Eindexamen

YES FORGET NU MAAR MIJN NAME

Processed with VSCO with f2 preset

‘Ladies! That way to the beach!’ Een Portugees op leeftijd houdt ons met licht doorrookte stem staande. Ik begrijp hem wel. Zes jonge meisjes, allen in bikini en weinig verhullende strandjurkjes. Twee van ons dragen een blauw-witte koelbox, gevuld met literflessen water, watermeloen en prosciutto. Over mijn schouder hangt een Aldi-tas met daarin handdoeken en zonnebrand. We zijn blond, verbrand, en ogenschijnlijk verdwaald. Maar wij weten beter. ‘Oh, we know. But thank you so much!’

Albu

Al een paar dagen zijn we in Albufeira en we zijn er inmiddels al aardig vertrouwd. We gaan een dag naar Gale beach, een strand wat verder uit het centrum. Bepakt en bezakt trotseren we op slippers de zanderige paden. We klimmen over rotsen heen, om zo de verlaten baaien te ontdekken die Gale beach zo bijzonder maken. Met onze handen plakkerig van de watermeloen zitten we in de zon, kijkend naar de golven die tegen de rotsen omhoog spatten.

Albu3

We doen verscheidene pogingen tot koken. Of ja, ‘koken’. Dingen maken in de keuken, laten we het daar op houden. Bij poging één laat ik een zak magnetronpopcorn aanbranden – wat heus niet zo stom is als het nu klinkt. Normaal ben ik wel visueel ingesteld, maar wanneer het aantal watt aangegeven wordt met één, twee of drie vlammetjes, haak ik toch af. Bij poging twee gaat het enigszins mis met de pasta-sausratio. Bij de derde poging lukt het ons (lees: Marre) om een paar fatsoenlijke eitjes te bakken. De kleine keuken staat blauw van de rook, maar het smaakt prima.

Albu5

Het zal je niet verbazen dat we vaak buitenshuis hebben gegeten. We belanden bij een Portugees restaurant dat er wel héél authentiek uitziet. Sommigen van ons hebben zo hun twijfels bij het zien van het interieur, dat overeenkomt met dat van een bruin café, maar dan met tl-verlichting. Toch besluiten we naar binnen te gaan. Een stevige jongen zet ons met een eindeloze glimlach borden met eten voor. Verse vis, vlees en kip die wel héél erg ‘piri piri’ is. Vanuit de keuken roept zijn moeder (?) af een toe iets vanachter de pannen.

De laatste avond zitten we op een terras op de eerste verdieping, met uitzicht op het strand. Maar de grootste ontdekking van de week is, geen grapje: de supermarkt – Pingo Doce, om precies te zijn. Naast de ingrediënten van de gemiddelde buitenlandse supermarkt (vissenhoofden ter grootte van een voetbal, watermeloenen ter grootte van drie voetballen), heeft deze supermercado nog iets extra’s te bieden. Het laat zich het beste omschrijven als een superkantine. Je kan kiezen uit verschillende soorten  vis, vlees, of pizza met daarbij zoveel rijst of aardappeltjes als ik normaal in een week zou eten. Het wordt voor je neus gebakken en is super lekker. Kosten: zo’n vijf euro. Aanrader.

Albu1

Al deze adressen hebben we te danken aan onze host Veronika, die ons via Airbnb het appartement verhuurt. Zij is niet de enige vriendelijke Portugees die we treffen deze week. Er is het meneertje dat ons ongevraagd de weg wijst. Het mevrouwtje aan wie we vragen of er in dat ene blauwe pakje inderdaad kookroom zit. In volzinnen antwoorden lukt haar niet, maar een enthousiast ‘yes, yes, yes!’ is voldoende. De chauffeur die ons van en naar het vliegveld rijdt. Hij gaat volgend jaar in Delft studeren. We leren hem wat over Nederland (‘Your fiets will get stolen at least once.’) en we voeren heuse filosofische discussies. Er is de willekeurige man bij wie we in zijn witte busje stappen, omdat hij ons wel naar het strand wil brengen. Gratis. (Sorry mam. Ik weet wat je altijd zei. Maar alles is goed. We zijn niet verkracht.)

