Auto

#338 A B C

IMG_4579

Dit was mijn dag. Oefenen, oefenen, oefenen, met mijn theorie-examen in het vooruitzicht. Ik bleef maar zakken op het onderdeel waar ‘iedereen sowieso voor zou slagen’: gevaarherkenning. Dat gaat ongeveer zo: je krijgt een plaatje te zien van een verkeerssituatie en de snelheid waarmee je rijdt. Vervolgens kan je drie dingen doen: remmen, gas loslaten of niets.

Het is een makkelijk onderdeel, wanneer je de antwoorden geeft die ze willen horen. Er zijn een paar scenario’s waarin je dit zeker weet. Kind op de weg: remmen. Koe op de weg: remmen. Voor een bocht gas terugnemen en bij slechte weersomstandigheden minstens 30 kilometer langzamer rijden dan is toegestaan. Probleem is dat ik het vaak niet eens was met het ‘juiste’ antwoord. Ik zou nooit met vijftig kilometer per uur langs twee fietsers rijden – ook niet wanneer de weg hier ‘breed genoeg voor is’. ‘Breed genoeg’, dat is natuurlijk nogal een subjectief begrip. Breed genoeg voor iemand met veel rijervaring, ja. Maar niet voor mij.

Gelukkig waren het verder allemaal kennisvragen. Lekker feitjes uit mijn hoofd leren – geen twijfel over mogelijk.

#267 ZUNDERT

IMG_0312

We moesten in Zundert zijn. Vraag me niet waarom juist daar, want dat snap ik zelf nog steeds niet. Het dorpje ligt aan de Belgische grens, en Mart en ik waren goed op weg. Navigatie aan, af en toe een bordje lezen, allemaal prima. Totdat Google Maps besloot om ons lekker een stukje om te laten rijden. En dan niet langs de grens af, nee, er overheen. Wat in de praktijk gelijkstaat aan geen internet, en dus geen routebegeleiding.

We reden een paar rondjes en stopten vervolgens bij een tankstation om een poging te doen de navigatie weer aan de praat te krijgen. Tevergeefs. We probeerden het nog een keer op gevoel, maar ook dat werd geen succes. We belandden ergens op de Belgische boerenbuiten.

‘Ahh, Zuundert. Amai, allé. Ge rijdt hier de straat uit, en gaat dan gaat ge lienks. Ge komt bij een rondpuunt. Daar gaat ge rechtuit en dan almaar rechtuit, tot aan de liechten. Bij de liechten gaat ge rechts, juust helemaal het dorp door, en dan komt ge vanzelf in Zuundert.’

‘Vanzelf’ zou ik het niet noemen. Maar we kwamen er. En gelachen heb ik wel.

#251 LES 1

IMG_3192

‘Nou, stap maar in.’

‘Aan deze kant?’

‘Aan deze kant, ja. Ik kan jou wel rond gaan rijden, maar daar heb je niets aan, hè.’

 

‘Oké, Milou. Heb je wel eens eerder gereden?’

‘Nee, nog nooit.’

‘Ook niet stiekem, zo ergens op een parkeerplaats?’

‘Nee.’ ‘Nou, dat is niet erg, hoor. Je bent hier om het te leren.’

‘Ik vind het wel een beetje spannend.’

‘Ja, dat had ik al gemerkt.’

 

‘Probeer maar eens naar z’n twee te schakelen.’ ‘

Even kijken. Ehm.’

‘Gas los. Koppeling in.’

‘Ja. En dan..’

VRRRRROOOEEEEMMMM.

‘Ho.’

‘Geeft niks, geeft niks.’

 

‘Dan gaan we naar rechts.

Dat was links.’

(Nee, dat is niet echt gebeurd, hoor.)

 

‘Oh, nou rijden we zomaar een doodlopende straat in! Parkeer maar achter die auto, daar.’

‘Maar dan moet ik achteruit.’

‘Dan moet je inderdaad achteruit.’

