Reizen

VENETIË

9R7A7369

Om één uur ’s middags houd ik me nog bezig met de stelling van Pythagoras. Twaalf uur later ben ik in Venetië – waar het water lichtgroen is en alle mannen van boven de zestig elkaar lijken te kennen. In barretjes gieten ze gezamenlijk straffe espresso’s naar binnen. In de waterbus groeten ze elkaar, waarna ze in rap Italiaans gesprekken beginnen over de dagelijkse gang van zaken. “En wat vind jij nou van het referendum?”

9R7A73959R7A74009R7A74119R7A7422

We zijn met z’n tweeën, Mart en ik. We eten pizza als ontbijt, zitten minutenlang doelloos in de zon. Maar er zijn ook plannen – plannen genoeg. We steken kaarsjes op in kathedralen, dwalen door paleizen. We wandelen door de duizenden nauwe steegjes die de stad rijk is. Hoek na hoek slaan we om, ons richtingsvermogen testend tot we het echt niet meer weten. In mijn geval is dat natuurlijk vrij snel. Mart is een grotere doorzetter in dezen, maar toch diep ik meermaals de licht verkreukelde kaart op uit mijn tas.

9R7A74379R7A74459R7A7454

Venetië doet aan als een mediterraans Amsterdam. Maar waar in Nederland de stad won van het water, won hier het water van de stad. Of beter: werden ze één. De groenige kanalen stromen tot aan de achterdeuren van de pastelkleurige huizen. Het doet bijna onecht aan. Dobberend door de nauwe grachten verwacht ik elk ogenblik een mechanisch monster dat uit het water opdoemt, terwijl er rook en spannende muziek uit de voorkant van de boot komt. Aan het einde van de rit kunnen we een foto van dit actiemoment kopen.

Het idee dat ik me in een pretpark bevind, valt niet geheel uit te sluiten. Bovendien dragen de vele Japanners nogal bij aan het Disneylandgevoel.

9R7A74599R7A74789R7A7521

Het voelt weer echt als Italië wanneer we de drukste straten links laten liggen. We kopen aardbeien op een markt waar het naar vis ruikt en eten ze op in een rustige bocht van het Grand Canal. De zon brandt door mijn bloesje, mijn voeten bungelen van de steiger. Voorzichtige golfjes maken mijn sokken nat.

9R7A75249R7A7532

We bezoeken de Gallerie dell’Accademia, benieuwd naar de werken van Leonardo da Vinci. Zaal na zaal gaan we af, maar geen Leo. ‘Not on display. Sorry.’  wordt ons in Italiaans Engels verteld. Natuurlijk pas nadat we het complete museum hebben gezien. We hebben dus vooral gelachen om talloze dikke engeltjes en disproportionele paarden.

(Ik wijt dit aan een gebrek aan ouders.)

9R7A75389R7A7547

We ontbijten op een trapje in de zon. We beklimmen de Campanile van Venetië, waar we niet meer voor het kindertarief naar binnen mogen. Veel te vroeg rollen we onze koffer over de kinderkopjes. Met de boot, met de bus, met het vliegtuig. We rijden van Brussel naar huis terwijl het langzaam donker wordt. Mart achter stuur, ik reik handjes chips aan en wijs zo nu en dan op een naderende flitspaal. Ik verzorg de muziek, maar zing vooral erg hard mee. Het was fijn – even los van alles.

WHEN IN ROME

9R7A3676

‘When in Rome, do as the Romans do,’ wordt er altijd gezegd. Maar na drie dagen in deze stad vraag ik me af of dat gezegde wel klopt. Terwijl ik mezelf verplaats van schaduw naar schaduw – want de straat is lava – begin ik bijna te denken dat de Chinezen, die een paraplu als parasol gebruiken, het nog het beste bekeken hebben.

Het is dus warm in Rome, en niet zo’n beetje ook. Dan heb ik dat vast maar even gezegd. Tussen de activiteiten en bezienswaardigheden door is het regelmatig nodig hier maatregelen tegen te treffen, in de vorm van water, airconditioning of zonnebrand – niet zelden alle drie tegelijk.

9R7A3723

Tot zover de hitte, want Rome is veel meer dan dat. Boven alles is het één groot openluchtmuseum. Aan vrijwel ieder gebouw lijkt een geschiedenis gebonden, slechts van enkele wordt hij regelmatig verteld. De Latijnse woorden op de gevels zeggen me niet genoeg om erachter te komen wat zich ooit achter de verweerde muren heeft afgespeeld.