Albu6

Wat betreft uitgaan slaan we het advies van Veronika wel in de wind. Zij raadt ons het oude centrum aan, maar daar treffen we vooral bejaarde Britten. In het nieuwe centrum zijn meer mensen van onze leeftijd (maar ook nog genoeg bejaarde Britten). Het is één groot Nederlands feest in de café’s, waar het dringen is tussen de honderden eindexamenleerlingen, hun polsen behangen met felgekleurde toegangsbandjes.

Albu4

Het liedje van de week is al vlug gekozen. ‘Forget my name’ van Side2Side, ook wel ‘de jongens van Streetlab’. Er is ook geen ontkomen aan; op een gemiddelde avond wordt het minstens drie keer gedraaid. Binnen een dag kennen we de tekst uit ons hoofd* en ik weet al snel: die gaat er voorlopig niet meer uit.  Later in de avond verhuizen we naar Heaven, meer club dan kroeg, meer dance dan Top-4o meezingers. We dansen tot we onze voeten niet meer voelen. Op weg naar huis zien we het licht worden. Twee van ons slaan af richting het strand, om de zon op te zien komen. De rest loopt door, langs een stad die allang slaapt. Twee jongens staan in hun tuin nog een sigaret te roken. Ze steken hun hand naar ons op. ‘Welterusten.’

We creëren een heel nieuw ritme. Om zeven uur ’s avonds liggen we nog aan het zwembad,  om kwart over negen schrikken we wakker van een middagdutje. Misschien maar eens gaan eten. Om half zes ’s ochtends schuiven we een intens smerige diepvrieslasagne in de oven. Die op dat moment intens lekker smaakt.

Albu7

We leren elkaar goed kennen, deze week. Sarcasme voert de boventoon, de meest gehoorde uitspraak is ‘doe het lekker zelf’. (‘Wil iemand even mijn rug insmeren?’ ‘Doe het lekker zelf.’) Wanneer ik op de wc zit denk ik: dit is de eerste keer dat ik alleen ben vandaag.

Het is precies zoals ik verwacht had. Ja, het is een puinzooi. Je moet op slippers douchen omdat de badkamervloer onwijs plakt. Vanaf de helft van de week is er niemand meer die de moeite neemt de afwas te doen. We liggen in bed tot we er van de hitte uitzweten. Er is vaker niet dan wel een plan. Maar ik kan ervan genieten.

Albu2

Op het vliegveld worden al die zelfstandige tieners toch braaf door hun ouders opgehaald. We eten koude pizza, zittend op de warme stoep voor de aankomsthal. We zijn vrij stil – eindelijk uitgepraat. Eenmaal thuis slaap ik dertien uur aan een stuk. Ik had gedacht dat ik graag op mezelf zou zijn na zo’n week, maar niets is minder waar. ’s Avonds zitten we alweer met elkaar op de bank. Om langzaam weer te wennen aan het ritme van het gewone leven.

IMG_6201

* Mocht je dat nu ook willen, dan moet je even hier klikken en het liedje luisteren! Instant vakantiegevoel gegarandeerd.

EEN AVOND ZONDER PLAN

9R7A8349

We staan in de rij, met mooie auto’s tussen nog mooiere auto’s. De wind blaast langs mijn blote rug. Kippenvel, ondanks de aangename temperatuur. Donkere wolken naderen ons steeds dichter. Het is een haast tropische avond – helaas wel in het regenseizoen. Cabrio’s gaan open en weer dicht, open en weer dicht. Buienradar wordt herhaaldelijk bekeken, in de hoop dat die handeling op zich de buien sneller zal doen overwaaien.

We rijden. Langzaam, maar we rijden. Zo nu en dan wordt er een boze blik uitgewisseld wanneer er voor de zoveelste keer niet al te subtiel wordt voorgedrongen. Ons maakt het niet zoveel uit. Meer tijd voor foto’s. Met onze jurken iets omhoog lopen we enigszins wiebelend over de klinkers van de Kanaaldijk. De meest geschikte plek blijkt een steeg vol vuilcontainers – een klein stuk witte muur volstaat als achtergrond.

