1. HOE FIJN OOK DE LIJNTJES

thumbnail_filename-1 2Een prachtige chaos, dat is mijn leven op dit moment. Ik ben vast de enige niet – die heerlijke hectiek kenmerkt deze tijd. Deze fase, een aaneenschakeling van nieuwe vrijheden, ervaringen en plaatsen waarin ik een structuur probeer te ontwaren, om te ontdekken dat die eigenlijk niet bestaat. (Indien gewenst maak je ‘m zelf maar.) Dagelijks blader ik door mijn papieren weken, zoekend naar gaten in mijn tijdlijn, om te concluderen dat ze ontbreken. De ene gebeurtenis buitelt over de ander en mijn gedachten denderen erachteraan.

Deels neem ik het voor lief: de verdwenen kledingstukken, de haastige broodjes, de plakkerige schoenen. Het slordige handschrift, de onafgemaakte zinnen. De fietstochten van tien-in-vijf-minuten, gevolgd door een blozende binnenkomst in de collegezaal. Maar ook in mijn hoofd loopt alles door elkaar – namen, afspraken, (on)belangrijke zaken. Het lijkt onvermijdelijk, in deze tijd van losse eindjes: je gooit ze haastig op een hoop en na een tijd tref je ze verward weer aan. Hoe fijn ook de lijntjes – samen vormen ze toch een knoop.

Ik merk het ook hier; vroeger schreef ik over een broodrooster of een schaduw op een muur, nu lijkt alleen het grotere geheel te tellen. Alles is met elkaar verweven, tot één Groot Stuk waaraan ik honderd keer zal beginnen, maar wat nooit klaar zal zijn. Vandaar deze poging tot ontwarren. Met geduld – niet te hard trekken, dan wordt het alleen maar erger. Een gooi naar overzichtelijke delen, om alles weer op orde te hebben – al is het maar voor even.

M’n leven is heel leuk momenteel, maar het is wel een beetje een zooitje. Al schrijvend (tekenend, filmend?) zet ik dingen op een rijtje. Zo ontstaat een nieuwe reeks verhalen. Wat-gebeurt-er-nou-eigenlijk-allemaal-in-het-leven-en-wat-vind-ik-daarvan. Waar-ben-ik-eigenlijk-mee-bezig-en-waarom. Hoe-werkt-dit-volwassen-worden. Dit was stukje één.

OVER CREATIVITEIT

Tot een jaar geleden maakte ik best vaak filmpjes. Films, zelfs. Daarna hield het even op. Geen zin, tijd, ideeën – maar ik vrees vooral een gebrek aan lef om weer iets te maken na het kunstacademie-avontuur. Nu dan toch, een video over creativiteit, over hoe het soms kwijt is en je het dan weer vindt.

Schermafbeelding 2017-11-23 om 16.54.10.png

In mijn geval in de krant. Ik las een berichtje op de achterkant en dacht: dat is het. Creativiteit: dat ene magische moment dat alles klopt en klikt – en dat weten te vangen. Zo kan je verhalen vertellen zonder woorden, je gedachten laten reizen naar plekken waarvan je het bestaan niet wist. Het kan je blik verruimen, je het gevoel geven dat dit speciaal voor jou gemaakt is. Of dat je opeens weer weet waar je moet beginnen.

Vervolgens stelde ik het maken van dat filmpje toch nog een half jaar uit, maar hier is het dan. Een beginnetje.

BEHOORLIJK GELUKKIG

Processed with VSCO with c1 preset

De liefde ontstond in Friesland. Ruim vijf jaar geleden, eind zomer. Weiland, sloot, boot en geen flauw idee. Bijna recht tegen de wind in varen en toch vooruit worden geblazen; noem het natuurkunde, ik noemde het fucking magie. En nog steeds.

Vijf jaar na die zomer schreef ik me in voor een studentenvereniging in Utrecht. Naast de gebruikelijke thema’s (bier, schoenen die aan de vloer plakken vanwege bier, spelletjes met bier, en bier) was er nog een andere focus: zeilen. Ik werd uitgeloot, op een reservelijst gezet, niet meer gebeld, geappt dat ik echt niet meer gebeld zou worden. En alsnog gebeld.

