Eindhoven

IK STOND DUS EEN TIJDJE VOOR DE KLAS | EINDHOVEN

Wanneer je terugkomt op een plek waar je een tijd niet geweest bent, kunnen zich verschillende scenario’s voordoen. Zo kwam ik twee jaar na een verhuizing terug in het huis waar ik was opgegroeid, verbaasd over hoe kléín alles was – niet stilstaand bij het feit dat ik zelf een behoorlijke groeispurt had doorgemaakt.

Anderzijds kom je soms ergens terug, om te ontdekken dat alles hetzelfde is gebleven. Zoals op mijn middelbare school in Eindhoven – van de puberstroom in de pauze tot de gifgroene vloerbedekking in de gang. En een jaar na mijn eindexamens begint het eerste uur nog steeds – excuseer – fucking vroeg.

Een donderdagmorgen in april, gapend laat ik heet water in een kopje stromen. ‘Hier mogen eigenlijk geen leerlingen komen, hè.’ Als je met genoeg zelfvertrouwen de docentenkamer binnenloopt, gaat men er vanzelf vanuit dat je daar hoort. Andersom hoef je maar enigszins twijfelend om je heen te kijken, en de conciërge pikt je er zo uit.

Voor iemand die stopte met haar opleiding, bracht ik nog heel wat tijd in de klas door. Beter gezegd: voor de klas. Ik gaf een paar weken les over filosofie, kunst en creativiteit. Bladerend door boeken en kranten, struinend over het internet vond ik mijn thema’s. In koffietentjes vond ik mijn concentratie.

(Deze lessenreeks wordt mede mogelijk gemaakt door Coffee Company Nachtegaalstraat).

Het vierde blok, de vierde klas. Met een kleine twintig leerlingen filosofeerde ik over kunst in de allerbreedste zin van het woord. Wanneer is iets kunst? Wat is het nut ervan?  Wat is het verband tussen Aristoteles en GTST? Welk kunstwerk ken je al jaren, zonder het te weten?  En waarom gaat het steeds weer over dat omgekeerde urinoir?

Veel vragen, weinig antwoorden. Mijn doel met de lessenreeks was niet zozeer duizend jaar kunstgeschiedenis oprakelen. Veel liever wilde ik een nieuwe manier laten zien om naar kunst te kunnen kijken.

(Ik ga nu even mijn eigen lesplan quoten. Sorry daarvoor.)

‘Wanneer je probeert kunst alleen maar te ervaren vanuit je gevoel, ga je voorbij aan een context vol betekenis. Dat lijkt mij zonde. Want juist in die context zal je ontdekken dat kunst ontroerend kan zijn, grappig, bijzonder, irritant of gewoon heel raar. Dat makers hun tijd soms ver vooruit waren, dat ze gedurfde dingen deden, die zelfs nu nog invloed kunnen hebben op hoe wij de wereld zien.

Wél nadenken dus – met al die vragen en antwoorden in je hoofd zal je vanzelf een gevoel ontwikkelen bij bepaalde kunstwerken. En een mening erover. Dat is het leuke: kunst heeft altijd te maken met je eigen interpretatie. Het is als het leren drinken van wijn: hoe meer soorten je proeft, hoe beter je ontdekt wat de verschillen zijn en wat je eigen smaak is. Alleen word je van kunst niet dronken.’

Dat dus. Maar waarschijnlijk heb ik zelf nog het meest geleerd van deze ervaring. Om een paar dingen te noemen:

  • Misschien wel het moeilijkste deel van een les: het begin. Al snel kwam ik erachter dat ik een soort kreet nodig had om de aandacht te krijgen, wilde het niet heel ongemakkelijk worden.

(‘Ehh, jongens!

Jongens?

Jongens…?

Kunnen jullie heel even…?

Ja?

Dankje – hallo?

Ja.

Dankjewel.’)

  • Maar als ik eenmaal begonnen was, voor het bord met een kop thee in mijn hand, voelde het al snel vertrouwd. Binnen een week hoorde ik mezelf dingen zeggen als ‘Ga je ook nog even aan het werk? Als je het nu doet, heb je het straks thuis eerder af.’ ‘Zou het misschien verstandiger zijn als jullie niet naast elkaar gingen zitten?’ En dan deden ze dat nog ook. Het was dan wel een kleine klas met goede manieren. Maar tóch. Toch verwachtte ik stiekem dat op een bepaald moment de pleuris uit zou breken, omdat ze erachter waren gekomen dat ik geen échte docent was.

