG_0974IMG_0998