Op het introductieweekend ontbrak elke vorm van wind, maar het kon mij niet deren – stralend dobberde ik over het meer, om ieder uur even mede te delen: zo fijn om weer te zeilen.

Het enthousiasme is gebleven, twee maanden later. Ik spendeerde een paar dagen op het water en kwam steeds terug met datzelfde gevoel. Ongeacht kou, regen, water dat in vlagen mijn nek in kwam waaien – misschien wel dankzij. Ik was blij om te varen, weer of niet. Op zo’n meer bestaan enkel de koers en de stand van de zeilen. Gaan, halen, vieren, prikken, loeven, verlijeren en hoe moet dit allemaal ook alweer  Zeilend bevrijd ik me uit een stroom van gedachten die maar zelden stopt. Maar zo lukt het – en dat maakt me behoorlijk gelukkig.

Processed with VSCO with f2 presetProcessed with VSCO with f2 preset

Bonusfoto van mijn Michelinmannetjes-look en ultieme gefocuste blik – of ik rook iets vies, dat kan ook.

WIJ HOEVEN ALLEEN MAAR TE KIJKEN

IMG_0587.png

De marathon bepaalt het tempo vandaag, met haar hekken langs de weg, het spoor van vertrapte bekertjes dat ze achterlaat. Restjes energiedrank en water voor in je nek, zeker nodig tijdens deze herleving van de zomer. Het is tweeëntwintig graden. De herfst werpt lange schaduwen op de bebladerde straten. Wie erin of eruit wil heeft pech – voor even krijgen de renners ruim baan. Een omweg dus, zo maak ook ik extra meters.

De marathon bepaalt de stemming vandaag – zij die blijven rennen, de één achtervolgd door tijd, de ander zo hard als het gaat. Duizend energie straalt uit die presterende lijven, even geleidelijk als explosief, gaat over op degenen die langs de kant staan. Wij hoeven alleen maar te kijken.

Ik was bij de marathon in Amsterdam, en daar hing zo’n positiviteit in de lucht – daar moest ik wel over schrijven.

KRINGELTJES

fullsizeoutput_e45

Met het studentenleven is ook het academisch jaar gestart. Mijn entree op de uni gaat gepaard met schoolse taal: woorden gevormd op toetsen, met het oog op tentamens. Mijn vingers struikelen achter mijn oren aan, pogen een samenhangend verhaal te typen in Calibri elf.

Academisch schrijven luistert nauw. Toen ik mijn eerste opdracht terugkreeg, bleek die verworden tot een opeenstapeling van rode wolken in de kantlijn. Ze bevatten commentaar in kleine letters, maar dat maakte het niet minder pijnlijk. ‘Verkeerd voorzetsel,’ ‘geen goed Nederlands’, of gewoon ‘duh’. ‘Leuke manier van opmaken, maar het is toch nodig dat je de juiste notatie gebruikt.’ Oeps. Ik dacht door te hebben hoe je een degelijk stuk schrijft, maar die hoop is enigszins vervlogen. Woorden als ‘bepaald’ en ‘men’ zijn uit den boze. En een zin is geen alinea.

Ben ik even blij dat die regels niet heilig zijn.

Niet hier. Dit is mijn domein, waar woorden geen zin hoeven te hebben. Hier hebben verzonnen termen een kans, fungeren rode kringeltjes als felicitatie voor creativiteit. Hier kan ik de diepte in staren tot de zinnen in mijn hoofd neerdalen, soms als dwarrelend dons, soms als plotse hagelstenen aan het einde van een zonnige dag.

Gun me inkt vol woede – harde woorden die nog pagina’s ver doordrukken. Dromerige passages, zinnen als wolken die langzaam voorbijdrijven als je ze niet op tijd vangt. Sporadisch gedecideerde letters wanneer ik weet wat ik vertellen wil.

Of een verhaal zonder echt einde.

Verder heb ik het naar m’n zin op de universiteit, hoor! En die feedback is top, want je mag daarna je werk verbeteren voordat je een cijfer krijgt. Om de eerstejaars-stress weg te nemen, denk ik. Helemaal fijn. Maar ik was er wel aan toe een verhaal te vertellen in niet-precies-driehonderd woorden.