(Al wisten ze dat vanaf les één natuurlijk al. Vorig jaar spendeerde ik mijn pauzes nog naast hen in hal B.)

(Bovendien was er steeds wel een échte docent bij, mocht het dan toch uit de hand lopen.)

  • Het is leuk. Al zo’n vijf jaar geef ik bijles, met veel plezier. Ik wist dus dat het overdragen van kennis me blij maakte. Maar zo’n hele reeks opzetten, van onderwerpkeuze tot nakijkwerk, bracht nog veel meer met zich mee. Meer verantwoordelijkheid, meer organisatie, meer voldoening. Meer leuke, slimme leerlingen vol verrassende uitspraken. Hoe cool is het als je het idee hebt dat er mensen zijn die echt iets gedaan hebben met je verhalen – omdat je dat in hun zelfgeschreven essays kan terugzien.
  • Ten slotte het besef dat het me misschien wel iets lijkt – voor als ik later groot ben.

Verder in Brabant: examenfeestjes vieren. Genieten van het ouderlijk huis – met name de tuin, waar het ruikt naar warme dennenbomen en waar de vogels je ’s ochtends wakker maken. Avonden bij de buitenhaard – niet tot het te koud wordt, maar tot het hout op is. Woorden hangen nog in de lucht, maar niemand voelt zich geroepen ze te vangen. De knapperende vlammen voeren de boventoon, tot er slechts kooltjes resteren en het vuur nagloeit in mijn ogen.

Stad drie uit de reeks van steden. Amsterdam, Rotterdam en nu dus Eindhoven. Mijn favoriet bewaarde ik tot het laatst. Ergens over een paar dagen: Utrecht!

DE WEG

Processed with VSCOcam with p5 preset

Als middelbare scholier leid je een regelmatig leven. Na de zomervakantie krijg je een rooster dat, zeker in de bovenbouw, voor de rest van het jaar hetzelfde blijft. Vanaf dat moment zit je vast aan bepaalde clusters, klassen en uren. En zo verandert maandag als vanzelf in bètadag, woensdag in ‘die lange rotdag’ en donderdag in pretdag, met een kans op uitslapen en maar drie uurtjes les.

Door dat vaste rooster verloopt elke ochtend volgens eenzelfde routine. Hierdoor weet je na een week of twee weer dat je uiterlijk om 08.42 van huis moet vertrekken als je het tweede uur moet beginnen. Behalve als je 1.)  les hebt van die ene docent die zelf altijd te laat komt 2.) het gevoel hebt dat de brug dicht zal gaan of 3.) Colette heet, want dan heb je altijd vijf extra minuten.

In de eerste klas (toen we nog het idee hadden dat we uiterlijk om 08.20 van huis moesten vertrekken) fietsten we dagelijks met een grote groep enthousiaste bruggers naar school. Dat was niet bepaald praktisch (wanneer er één te laat was, stonden er negentien te wachten), maar zo ging het nu eenmaal. Het was een gemengde club: kinderen van allerlei basisscholen, die nu in allerlei klassen terecht waren gekomen. Met z’n allen fietsten we de lange weg richting Eindhoven, de boekentassen gevaarlijk wiebelend op onze bagagedragers.

Alle middelbare scholieren gingen dezelfde kant op, het dorp uit, wat het ons-kent-ons-gevoel onderweg alleen maar versterkte. Je fietste langs de zussen van vrienden, de vrienden van broers, de zoons van de buurvrouw en de kinderen die je kende van allerhande sportclubs.

Iedereen had te maken met dat vaste schema. En zo kwam het dat je op maandag steevast werd ingehaald door een jongen die zelfs in de winter geen jas droeg. Op donderdag zwaaide je naar een vriendin van de basisschool, die op een hoekje stond te wachten. En wanneer je zag dat het meisje met die enorme rugzak voor je fietste, wist je dat je wat harder moest gaan trappen – zij kwam namelijk altijd te laat. Alleen fietsen was er niet bij – mocht het eens voorkomen dat je klasgenoten al op school waren, dan kwam je onderweg altijd wel iemand tegen die je kende.

Processed with VSCOcam with hb2 preset

Nu, vijf jaar later, zijn de schoudertassen vervangen voor leren shoppers. Er is geen sprake meer van een fietsclub van twintig mensen. Nog steeds stroomt de Eindhovense weg vanaf half acht vol met scholieren. Echter, het deel ervan dat ik ken is met de jaren kleiner geworden. De mavo’ers en havo’ers zijn weg en ook de oudere broers en zussen hebben hun eindexamens achter de rug. Zij kozen allemaal al een nieuwe route.

