Collage

L’ÉCHANGE

scan

Een tip voor als je ook ooit zo’n collage wilt maken: check eerst of de Belgische vlag nou rood-geel-zwart is of zwart-geel-rood. Het zou je een hoop tijd kunnen besparen. ;)

Na een tijdje heen en weer gemaild te hebben was het zover: de uitwisseling met Frans. Met het vak Frans, bedoel ik. De correspondenten waren Belgisch, uit het Franstalige deel. Voor de uitwisseling van één dag kwamen ze naar mijn school toe. De eerste drie uur zat ik gewoon in de klas. Op de helft van het derde mochten we gaan, maar het leek onze docent beter om meteen te vertrekken. ‘Anders zouden we de les toch alleen maar verstoren.’ Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

Ik wachtte samen met de anderen in de aula, met uitzicht op straat. Er kwam een bus aanrijden. De spanning steeg. De deur ging open. ‘Jaaa, daar komen ze! Oh, ze zijn allemaal veel ouder. Kijk, kijk! Ik zie de van mij al!’ Rustig, lieve klasgenootjes. Het zijn mensen, geen aapjes in een kooitje. Met z’n allen liepen we naar buiten. Het leek wel geregisseerd. Uit het andere gebouw kwam een groepje leerlingen, wij voegden ons bij hen. Samen stelden we ons op tegenover de Belgische uitwisselingsstudenten, die op een kluitje bij elkaar stonden. Er zat ongeveer vijf meter plein tussen ons in. Ik besloot me eens heldhaftig op te stellen en stak over.

Al snel had ik mijn e-mailvriendin gevonden. Laat ik haar Cecile noemen. Ik tikte haar op de schouder. ‘Bonjour…. j’ai….. tu as…. mijn hemel, euhmm….’ Op papier is mijn Frans behoorlijk. Ik kan mijn hele dagprogramma opschrijven, vertellen over shopsessies (in kledingwinkels of supermarkten), op reis gaan met de trein, het vliegtuig of met de auto. In theorie dus, hè. In de praktijk bleek het allemaal wat anders en moest ik het eerste half uur steeds 30 seconden nadenken voordat ik iets zei. Er vielen dus behoorlijk wat stiltes. ‘C’est un petit peu…’ Ik zocht naar het goede woord. Cecile glimlachte verlegen. ‘Embarrassement?’ ‘Oui.’

Ik en een groepje klasgenoten gaven onze correspondenten een rondleiding door de school. Met z’n alleen hadden ze een stuk meer praatjes, dat bleek wel. Constant had ik het idee dat ze over ons praatten en ons stiekem uit aan het lachen waren. In gebrekkig Frans probeerde ik wat te vertellen over de school. Ici, c’est le couloir pour les cours exactes. Biologie, chimie, physique… De vleugel van de exacte vakken heeft een afgrijselijke gifgroene vloerbekleding. Het doet bijna pijn aan je ogen. Het wordt ook wel ‘de groene hel’ genoemd. Maar ja, leg dat maar eens uit in het Frans. L’horreur vert?

Er stonden verschillende dingen op het programma, onder andere spelletjes. We speelden pesten en deden ‘Wie is het?’ (‘Tu est un garçon? Tu as un chapeau?’) Ook deden we een soort hints, maar dan met plaatjes. Op één van die plaatjes was Kuifje, ook wel Tin Tin, te zien. Al snel kwamen ze erachter dat ik Milou heette, net als, jawel: het hondje van Kuifje. In België heet hij geen Bobbi. Vroeger had ik een t-shirtje van het witte hondje. Daarnaast stond ‘Milou’. Ik was er heel trots op. Deze specifieke dag iets minder.