De entree nadert. De kriebel in mijn buik wordt heviger, tegelijk met de regenval. Gelukkig is mijn date Tim de rust zelve – hij heeft wat meer ervaring op galagebied. Hij belooft me niet los te laten voor ik veilig bovenaan de alom gevreesde trap sta. Het lukt. We poseren voor een foto, ik hoor mensen klappen en dingen roepen, maar registreer het maar half. Volgens mij knijp ik in Tims hand tot we binnen zijn – droog.

De Gatsby-sfeer is goed aanwezig en iedereen is op z’n mooist. Extra mooi in contrast met alle studeerknotjes en vermoeide hoofden van de afgelopen tijd. We bewonderen elkaar, constateren dat een smoking of goed pak vrijwel iedereen knapper maakt. Er zijn zwierende rokken, tikkende hakken, glimmende schoenen. (En wat later: afzakkende jurken, bevlekte hemden, loslatende tietentape. Geeft niks, hoort erbij. Op de foto’s zat alles nog goed.)

Na een uur gaan de pumps uit. Tijd om te dansen. Een aantal centimeters korter, mijn jurk sleept lichtjes over de vloer. De stof aan de onderkant kleurt alsmaar donkerder rood, onder invloed van het bier dat zijn bestemming nooit bereikte. De muziek wordt steeds beter, de sfeer steeds fijner. Op de wc voer ik gesprekken met meisjes die ik nog nooit eerder gezien heb. Ik spreek wat docenten, wat gezellig tot behoorlijk grappig is in deze… context.

(En ik ontwijk een aantal docenten die ik niet echt onder ogen durf te komen. Sorry Meneer Natuurkunde. It’s not you, it’s me.)

Het wordt later, leuker, wilder, warmer. We eindigen dwalend door de gangen van het hotel, mijn voeten zwart en plakkerig op de zachte vloerbedekking. De avond was een roes, die zowel heel lang als heel kort leek te duren. Een avond zonder plan, zoals een groot deel van mijn zomer nog zonder plan is. Als die zomer zal zijn zoals deze avond, belooft dat veel goeds.

IMG_5841

BEKIJK HET VAN DE ZONNIGE KANT

Over de eindexamens worden een hoop onwaarheden verspreid. ‘Ze zijn makkelijker dan de schoolexamens’, is de meest gehoorde. Mijn cijfers moet ik natuurlijk nog krijgen, maar uitgaande op mijn eigen nakijkwerk kan ik je vertellen: niet waar.

‘Je bent nooit de volle drie uur bezig.’ Niet waar. Ik heb er steeds tot het einde gezeten, behalve op de laatste dag. Maar dat lag meer aan mijn concentratieniveau dan aan de lengte van het examen.

‘Tijdens de examenweken zelf leer je niet meer.’ Absoluut niet waar. De mensen die geen stress hebben, beginnen de dag van tevoren pas met leren. De mensen die wel stress hebben, lezen alles ’s ochtends nog eens door.

Nu ik al deze wijsheden heb verworpen, vraag je je misschien af: wat is dan wel wijsheid omtrent die examens? De beste tip die ik je kan geven: probeer er de humor van in te zien. Lach om de misbaksels van antwoorden die je soms produceert wanneer je echt geen flauw idee hebt, maar toch íéts in wilt vullen. (Want je hoort in je hoofd die ene docent, die al drie jaar roept: je moet altijd íéts invullen!) En lach om de examens zelf. Want ondanks de stress en vermoeidheid die ze met zich meebrengen, ontdekte ik: soms zijn ze best grappig.

Het examen Engels bevatte een tekst die ging over klachten omtrent Baby Einstein videos. Die videos zouden niet de educatieve waarde hebben die door producent Disney wordt geclaimd. Disney heeft dat inmiddels erkend en er zijn maatregelen getroffen. Als de videos geen Einstein voortbrengen, dan mag het kind gewoon geruild worden.

scan0018

Biologie begon met een tekst over het gif ‘imidacloprid’* en bijen. ‘In lage doses verstoort het onder andere het poetsgedrag, het oriëntatievermogen, de bijendans en het foerageren.’ Mijn over het algemeen goed geconcentreerde brein liet zich even afleiden door de term ‘bijendans’. Direct zag ik een groep geel-zwarte animatiefiguurtjes voor me, schuddend met hun vleugels. Op de achtergrond klonk Formation van Beyoncé.