Er zijn nog wel wat bekende gezichten. De jongens die een keer zijn blijven zitten. Het stelletje dat steevast hand in hand rijdt. Het meisje dat zo ongelooflijk hard fietst dat ik me afvraag of ze niet iets met dat talent moet gaan doen. En dan zijn wij er.

Maar ‘wij’, zo vroeg ik me af, wie zijn dat eigenlijk nog? Vorig jaar fietste ik even vaak alleen als in gezelschap naar school. Kleine groepjes splitsten zich af, afhankelijk van roosters of de wens om op een ander tijdstip te vertrekken. (Om niet te zeggen: een steeds later tijdstip.) Maar op de terugweg waren we nog altijd samen: de meisjes uit Son. We bespraken weekendplannen, wiskundeproefwerken en de orde van alledag. Af en toe was het stil, doken we weg in onze capuchons vanwege regen of sneeuw.

Begin dit jaar verruilde ik mijn fiets voor een scooter. Elke dag rijd ik langs de jongens van de havo, het verliefde stelletje en het racemeisje. Soms haal ik mijn vriendinnen in, soms gaat één van hen bij me achterop. Ook wij gaan binnenkort onze eigen weg kiezen. Maar voor nu nemen we nog even die naar Eindhoven.

#292 DUTCH DESIGN WEEK

IMG_0458

 

Er rijden auto’s door de stad die men het hoofd doen keren. Stond er nou echt een tuinstoel op het dak? Waarschijnlijk wel.

Ik denk het te zien aan de mensen; het aantal knotjes, baarden, camera’s en quasi-racefietsen lijkt toegenomen.

Er is overal wel iets te doen, te kijken of te ervaren. Van prille ideeën tot perfect werkende producten. Van zelf nadenkende robots tot zelf gehaakte pannenlappen. Van eerstejaars tot afstudeerders tot mensen die er hun geld mee verdienen. En afgezien van die knotjes en baarden hebben zij nog iets gemeen: de liefde voor het maken van mooie dingen.

#261 IT’S OKAY

IMG_0274

Aan het begin van de zomer ging ik met vriendinnen Mienke en Valerie naar de film The Fault in Our Stars. Er werd gehuild (vanwege de film), gelachen (deels vanwege de film) en we vonden het voor herhaling vatbaar. We besloten naar If I Stay te gaan. De naam van ons Whatsappgroepje werd veranderd in ‘Huilen bij films is oké’. Gelukkig maar, want it happened again. Althans: bij mij. Waar Mienke en Valerie de vorige keer met kleine oogjes de bioscoop uitkwamen, was ik ditmaal degene die het niet droog kon houden. Het is een nieuwe ervaring voor mij – tot twee maanden geleden huilde ik nooit bij films. Waar het aan ligt dat dit nu wel gebeurt, kan ik niet met zekerheid zeggen.

De omstandigheden zijn deels bepalend. Een heftig verhaal komt nog even net iets harder aan via een enorm scherm en surround sound. Maar toen liep ik na de film de zaal uit. In het felle daglicht zag ik dat ik in de bioscoop had gezeten met een publiek dat zeker voor 90% vrouwelijk was, en daarnaast tussen de 14 en 20 jaar. En ik bedacht me: het is de puberteit. Het zijn de hormonen die met me aan de haal gaan, en zorgen voor vlagen van woede, chagrijn en dus ook verdriet. Het is de puberteit die me laat huilen bij films. Toch kan ik dit ook niet helemaal plaatsen, aangezien ik al ongeveer vanaf mijn tiende in de puberteit zit (niet grappig). Waarom had ik eerder nooit zakboekjes nodig gehad bij een bioscoopbezoek?

In stilte hoop ik dat deze vroege puberteit ook betekent dat ik er vroeg vanaf zal zijn. Gelukkig wordt dit af en toe bevestigd. In de bus terug naar huis zat ik met Mienke tegenover een viertal meisjes. Met veel lawaai waren ze binnengekomen. Ze hadden flink geshopt, voornamelijk bij een niet nader te noemen winkel die kleding per kilo lijkt te verkopen. Om het vervolgens in bruine kartonnen tassen met een inhoud van tien liter te stoppen. Als het regent scheuren die tassen, en belandt de inhoud op straat. Dat vind ik dan weer grappig, ik kan er niets aan doen.

