Biologie

#133 INTO THE WILD

IMG_5733

Het was woensdagmorgen, rond de klok van half negen. Langs de oever van de Dommel stonden zo’n vijfentwintig leerlingen en één docent. Ook was er een schepnet aanwezig, dat natuurlijk van belang was bij wat we gingen doen. Voor biologie kwamen voor het eerst dit jaar in aanraking met de levende natuur, en wel door te gaan vissen. Met een schepnet, ja – ik heb het ook niet verzonnen.

Vandaag hoefden we alleen nog maar toe te kijken. Er was iets met stekelbaarsjes, dikkopjes en waterinsecten krioelend in een witte bak. Iets met vieze handen, en dat je je maar niet aan moest stellen want dat ging er allemaal wel weer af en ja, er zaten misschien wel bloedzuigers maar nee, die waren niet gevaarlijk. Voor het eerst sinds dagen was de zon weer te zien en ik bedacht me: zonder zon geen levende wezens, zonder levende wezens geen biologie. Dat het verhaal van de docent, omdat ik van die zon aan het genieten was, een beetje langs me heen ging, kon ik op die manier prima verantwoorden. (Bovendien viel het niet zo op. Achteraan staan tussen het hoge gras of vooraan zitten in een klaslokaal maakt veel verschil.) En eigenlijk sliep ik nog half. De warmte van de zon op mijn gezicht hielp me ontwaken.

#44 Ω

IMG_4901

Door al die gezellige bètavakken die ik gekozen heb, moet ik regelmatig een practicum doen. Bij scheikunde gaat dat best goed. Je gooit wat vloeistoffen bij elkaar tot je een leuk brouwseltje hebt. Wat er daarna gebeurt is altijd een verassing. Soms klinkt er een knal, dan verandert er iets van kleur en af en toe begint je mengsel ineens als een gek te schuimen. Zaak is te proberen om hier niet al te veel van te schrikken en niets uit je handen te laten. Als dat je lukt, ben je er eigenlijk al.

Biologie is een ander verhaal. Vaak moet je preparaten maken, wat een nogal friemelig werkje is waar minuscule schaafjes, naaldjes en dekglaasjes aan te pas komen. Friemelige werkjes zijn niet zo aan mij besteed. Gelukkig werk je altijd in tweetallen, dus als mij het niet lukt, kan mijn partner het wel voor elkaar krijgen. Mocht je niet precies weten wat je moet doen, dan kijk je gewoon hoe je buren het aanpakken. Je besluit om te doen wat zij doen, of juist compleet het tegenovergestelde. En dan komt het meestal wel goed.

Maar dan is er natuurkunde. Bij dat vak doe je de meeste practica en ook vandaag was het weer feest. Vooraan in de klas staan karren met benodigdheden. Je pakt van alles eentje en loopt vervolgens nog drie keer heen en weer omdat je van het ene drie exemplaren nodig hebt, en het andere helemaal niet hoeft te gebruiken. (‘Waarom ligt het er dan?’, wil je weten? Om ons in de war te brengen, denk ik.) Je probeert met al die schakels, lampjes, weerstandjes en draadjes een opstelling te maken die enigszins lijkt op het plaatje. Dan moet alles verbonden worden met kabeltjes. Er zijn rode en blauwe. Waar de rode horen en waar de blauwe is altijd weer de vraag. En dan heb je het eindelijk uitgevogeld, en herinner je je dat het eigenlijk helemaal niets uitmaakt. Want het zijn precies dezelfde kabeltjes, enkel met een ander laagje verf.

Meestal duurt het een kwartier en vele vragen voordat mijn partner en ik snappen wat we moeten doen. Maar nu wisten we het – het was allemaal duidelijk. IJverig sloegen we aan het meten en rekenen. Wat waren wij goed bezig. ‘Zo klopt het, toch?’ vroeg mijn practicumpartner uiteindelijk aan de docent, meer als retorische vraag. Hij boog zich over de getalletjes, mompelde wat. ‘Nee.’ sprak hij, net iets te vrolijk voor de situatie. (Maar hij is eigenlijk altijd vrolijk, dus ik kan het hem niet kwalijk nemen.) Gelukkig had ik het uur erna filosofie. Zolang het goed onderbouwd is, klopt je antwoord daar altijd.