Gelukkig was de afleiding maar van korte duur, en kon ik me weer focussen op de bijbehorende vraag over de nadelige gevolgen van het gif. ‘Dan kunnen de bijen de bijendans niet meer doen,’ was de strekking van mijn antwoord. Daar heb ik dan zes jaar voor op school gezeten. En het was nog fout ook.

scan0019

Bij filosofie was scepticisme het onderwerp van het eindexamen. Het scepticisme is een stroming die alles in twijfel trekt. Het bestaan van de buitenwereld, van de mensen om ons heen en zelfs ons eigen bestaan wordt onzeker geacht. Om paranoia van te worden.

Op het examen resulteerde het in pareltjes van zinnen, die zo wanhopig klonken dat het lastig was er niet om te lachen. ‘Je moet beginnen met te beseffen dat je er helemaal alleen voor staat.’ En mijn persoonlijke favoriet: ‘Ik weet zeker dat je ouders heel erg trots op je zouden zijn, als ze inderdaad zouden bestaan.’

Ook probeerden we te lachen om het feit dat iedereen zich suf had geleerd op het gedachtegoed van Kant, waar vervolgens geen enkele vraag over gesteld werd. Niet één. En we hadden nog zoveel woordgrapjes over hem gemaakt in de Facebookpoll. (Zie titel. Ha-ha.)

Untitled (1)

Bij Frans kregen we een tekst voorgeschoteld over de rampzalige gevolgen van te veel zitten. ‘Les muscles deviennent aussi réactifs que ceux d’un cheval mort.’ Daar ben je mooi klaar mee. Deze ‘spieractiviteit als van een dood paard’ leidt tot diabetes, obesitas en een verhoogd sterftecijfer. We werden bekogeld met termen als ‘désastreuse’ ‘néfaste’ en ‘funeste’. Ervan uitgaand dat het Cito weet dat wij wekenlang op onze derrières aan het studeren geweest zijn, vond ik dit wel een vrij zwarte vorm van humor.

Dan waren er nog twee examens waar geen enkele hilariteit in te ontdekken viel: natuurkunde en wiskunde. Was te verwachten. Die heb ik ook het slechtst gemaakt – dan is het maar duidelijk waar dat aan gelegen heeft.

* Het is maar goed dat de dyslecten een half uur extra kregen.

Dit was de tweede en tevens laatste eindexamensamenvatting. Ik ga nog wel iets schrijven over hoe het met me gaat, wat ik ga doen met de rest van mijn vakantie/leven. Dat komt allemaal. Tijd genoeg. Eerst even feestvieren (en wat boeken in de fik steken).

IN MINIMAAL 30 WOORDEN

scan0017

Na twee dagen vind ik mezelf ervaren genoeg om iets te schrijven over hetgeen waar al het gehele schooljaar naartoe geleefd wordt: het Centraal Schriftelijk. Wanneer ik een examen maak, blijk ik me in een concentratievacuüm te bevinden. Daarin bestaan alleen vragen en antwoorden, sporadisch een graai in een bakje druiven. Of zoals ze het in de Volkskrant zouden verwoorden: ik begeef me in het epicentrum van mijn bewustzijn.

Deze hyperconcentratie resulteert erin dat ik na drie uur niet meer weet waar de eerste opgave over ging. Hulde dan ook voor de mensen die om vijf uur ’s middags al een scherpe poll op Facebook hebben geplaatst. Zoals Colette zei: ‘Het leukste aan examens is dat ik de grapjes op social media snap dit jaar.’

Je kan je voorstellen dat ik met een overvolle hersenpan thuiskom na zo’n zitting. Ik voel sterk de behoefte om tegen iemand aan te kletsen over de essentie van tekst vier of de bedoeling van vraag twintig, mocht ik nog weten waar die over ging. Mijn familie kan ik hier maar tot op zekere hoogte mee lastigvallen, dus doe ik mijn woordje hier.