Maar goed, we zaten in de bus. Mienke en ik probeerden een gesprek te voeren over de film die we zojuist hadden gezien, maar dit ging zeer moeizaam. Geit & co waren constant aan het giechelen, af en toe onderbroken voor het maken van een selfie. Ze bespraken ‘hoe het nou was afgelopen met die ene jongen.’ ‘Sander, bedoel je?’ ‘Nééé, niet Sander! Ieuw!’ Dit alles op een volume dat mij deed denken dat ze het belangrijk vonden dat de hele bus kon meegenieten.

Mienke en ik keken elkaar meewarig aan. Dit was puberteit op haar hoogtepunt. Was ik ook zo geweest, vroeg ik me af. Misschien wel, misschien niet. Dat kan een ander waarschijnlijk beter beoordelen dan ikzelf. Maar kijkend naar die meisjes kon ik wel concluderen dat ik me inmiddels toch in een andere fase bevond. Mij hoor je niet zeggen dat ik nooit chagrijnig ben. Dat ik het altijd eens ben met mijn ouders, dat ik al precies weet wie ik nou eigenlijk ben, en wie ik wil zijn. Mij hoor je niet zeggen dat ik de puberteit achter me heb gelaten. Maar je hebt pubers en pubers. Dan vind ik toch wel dat ik mezelf tot de eerste categorie mag rekenen. En dat ik dus ook mag denken dat er de laatste tijd nou eenmaal veel verdrietige films gemaakt zijn.

#115 KINGSDAY

IMG_1321

Ondanks de nieuwe naam blijft Koningsdag een feest waarbij veel verschillende dingen samenkomen. Op de eerste plaats: verschillende mensen. In het Stadswandelpark struikelde je over kleuters, die hoorden bij de vele gezinnetjes die vanuit hun kramen spullen verkochten. Hoe anders was dat in het centrum van Eindhoven. Hier bevonden zich vooral veel jongeren tussen de zestien en vijfentwintig jaar oud. Wel uiteenlopend van de categorie ‘ook mijn foundation is oranje’ tot ‘ik ben vannacht helemaal niet thuis geweest maar feest nu gewoon vrolijk verder’. Verder zag ik mannen met bierbuiken, zestig-plussers met naveltruitjes, kale gasten met rode ogen en een vrouw met twee chiuaua’s op haar arm. Het leek mij niet heel verstandig dat ze hen mee had genomen: één keer laten vallen zou voor de beestjes al fataal zijn.

Ja, het klinkt cru, maar het was wel de waarheid. Want wat was het druk. In de menigte kwamen niet alleen mensen, maar ook geuren samen. Bier, zweet, loempia’s, wiet, oliebollen en – excuse my French – pislucht, het was mogelijk om het binnen een wandeling van nog geen vijf minuten allemaal te ruiken. (Soms zelfs meerdere geuren door elkaar, wat behoorlijk… exotische combinaties opleverde.) De muziek varieerde van hardstyle tot Wouter Kroes’ ‘Viva Hollandia’, de één ging helemaal los terwijl de ander vanaf de vensterbank op driehoog toekeek. Het was voor iedereen mogelijk om zijn eigen feestje te vieren.

PICTURE THIS: EHV

IMG_9976

Ik heb wel eens iemand gekscherend horen praten over Derde Paasdag, maar voor mij is het werkelijkheid geworden. Er is geen school omdat de leraren hebben gewerkt op een vakantiedag. Nu wordt dat dus gecompenseerd. Wij leerlingen hebben er echter niets voor hoeven doen: gratis vrij! Om te vieren dat ik daarom, op een dinsdag, om kwart voor elf nog in in mijn pyjama kan zitten, plaats ik hier een kleine fotoserie over Eindhoven.

De foto’s zijn allemaal gemaakt met mijn 50 mm lens. Laatst heb ik besloten om deze vaker te gaan gebruiken, omdat hij een erg mooi effect verzorgt op foto’s. (En stiekem ook omdat hij lekker licht en klein is. Het scheelt me dus een hoop gesjouw én ik neem mijn camera vaker mee. En dan maak ik dus weer meer foto’s. Win win!)

IMG_9973  IMG_9979

Nog uit de categorie ‘wachtende vaders voor de Primark’.

IMG_9983

Dit is een vage foto, maar ik vond hem toch leuk.

IMG_0091 IMG_0095