#23 NONE OF THE ABOVE

IMG_8754

‘In bovenstaande afbeelding zie je een stamboom. Aan het hoofd van de stamboom staan poes P en kat T. (In het echt heten ze Poekie en Tijger, maar dat is in de biologie natuurlijk irrelevant.) Poes P en kat T leven in een dorp nabij Arnhem, bij een lieftallige bazin. Zij geeft de katten tweemaal daags kattenvoer van het merk X. Behalve die ene keer dat ze een halve dag vastzat in de trein. Ze kwam terug van haar oma, maar vanwege de sneeuw stopte de trein op de helft van het traject. Hierna volgt nog veel meer onbelangrijke informatie, die je – als je er niet helemaal meer bij bent op dag vier van de testweek – allemaal gaat lezen. Dit kost veel tijd en punten.

Poes P heeft last van de aandoening hyperthyreoïdie. Ze paart met kat T, en vervolgens met kat H van de buren. Kat T is hier niet van op de hoogte. De vachtkleuren van de nakomelingen zijn: wit-grijs-gevlekt en zwart met witte pootjes.

Welk(e) van de onderstaande bewering(en) kan/kunnen worden gedaan op basis van bovenstaande informatie?

A Wanneer de nakomeling van poes P en kat T het vrouwelijk geslacht heeft, is de kans groter dat zij een grijze vacht heeft dan wanneer de nakomeling van poes P en kat H het mannelijk geslacht heeft.

B De kans dat alle drie de nakomelingen hyperthyreoïdie hebben is 19,45%.

C Kat T heeft traag zaad.

D Wanneer een nakomeling het vrouwelijke geslacht heeft, zal ze Nala heten.

E Geen van de bovenstaande beweringen kan worden gedaan op basis van bovenstaande informatie.’

Dus. Je kan wel raden wat ik geantwoord heb, denk ik. (Néé, niet antwoord D. Ik was redelijk wanhopig, maar ik heb ook mijn grenzen, hoor.) Ik koos voor antwoord E. Het zal vast fout zijn, bedacht ik me later. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat iemand zo’n ingewikkelde vraag gaat bedenken, om de leerling vervolgens tot de conclusie te laten komen dat het allemaal onzin is. Nee, dat zou behoorlijk irritant zijn. (Al vond ik dat sowieso wel gelden voor deze test.) Er konden dus vast een heleboel beweringen worden gedaan op basis van bovenstaande informatie. Maar ik kon dat even niet. Het laatste antwoord was in mijn geval dus wel het juiste.

#129 MICROSCOPE

Iemand zat zich duidelijk te vervelen tijdens een biologiepracticum met microscopen, want hoe kom je er anders achter dat je met je telefoon door de lens heen foto’s kan maken van wat er dan ook onder ligt? Onze leraar was er in ieder geval enthousiast over en spoorde ons aan om het ook te proberen. Het ging niet heel makkelijk, maar uiteindelijk kwam ik tot deze foto. Gelukkig lagen er geen bloederige taferelen onder de lens, maar een stukje korstmos. Wat dat is weet ik heel goed, aangezien we het daar de hele les over gehad hebben. Korstmossen zijn die plekjes op straat en op bomen waarvan je denkt dat het kauwgom is. Surprise, dat is het niet! Korstmossen zijn deels schimmel, deels plant. Heel fascinerend natuurlijk, alleen vraag ik me af welke bijdrage korstmos levert aan onze wereld. Dieren zijn schattig en bomen zorgen voor zuurstof, maar korstmos kan alleen maar op een steen zitten en overleven.