9R7A3705

Niet alleen de tand des tijds veroorzaakt verweerde muren – ook de hordes toeristen laten hun sporen achter. Het zijn voornamelijk Chinezen, die met busladingen tegelijk de highlights van de stad bezoeken. En nog belangrijker: vastleggen. Met een paraplu boven het hoofd en een selfiestick in de aanslag filmen zij zichzelf bij het Pantheon, zichzelf bij het Colosseum, zichzelf bij de Spaanse trappen. Om eenmaal thuis te bekijken waar ze allemaal geweest zijn.

9R7A3751

We bezoeken het Vaticaan, waar op het plein honderden zwarte stoeltjes staan te gloeien onder de felle middagzon. De paus is er niet, maar dat lijkt niemand iets te deren; de wachtrij cirkelt om de buitenmuren heen. Binnen zien we beelden, fresco’s en mozaïeken. Het meest onder de indruk ben ik van de gang waar landkaarten tientallen meters van de muren bedekken. Samen vormen ze één grote kaart van Italië, met daarop ieder dorp en iedere berg tot in detail geschilderd.

9R7A37619R7A3771

’s Avonds lopen we langs de Tiber, waar deze weken een filmfestival plaatsvindt. We eten met het geluid van ruisend water achter ons, terwijl de lucht langzaam roze kleurt. Op de weg terug passeren we een brug, waar de rivier onderdoor stroomt. Op een eiland middenin het water zijn tientallen witte klapstoelen neergezet, voor een Italiaanse film onder de sterren.

9R7A37699R7A3669

Er is ook nog het heerlijke Italiaanse eten, de mooie winkels. De straten vol gladde kasseien, die geen goede combinatie vormen met mijn sandaaltjes zonder profiel. En het genot van in bed gaan liggen na een lange dag.

9R7A3710

Oh, en ook hier nemen ze het niet zo nauw met de verkeersregels.

ONDERWEG / UNTERWEGS / VIAGGIANTE

9R7A3616

Het huis is schoon, de achterbak zit vol. Echt helemaal vol. De vraag hoe we dat allemaal weer mee terug gaan krijgen, schiet door mijn hoofd. (Want dat is algemeen bekend, volgens mij: op de terugweg heb je – soms op onverklaarbare wijze –  meer spullen.) Ik duw de gedachte weg met mijn favoriete vakantiemotto: dat zien we dan wel weer.

En dan gaan we. Direct bekruipt me het gevoel dat ik iets heel belangrijks vergeten ben. Na een half uur, rijdend over de snelweg,  heeft dat gevoel plaatsgemaakt voor het besef dat de mensen en dingen die de komende twee weken belangrijk voor me zijn, zich binnen één meter afstand van me bevinden. Onze auto als mijn persoonlijke, bewegende wereldje tijdens deze reis.

9R7A3627

Een eerste stop. De geur van benzine op de vroege morgen veroorzaakt zowel een lichte misselijkheid als een onvermijdelijk vakantiegevoel.

9R7A3640

Voor mij is er steeds wel muziek. Eerst Radio 2, zolang het bereik dat toelaat. Wanneer we overgaan op een Duitse zender plug ik mijn oortjes in en luister ik van alles, van De Jeugd tot John Mayer.

9R7A3639

Langzaam vormen zich hoopjes, bestaand uit kleding, dekentjes, kleding functionerend als dekentjes, boeken en geopende snoep- en chipsverpakkingen. Het is een gezellig rommeltje; de achterbank is veranderd in een mobiele woonkamer.

9R7A3648

We overnachten in een idyllisch Zwitsers bergdorpje, in een hotel waar het afwisselend ruikt naar een sterke luchtverfrisser en kaasfondue. We zijn zo’n zeshonderd kilometer van ons land vandaan, maar er staan enkel auto’s met een Nederlands kenteken geparkeerd. ’s Avonds doen we een poging een film te kijken, maar tevergeefs; nog voor we halverwege zijn, ben ik in slaap gevallen. Moe van een hele dag nietsdoen.

9R7A3656

De volgende ochtend zetten we de reis tijdig voort, in de hoop de drukte voor te zijn. Na nog een paar uur door de bergen geslingerd te hebben, passeren we de grens. Op de autostrade kunnen we in de file aanschuiven. De temperatuur loopt op, onze snelheid maar met vlagen. Vooral in de breedte verplaatsen we ons – en we zijn niet de enigen. Een file in Italië is als een potje sneldammen, waarbij de stukken in hoog tempo over het bord worden verplaatst. De Italianen zelf schrikken niet terug voor wat risico – ze lijken hun keuzes bij het wisselen van rijbaan te baseren op niets anders dan impulsen. Zien ze een gaatje, dan werpen ze hun auto erin – hoe klein dat gat ook is, hoe hoog de snelheid ook ligt.