 

‘Rechts, rechts, rechts. Blijven sturen. Sturen, sturen, sturen. Eennnn links, links, links. Ja, nog een beetje gas.’

Zucht.

‘Kijk eens even.’

Weer thuis legde ik dit stilleven vast. Autorijden en fotograferen gaat nou eenmaal niet zo goed samen.

#1 ON THE ROAD

IMG_1478Naarmate de eerste van juni dichterbij kwam, kreeg ik steeds meer zin in dit nieuwe project. Er waren al veel dingen voorbij gekomen die schreeuwden om ‘de foto van de dag’ te worden. De grote vraag was natuurlijk: wat werd de allereerste? Deze keer geen vuurwerk wat ik kon vastleggen op dag #1. Gelukkig had ik geen suf binnenzit weekend: ik ging weg met Elles en Mart. Er zou vast wel iets te fotograferen zijn, aangezien we een hoop leuke dingen gingen doen. Lekker eten (de Italiaan en De Drie Graefjes in Amsterdam), naar de film (The Great Gatsby), naar een museum (FOAM Amsterdam, met onder andere een tentoonstelling van Stephen Gill). We reden heen en weer tussen Son, Eindhoven, Amstelveen en Amsterdam. Ik op de bijrijdersstoel, Elles met zijn knieën op zijn kin op een naar voren geschoven stoel en Mart languit op de achterbank. Normaal houdt ik niet zo van autorijden. Het duurt soms eindeloos en ik word vaak misselijk. Maar tijdens ons jaarlijkse weekendje, vind ik het misschien wel het fijnst van alles. We draaien muziek, van Maaike Ouboter tot Armin van Buuren en weer terug. (Ik zing erg hard mee, of doe een poging tot.) We kletsen over van alles en nog wat, snoepen ons een ongeluk als we daar zin in hebben. De zon schijnt door de voorruit, verwarmt mijn gezicht (en de stoelverwarming mijn kont). De bestemmingen waar we heen gaan zijn altijd leuk, maar on the road vind ik het ook heerlijk.

#359 PIMP MY RIDE

IMG_6759

Hier op Curaçao geeft een auto status, maar niet zomaar iedere auto voldoet. Een dikke bak moet het zijn, met vierwielaandrijving, een heftige stereoinstallatie en glimmend gepoetst. En het liefst een pick-up, waarin kerstbomen, vuurwerk en vrienden in vervoerd kunnen worden. Dan ben je echt de man. Zoals je hierboven ziet, voldoen niet alle auto’s op Curaçao aan de eisen. Mensen doen er van alles aan om het er toch een beetje op te laten lijken. Glimmende velgen, het vaak geziene chromen lijstje om het nummerbord. Sommigen pakken speciaal voor Kerst uit: kerstmutsen om de hoofdsteunen, slingers op de hoedeplank en kerstverlichting langs de ramen. Ik heb zelfs één auto gezien die met de Kerst als Rudolph door het leven ging, met een rode neus op de voorkant en een gewei aan de zijspiegels. Aan de auto wordt dus veel aandacht besteed, maar er is ook een tegenovergestelde. Wanneer men klaar is met zo’n auto (want kapot, te hevig beschadigt, er mist een deur) wordt deze niet altijd naar de garage gebracht. Vaak wordt hij in de tuin geparkeerd, om dan verschillende taken op zich te nemen. Hij kan dienen als opslagplaats voor andere afgedankte rommel of als speeltoestel bijvoorbeeld. Ook worden er vaak nog onderdelen vanaf geschroefd, waardoor zo’n auto er na een paar jaar, met nog maar twee wielen en één deur, wel heel sneu uitziet. Het geheel wordt nog enigszins opgevrolijkt door de bloemen en planten die eroverheen beginnen te groeien. En tegen die tijd weet je dat die auto daar nooit meer weg zal gaan: hij doet nu dienst als bloempot en is dus deel geworden van de tuin.