Het examen Nederlands verliep zoals ik verwacht had. Ik markeerde er lustig op los, goochelde wat met functiewoorden. Door Martin Heidegger werd ik even verleid te gaan twijfelen aan het nut van het leven (en dus de examens). Maar ik trapte er niet in. Ik probeerde alles wat op creativiteit of een eigen mening leek te onderdrukken. En dat ging eigenlijk prima.

Dan scheikunde. Dat was… Tsja. Scheikunde. Daar wil ik het graag bij laten.

Nee, natuurlijk niet. Bij Nederlands heb ik de oplossing voor de wereldcrisis al moeten samenvatten in dertig woorden, rekening houdend met de aspecten die deze crisis kenmerken en de partijen die ervoor verantwoordelijk zijn. (Of zoiets.) Dan ga ik me in mijn eigen eindexamensamenvatting niet nóg eens zo beperken.

Ik weet dat ik wat betreft scheikunde nooit beter ga worden dan ‘gemiddeld’, vanwege een gebrek aan interesse en kundigheid. En dat is oké – het is het me niet meer waard me er druk over te maken. Dat heeft me misschien nog wel het meest verbaasd de eerste examendagen: mijn eigen gemoedstoestand. Zo nu en dan een vlaagje zenuwen en een vrij zonnig humeur – dat is niet wat ik verwacht had deze periode.

Verder blijken mijn ideeën over de examentijd wel te kloppen. Een gymzaal gevuld met lichte nervositeit. Een tafel vol paperassen, waar na twee uur schrijven geen systeem meer in te ontdekken is. De bemoedigende glimlachjes van docenten. (En dat je dan lief terugknikt, maar stiekem denkt: ‘Ja, lach maar. Jij hoeft dit niet te doen.’)

Dat naar de wc gaan een uitje wordt, wanneer je je al twee uur op één vierkante meter bevindt. Je vangt de blik van je klasgenoot op wanneer je terugkomt van je plaspauze. Waarin je niet eens hebt geplast, overigens – je wilde gewoon even je benen strekken. Op weg naar je tafel herkennen jullie wat melodramatische wanhoop in elkaars ogen, waar je nogal de slappe lach van krijgt. Je beseft dat dat totaal niet handig is, in deze gymzaal waar alleen het geritsel van papieren en het gekraak van waterflesjes klinkt. We glimlachen elkaar bemoedigend toe. Wij mogen dat, want we zitten in hetzelfde scheikundeschuitje. Het is een glimlach die voortkomt uit één geruststellend gegeven: in dit schuitje zitten we waarschijnlijk nooit meer.

Dit was de eindexamensamenvatting (ja, ja) van week 1. In week 2 maak ik Engels, dat wordt een makkie. Dan wiskunde en op vrijdag ga ik aan het zwarte gat natuurkunde proberen te ontsnappen. Misschien komt daar ook een samenvatting van. Misschien ook niet – wie zal het zeggen. Wat je kan doen om met mijn wispelturigheid om te gaan, is de Facebookpagina van Picture this by Milou liken. Zo blijf je zeker op de hoogte wat betreft examenupdates en verhalen over andere zaken. Want die schrijf ik ook heus wel. Maar nu even niet.

MISSCHIEN TOCH MAAR GAAN

De smaak van vakantie ligt op mijn lippen; een mengeling van chloorwater en perenijsjes terwijl ik opdroog in de zon. Het is vakantie, maar ook alles behalve dat.

Maandagochtend, we hebben nog drie dagen. We leren biologie, Mienke en ik. Drie hoofdstukken in een uur, het lijkt heel wat. Maar we focussen ons meer op herkennen dan kennen. ‘Dit weet ik. Dit weet ik ook wel. Oh ja. Dat staat in je Binas. Tabel 78C. En dit – nee, dit niet. Maar dat kan je hieruit afleiden. Dat onthoud je misschien. Trouwens, dat gaan ze tóch niet vragen. Nee… Toch?’

Om en om proberen we afleiding te voorkomen en op te zoeken. Beide kanten op gaat dat niet geweldig. Tijdens het leren lonkt mijn telefoon, ’s avonds kan ik mijn gedachten niet van de formules en begrippen afhouden. PSV en OZ doen een goede poging de spanning te verleggen. Zelf proberen we het ook, tijdens avondjes op limonade, kletsend over alles behalve. Toelevend naar de vakantiestip op de horizon.