LIEFS UIT UTRECHT

IMG_9488.JPG

Het bleek lastig te schrijven over de laatste stad, terwijl ik er zelf niet was. Nu dan echt: over het leven in Utrecht.

Het leek allemaal opnieuw te beginnen, na de zomer. Ergens half augustus bracht de bus me door het centrum naar huis. De stad barstte uit elkaar, stromen studenten domineerden de straten, vormden de oorzaak van veel gezucht en getoeter – op wielen was er geen doorkomen aan. Beter lopen dus, manoeuvrerend tussen UIT-rugzakken vol folders die in een hoek zouden belanden tot ze nodig bleken – om dan verdwenen te zijn.

(Zo ging het tenminste bij mij.)

Al deze introductie-opwinding voelde deels nostalgisch, anderzijds maakte ik er opnieuw  deel van uit: eerstejaars op de uni, sjaars bij een vereniging. Alsof het studentenbestaan nu écht gestart is, na een gestaakte eerdere poging.

Een nieuw begin, maar een vertrouwd recept voor de eerste weken: vele ongemakkelijke voorstelrondjes, veel bier en het gevoel dat de stad van mij is – er voor mij is, als inmiddels vertrouwd decor waarin mijn voordeur zich bevindt.

Daarachter is veel hetzelfde gebleven: de gang ruikt nog steeds naar een mengeling van stofzuiger en het eten van gisteravond, dat eten is nog steeds een mengeling van geslaagd en niet-geslaagd. Er zijn filmavondjes, baalochtendjes en middagen waarop de keuken verandert in een bibliotheek, de tafel bedolven onder boeken, laptops gevaarlijk gepositioneerd tussen mini-sloten thee.

(Wel nieuw: twee huisgenoten en een citroengeranium. De vetplant op mijn kamer heeft de zomer niet overleefd.)

IMG_0415.JPG

Ik verliet de stad voor twee intro’s in het hoge noorden. Die van m’n studie was roze gekleurd, vol wespen, op een zolder vol krakende stapelbedden. De avonden waren voor themafeestjes. De ander was in een weiland en op het water – ontbijt aan lange tafels na een bootcamp in de sloot: zo’n honderd aspiranten met een slaperige blik en een opblaasdier om negen uur in de morgen. Daarna zeilend het water op, al moesten we ook daar soms blazen – maar de komende jaren zal de wind nog vaak genoeg voor ons waaien. ’s Avonds zingen en dan feest – altijd feest. Ten slotte wat verloren uurtjes bevroren in een hoekje van een legertent.

Met een hardnekkige kuch verscheen ik dus in college, niet geheel voorbereid op het feit dat ik, na een jaar mijn eigen gang gaan, opeens weer informatie in en uit mijn hoofd moest navigeren.

(Maar geef toe: een zin als ‘Bij de hexameters van Homerus zijn de metrische condities veel stringenter dan bij het Middelnederlandse heffingenvers!’ moet jij ook twee keer lezen.)

Ik beklom een zeephelling met een ei in mijn hand, maakte een presentatie over ‘De twaalf apostelen op de pijlers de Dom’, stond midden in de nacht voor een gesloten deur, zong karaoke op een boot, las een tekst in Middelnederlands, liet impulsief mijn oren piercen, vaarde achteruit op een surfplank, genoot van mijn herwonnen studenten-ov, leerde zeker honderd namen en vergat ook zeker de helft. Het is week twee.

Misschien is dat de reden dat dit stuk op zich liet wachten: iets te druk met leven om erover te schrijven.

Dat was ‘m dan, de laatste stad! Als je wilt kan je hier de stukjes over Eindhoven, Amsterdam en Rotterdam teruglezen. Er volgt vast wel weer een nieuwe reeks/willekeurige column/video/fotoreportage – ik weet alleen nog niet wanneer. Mocht je op de hoogte willen blijven, dan kan je m’n Facebookpagina liken of je inschrijven voor een automatisch mailtje via de knop hier rechts. Liefs!