Je kon er donder op zeggen dat het volgende ging gebeuren. Het was alleen even afwachten wanneer. Tijdens een creatieve opdracht was het zover: we leerden onze correspondenten de woorden die niet in de lesboeken staan (en vice versa). We hielden het nog behoorlijk netjes, hoor. ‘Tu est un pannenkoek.’ ‘Oui, oui, je connais ça! C’est…’ Hij keek nadenkend naar zijn buurman. ‘une crêpe!’ Dat snapten ze natuurlijk niet. Waarom zou je iemand noemen naar iets wat je op kunt eten? We hadden niet echt zin om de hele gebeurtenis met Marco van Basten uit te leggen. Volgende woord. ‘Tu est un koekwaus!’ Tot nog niet zo lang geleden kenden de meeste Nederlanders dit woord ook niet, denk ik. Tot de New Kids het introduceerden doormiddel van hun films. (Behalve het woord koekwaus hebben die films niet echt een goede indruk achtergelaten over Brabant. Even voor de duidelijkheid: we zijn niet allemaal zo. ;)) Onze Franse correspondenten leerden ons ook wat van hun vocabulaire. We zijn er alleen nog steeds niet achter wat het allemaal precies betekent. Uit voorzorg gebruik ik hun termen dan ook maar niet.

Na een sportieve activiteit namen we afscheid. ‘Bon voyage, et au revoir à deux semaines!’ Vele meisjes schrokken toen hun (mannelijke) correspondenten hen zoenden bij het afscheid. Oh ja, dat is heel normaal in Frankrijk (en in België dus blijkbaar ook). Maar toen één van de Nederlandse meisjes haar correspondent een derde zoen wilde geven, werd het écht een luchtkus. Ze was even vergeten dat drie maal alleen in ons landje de gewoonte is. De jongen in kwestie heeft het denk ik nooit geweten – hij was al weg.

* Fouten in de Franse (en/of Nederlandse) teksten voorbehouden.

HATE: PERFORATED T-SHIRTS

Gaatjes in shirts

Ik vraag me af welk verband jullie zien tussen deze foto’s. Dat het allemaal t-shirts zijn? Dat ze allemaal gestreept zijn (fout, dat is niet waar)? Om te zien wat ik bedoel moet je misschien iets dichter bij je scherm gaan zitten. Wat je ziet zijn zes fijne, zachte, flinterdunne t-shirtjes. Van die shirtjes die je helemaal afdraagt tot ze van ellende uit elkaar vallen. Ik heb er een hoop van, en heb een haat-liefdeverhouding met ze. De liefde komt van het eerdergenoemde (fijn, zacht, heel dun), de haat… Is vastgelegd op deze foto’s. Ik weet niet wat het is met mij, maar er komen al-tijd gaatjes in. En altijd op dezelfde plek: in het midden van het shirt, een stukje onder mijn navel. Alsof ik ben uitgeschoten met de perforator. Herkent iemand zich hierin of ben ik de enige met dit probleem? Nu is probleem misschien wel een groot woord. Mama is handig met naald en draad, dus meestal is het zo opgelost. Maar het is hetzelfde als met het scheuren van een nagel, het te koud hebben onder de dekens en te warm erboven, niet genoeg dip hebben voor je chips of niet genoeg chips voor je dip… Eerste wereldproblemen, maar toch irritant. Dan heb ik weer eens een leuk, fijn, heerlijk zacht t-shirt heb gekocht en hoor ik mama zeggen: ‘Eh, Milou, dat nieuwe roze shirt van jou, hè…’ Dan wordt het me soms even te veel. ‘Neeee! Nee, dat kan echt niet! Die heb ik alleen maar gedragen om ‘m te passen!’ ‘Nee, ik bedoel niet dat t-shirt. Het is dat met die streepjes.’ Het betreffende shirt heb ik al wél eens gedragen. Één keer, welgeteld. Niets ‘drie keer is scheepsrecht’, nee, bij mij is het meteen bingo. Er zijn al verschillende theorieën langsgekomen, waarvan de meest waarschijnlijke is dat mijn shirts achter de rits van mijn broek blijven hangen. Sinds die theorie er is probeer ik er echt op te letten. (En dat is denk ik meteen waar het fout gaat. Ik probeer erop te letten. Wat niet betekent dat ik er altijd op let…) Tevergeefs dus. Mijn favorietjes worden natuurlijk het meest gedragen, en zijn daardoor ook het meest gehavend. Sommigen hebben al drie keer een reparatie ondergaan. Ik vrees voor het moment waarop die kleine gaatjes zullen uitscheuren en één groot, gapend gat zullen vormen waar geen naald en draad tegenop kan. Die kleine gaatjes op mijn buik, daar kan ik mee leven. Maar zo’n groot gat is me toch iets te fris op de fiets.