Natuurlijk komen we er toch steeds op uit. We bespreken wat we geleerd hebben, of hadden moeten leren die dag. We vragen ons af of iemand je wakker zou maken, mocht je in slaap vallen daar in de gymzaal. Er wordt een verhaal verteld over een meisje dat vol goede moed wilde beginnen met schrijven. Ze zuchtte nog eens diep, knakte haar vingers… en trok er daarbij vier uit de kom.

Ik leef op mijn planning, die inmiddels al zaligmakend neon kleurt. Wat er buiten dat schema om gebeurt, bestaat niet. Ik schrik dan ook wanneer ik een melding ontvang van Facebook. ‘Je hebt interesse getoond in een evenement dat later deze week plaatsvindt. Laat weten of je aanwezig bent.’ Het staat niet op mijn planning, dus nee. Ik klik verder. ‘Centraal Eindexamen 2016’. Misschien toch maar gaan.

‘Vooral geen stress hebben, dat is nergens voor nodig’ is het meest gehoorde goedbedoelde advies. Als ik eens wist hoe dat moest. Het komt met vlagen van buikpijn en gezucht, nachtelijke rekensessies waarbij ik check wat ik minimaal moet halen. Die cijfers zijn ook echt minimaal, kan ik je vertellen – de stress is inderdaad niet nodig. Het feit dat ik het toch ervaar is irritant, frustrerend en soms lachwekkend, als ik denk aan de uit mijn fantasie voortkomende doemscenario’s die al de revue zijn gepasseerd. Voor anderen heb ik tientallen tips en geruststellende woorden. Maar zelf neem ik ze niet aan.

Maandagmiddag inmiddels, we hebben biologie opgegeven. Het valt gemakkelijk goed te praten, vanuit een gebrek aan concentratie en een overschot aan blauwe lucht. Dus liggen we in de tuin, voorzichtig zonnend in de leerpauze. (Voorzichtig lerend in de zonpauze, wat je wilt.) Ik denk aan de melanine die zich vormt in mijn huid. Er loopt een mier over mijn handdoek en ik denk aan zijn kleine lichaam, dat zelfs daarin zich synapsen, bloedlichaampjes en receptoreiwitten bevinden. (Althans, dat verwacht ik – de anatomie van de mier staat niet in mijn syllabus.) Ik denk aan nog duizend andere dingen die ik volgend jaar ben vergeten en waar ik nu niets aan heb. Maar ondertussen word ik wel degelijk bruin – fijn dat sommige dingen vanzelf gaan.

Gelukkig gaat de tijd ook vanzelf. Het wordt vanzelf 25 mei – hoe dan ook. Het wordt vanzelf morgen, de dag waarop ik mijn eerste examen maak. En dan zie ik vast dat het meevalt. Ik loop de rijen tafels af op zoek naar de mijne. In mijn handen een flesje water en koekjes die veel te hard kraken. En dan is het half twee. Ik kijk de anderen aan, doe alsof ik mijn vingers ga knakken. We lachen, ondanks alles, en slaan onze boekjes open.

Lieve examenkandidaten: heel veel succes!

EN DAT WAS HET

IMG_5385We waren als eerste op school en als laatste weer weg. Niet gedacht dat ik daar ooit nog blij mee zou zijn. Maar vandaag was het me meer dan waard, op deze Laatste Schooldag. We wilden er één met hoofdletters. Erop terugkijkend denk ik dat we daarin geslaagd zijn. Maar laat me bij het begin beginnen.Processed with VSCO with p5 presetOp woensdag doen we boodschappen. Vijf meisjes in een iets te kleine auto, omgeven door rollen afzetlint, tape en kussens, die nog op allerlei manieren ingezet kunnen gaan worden. Bij IKEA kopen we vijftig wekkers. Zelden zo vreemd aangekeken bij de kassa. 9R7A8171Op donderdag treffen we de nodige voorbereidingen in de school zelf. ’s Avonds drinken we gin tonics bij Jolien – althans, dat is het idee. Ik houd het bij roze wijn. Mijn smaakpapillen zijn nog niet zo volwassen.IMG_5417Vrijdagochtend, tien voor half zeven. Ik sta in mijn pyjama* midden op de brug in Son een foto te maken van de zonsopkomst. Normaal wemelt het hier van de scholieren, zoals ik er zelf ook één was: veel te klein en veel te vroeg.