9R7A3630

Hoewel er navigatie is, volgt mam met haar vinger de route op een kaart. In een poging wat files te ontwijken, rijden we door verschillende ingeslapen Italiaanse dorpjes. De navigatie lijkt er de weg nog niet te kennen, de informatie die de kaart biedt is ontoereikend. Af en toe eindigen we op een punt waar omkeren de enige optie is, willen we niet in een maisveld belanden. Toch bereiken we telkens weer de autostrade, en uiteindelijk onze bestemming. Zo wordt na twee dagen reizen maar weer eens bevestigd dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden.

VAN DE WERELD

9R7A2358

Ik was even vergeten dat ik nog niet alles uit Zuid-Afrika gedeeld had hier. Terugkijkend naar deze foto’s lijkt het onwerkelijk dat ik daar was, nog maar een paar weken geleden.

Waar het, wanneer de motor afsloeg, alles behalve stil was. Waar krekelkoren en tientallen vogels klonken. Bladeren ritselend door de wind, of door dieren die hun weg zochten buiten de gebaande paden, zodat we ze niet konden zien maar wel horen.

Midden in de natuur, maar even van de wereld.

9R7A23489R7A23429R7A2363 9R7A2374 9R7A2387 9R7A2407 9R7A2438 9R7A2505 9R7A2524 9R7A2551 9R7A2576 9R7A2595 9R7A2597 9R7A2614  9R7A2649 9R7A2685 9R7A2700 9R7A2704

EEN AANEENSCHAKELING VAN WILLEKEUR

9R7A2949

Kaapstad is een aaneenschakeling van willekeur. Er valt nauwelijks te spreken van een gebied of een wijk. De witte auto’s die de verkeersstroom domineren, vormen één van de weinige verbindende principes in de stad. Niets lijkt bij elkaar te horen – het omslaan van een hoek leidt telkens tot een nieuw, onvoorspelbaar tafereel.

Zoals een jongen die op een straathoek in een panfluit staat te blazen. Spelen kan het niet genoemd worden; hij produceert slechts een reeks valse tonen. Zelf is hij er ook niet tevreden mee. Na nog enkele tevergeefse pogingen gooit hij het ding op de grond en gaat er vastberaden op staan. Hij stampt net zolang met zijn voet tot het zeker is dat de fluit nooit meer muziek zal produceren.

Drie straten verder zijn twee mannen om onverklaarbare reden de verf van verkeerslichten te schrapen. Het geluid van metaal op metaal mengt zich met die van het verkeer. Gele schilfers dwarrelen richting de straatstenen als onbedoelde confetti.9R7A2957

Er heerst verdeeldheid onder de mensen hier. Van apartheid is geen sprake meer, maar voor mij is het voelbaarder dan verwacht. Toch zijn er dingen die hen verenigen. Een taxichauffeur vertelde over de dood van Nelson Mandela, en wat voor impact dat had op het land. ‘Everybody cried – not only black people. Not the white, the Indian, the Chinese, you name it. It were South Africans who cried.’ Mandela is alomtegenwoordig. Zijn beeltenis is te zien door de gehele stad, in de vorm van standbeelden, posters en banieren op gebouwen.

Zoals iedere taxichauffeur ons adviseert (en het een toerist in Zuid-Afrika betaamt) bezoeken we de Tafelberg. Ik kijk met bewondering naar het uitzicht, maar houd steevast een meter afstand van de halfhoge muurtjes die ons er van weerhouden de diepte in te storten. Voor velen moeten ze er toch uitnodigend uitgezien hebben – menig toerist liet zichzelf zittend op zo’n muurtje vereeuwigen, soms zelfs met de armen wijd gespreid. Bij iedere windvlaag hield ik mijn hart vast.

9R7A2939

Ook in de seizoenen is geen eenheid te ontdekken: het is hier afwisselend lente, zomer of herfst. Regelmatig passeren mannen in winterjassen meisjes met ontblote benen. Wanneer de dag ten einde loopt, kan ik ze geen ongelijk meer geven: wanneer de zon laag staat en de wind is gaan liggen heb ook ik behoefte aan wapperende rokjes.