Dit jaar kon ik regelmatig met de auto naar school. Maar vandaag wordt er gefeest en gedronken, dus fietsen we over de Eindhovense weg naar het Eckart. De kou dringt door mijn geruite broek. De vogels zijn al wakker maar wij nog niet. Er heerst een haast serene sfeer.IMG_5403Eenmaal op school is het over met de rust. In de personeelskamer wordt het meubilair ondersteboven gekeerd, de banner met ‘TE KOOP’ wordt opgehangen aan de gevel. Samen met Anne en Celine begeef ik me op een andere missie. Gewapend met een loper, tape en een AH-tas vol wekkers gaan we in hoog tempo zo’n twintig lokalen af. We verstoppen wekkers op kasten, plakken ze achter het schoolbord en duwen ze onder het systeemplafond. Op het bord laten we nog een cryptische aanwijzing achter: 09.30…9R7A8209Het plein begint vol te stromen. ‘Dromen zijn bedrog’ knalt uit de speakers, gapende bruggers in pyjama* kijken licht verdwaasd om zich heen. In de v-vleugel komt het spookhuis tot leven, inclusief gillende meisjes en jongens die ‘echt niet bang zijn’.

Iets na negenen verspreiden we ons door de school. Ik beland bij biologie, waar de ecologieles nogal verstoord wordt door de piepende wekkers in het plafond. Het kost zo’n twintig minuten en vier plafondplaten voordat de wekkers met behulp van een bezem naar beneden komen. Wij hoeven niets te doen, behalve lachen. Hetzelfde geldt voor de pauzes in de aula, waar docenten elkaar met kussens van een evenwichtsbalk af proberen te meppen. 9R7A82109R7A8220Processed with VSCO with b5 presetDaarna begint de biersmokkel richting het grasveld achter de school. Al was er van smokkelen niet echt sprake. De conciërge drinkt er eentje mee.

Rond vier uur worden we vriendelijk verzocht te vertrekken. ‘Vanwege de vakantie,’ vertellen ze ons. Het zal niet echt als vakantie voelen, maar vandaag heeft een hoop goedgemaakt. De afgelopen twee weken waren extreem vrijblijvend, met vandaag als hoogtepunt. We gaan waar we willen, komen naar de lessen wanneer we willen – niemand die nog strafmiddagen uit zal delen, ons nog vertelt wat wel of niet te doen. Langzaam raak ik leerling-af. Het bevalt me wel.Processed with VSCO with b5 presetHet is een dag zonder denken, rennend door gangen, hangend in de aula, liggend op het gras. Ik denk er dus ook niet aan dat deze Laatste Schooldag ook écht de laatste schooldag zal zijn. Pas op de fiets daalt dat idee in. Op weg naar huis bespraken we meestal de dag. Nu halen we herinneringen op van zes jaar, terwijl we de Eindhovense weg nog één keer af fietsen.

Ik heb een toptijd gehad op mijn middelbare school, te danken aan een fijne sfeer en fijne mensen. Vaak genoeg was ik het ergens niet mee eens, soms wilde ik echt, écht mijn bed niet uit. Maar dat vervaagt allemaal, terugdenkend aan leuke dagen als deze. Denkend aan reizen, voorstellingen, de talloze keren dat we de slappe lach hadden tijdens de les. Soms was het een zooitje, maar dat bood ons ook ruimte. Ruimte die we kregen om plannen te maken, dingen te organiseren, zolang je er zelf maar achteraan ging. Het was zo mooi als je het zelf maakte. En dat was het.IMG_5456

*Pyjama’s waren de dresscode.

**We wilden graag nog een statement maken tegen de langste en saaiste weg van heel Nederland. Bij deze.

***We haalden zelfs het NOS-journaal met onze acties. Een soort van. Kijk even hier.