’s Middags streek ik neer op een zanderig trappetje, om daar sokken en schoenen achter te laten. Mijn broekspijpen sloeg ik twee, drie keer om. In de branding speelde ik tikkertje met het water.

(Het water won.)

En dat stemde me, zelfs zonder rokje, geheel tevreden.

9R7A29619R7A2959

WELKOM IN ZUID-AFRIKA

9R7A2000

De reis begon in Amsterdam, met een tien uur durende vlucht naar Johannesburg. Vroeger vond ik het niet fijn om te vliegen, want saai. Inmiddels geniet ik er juist van – het is het beste excuus om tien uur lang niets anders te doen dan lezen, films kijken of gewoon een beetje voor je uit staren. Vanaf Johannesburg vlogen we naar Hoedspruit, in ongetwijfeld het kleinste vliegtuig waarin ik ooit gezeten heb. Onder ons werd de wereld steeds verlatener. In de verte strekten blauwe bergen zich uit in de mist – ik kon niet zien waar het land eindigde en de lucht begon. Wegen van rode aarde ontstonden vanuit het niets, als de bron van een rivier opdoemend uit het beboste landschap.

Het was een korte vlucht: na drie kwartier sprong het lichtje voor de gordels aan, de landing zou spoedig ingezet worden. Het enige wat ik me kon afvragen was: waar dan? Er was, afgezien van die kronkelige zandpaden, nog geen enkel teken van beschaving te ontdekken. Toen we een paar minuten later aan de grond stonden, bleek mijn vraag niet geheel onterecht. Het vliegveld bestond slechts uit een landingsbaan en een klein gebouw, dat er puur voor het idee neergezet leek te zijn. Echter, meer was er ook niet nodig; vanaf Eastgate vertrokken dagelijks slechts twee of drie vluchten.

De rit naar ons verblijf zou ongeveer twintig minuten duren, ‘depending on the traffic’. Dat verkeer bleek te bestaan uit vijf apen, een paar hangbuikzwijntjes en vier olifanten. Op twee meter afstand staken ze op hun dode gemakje de weg over. Welkom in Zuid-Afrika.

9R7A20309R7A2035

Die middag al gingen we echt op safari. In een verbouwde pick-up crosten we over de stoffige paden. De zon scheen nog fel en het was warm, maar de vaart die we hadden, veroorzaakte een aangename wind. Al na anderhalf uur in het Kapama Park waren mijn verwachtingen meer dan waargemaakt. We zagen zebra’s, giraffes, impala’s, nog meer olifanten en natuurlijk prachtige natuur, overal waar je keek. (En ook babydiertjes! Ik smolt, echt waar. En wees gerust, ook daar zijn foto’s van.) Wat mij nog het meest verbaasde was hoe dichtbij alle dieren waren. Ze waren allemaal heel rustig en liepen om de pick-up heen alsof het een grote rots was die er altijd al gestaan had. De olifanten kwamen zelfs zo dichtbij dat ik bijna een staart in mijn gezicht gezwiept kreeg.

Rond zes uur begon het donker te worden, en daarmee ook een stuk koeler. De koplampen schenen op de weg, met een zaklamp werden de struiken belicht, op zoek naar ogen die zouden reflecteren. En dat deden ze. In de schemering lagen twee vrouwelijke leeuwen midden op het pad. Toen we dichterbij kwamen was ik ervan overtuigd dat ze weg zouden lopen, maar het deerde ze niets. Met ingehouden adem bewonderde ik ze. Niet veel later was er ook een mannetje gespot, maar die liet zich iets minder makkelijk zien. Onze gids gaf zich echter niet gewonnen en stuurde de pick-up zonder pardon de bossen in. Na een roerige achtervolging belandden we weer op de weg. De leeuw liep voor ons uit, met langzame, trotse stappen. Toen hij na zeker tien minuten een geschikte plek had gevonden, vleide hij zich midden op de weg neer en sloot hij zijn ogen.

Conclusies na dag één: Zuid-Afrika is prachtig. Olifanten hebben de liefste, zachtste pootjes die er maar zijn. En leeuwen zijn, hoewel ik anders vermoedde, de meest luie dieren ooit.

9R7A20519R7A20869R7A20899R7A20949R7A21209R7A21389R7A21459R7A21629R7A21689R7A22029R7A22079R7A23219R7A22849R7A2302

Dit waren de eerste foto’s vanuit Zuid-Afrika. More is yet to come!