Reizen

VIDEO: LES ÉTOILES

Vanwege de gebruikte muziek is deze video alleen op je computer te bekijken!

Ik was een paar dagen in Parijs en maakte un petit vidéo! Hierin zie je o.a. voorbijkomen: Parijse kinders, Parijse hondjes en maar één keer de Eifeltoren. (Oké, misschien twee keer. Maar dan moet je goed opletten.)

YES FORGET NU MAAR MIJN NAME

Processed with VSCO with f2 preset

‘Ladies! That way to the beach!’ Een Portugees op leeftijd houdt ons met licht doorrookte stem staande. Ik begrijp hem wel. Zes jonge meisjes, allen in bikini en weinig verhullende strandjurkjes. Twee van ons dragen een blauw-witte koelbox, gevuld met literflessen water, watermeloen en prosciutto. Over mijn schouder hangt een Aldi-tas met daarin handdoeken en zonnebrand. We zijn blond, verbrand, en ogenschijnlijk verdwaald. Maar wij weten beter. ‘Oh, we know. But thank you so much!’

Albu

Al een paar dagen zijn we in Albufeira en we zijn er inmiddels al aardig vertrouwd. We gaan een dag naar Gale beach, een strand wat verder uit het centrum. Bepakt en bezakt trotseren we op slippers de zanderige paden. We klimmen over rotsen heen, om zo de verlaten baaien te ontdekken die Gale beach zo bijzonder maken. Met onze handen plakkerig van de watermeloen zitten we in de zon, kijkend naar de golven die tegen de rotsen omhoog spatten.

Albu3

We doen verscheidene pogingen tot koken. Of ja, ‘koken’. Dingen maken in de keuken, laten we het daar op houden. Bij poging één laat ik een zak magnetronpopcorn aanbranden – wat heus niet zo stom is als het nu klinkt. Normaal ben ik wel visueel ingesteld, maar wanneer het aantal watt aangegeven wordt met één, twee of drie vlammetjes, haak ik toch af. Bij poging twee gaat het enigszins mis met de pasta-sausratio. Bij de derde poging lukt het ons (lees: Marre) om een paar fatsoenlijke eitjes te bakken. De kleine keuken staat blauw van de rook, maar het smaakt prima.

Albu5

Het zal je niet verbazen dat we vaak buitenshuis hebben gegeten. We belanden bij een Portugees restaurant dat er wel héél authentiek uitziet. Sommigen van ons hebben zo hun twijfels bij het zien van het interieur, dat overeenkomt met dat van een bruin café, maar dan met tl-verlichting. Toch besluiten we naar binnen te gaan. Een stevige jongen zet ons met een eindeloze glimlach borden met eten voor. Verse vis, vlees en kip die wel héél erg ‘piri piri’ is. Vanuit de keuken roept zijn moeder (?) af een toe iets vanachter de pannen.

De laatste avond zitten we op een terras op de eerste verdieping, met uitzicht op het strand. Maar de grootste ontdekking van de week is, geen grapje: de supermarkt – Pingo Doce, om precies te zijn. Naast de ingrediënten van de gemiddelde buitenlandse supermarkt (vissenhoofden ter grootte van een voetbal, watermeloenen ter grootte van drie voetballen), heeft deze supermercado nog iets extra’s te bieden. Het laat zich het beste omschrijven als een superkantine. Je kan kiezen uit verschillende soorten  vis, vlees, of pizza met daarbij zoveel rijst of aardappeltjes als ik normaal in een week zou eten. Het wordt voor je neus gebakken en is super lekker. Kosten: zo’n vijf euro. Aanrader.

Albu1

Al deze adressen hebben we te danken aan onze host Veronika, die ons via Airbnb het appartement verhuurt. Zij is niet de enige vriendelijke Portugees die we treffen deze week. Er is het meneertje dat ons ongevraagd de weg wijst. Het mevrouwtje aan wie we vragen of er in dat ene blauwe pakje inderdaad kookroom zit. In volzinnen antwoorden lukt haar niet, maar een enthousiast ‘yes, yes, yes!’ is voldoende. De chauffeur die ons van en naar het vliegveld rijdt. Hij gaat volgend jaar in Delft studeren. We leren hem wat over Nederland (‘Your fiets will get stolen at least once.’) en we voeren heuse filosofische discussies. Er is de willekeurige man bij wie we in zijn witte busje stappen, omdat hij ons wel naar het strand wil brengen. Gratis. (Sorry mam. Ik weet wat je altijd zei. Maar alles is goed. We zijn niet verkracht.)

Albu6

Wat betreft uitgaan slaan we het advies van Veronika wel in de wind. Zij raadt ons het oude centrum aan, maar daar treffen we vooral bejaarde Britten. In het nieuwe centrum zijn meer mensen van onze leeftijd (maar ook nog genoeg bejaarde Britten). Het is één groot Nederlands feest in de café’s, waar het dringen is tussen de honderden eindexamenleerlingen, hun polsen behangen met felgekleurde toegangsbandjes.

Albu4

Het liedje van de week is al vlug gekozen. ‘Forget my name’ van Side2Side, ook wel ‘de jongens van Streetlab’. Er is ook geen ontkomen aan; op een gemiddelde avond wordt het minstens drie keer gedraaid. Binnen een dag kennen we de tekst uit ons hoofd* en ik weet al snel: die gaat er voorlopig niet meer uit.  Later in de avond verhuizen we naar Heaven, meer club dan kroeg, meer dance dan Top-4o meezingers. We dansen tot we onze voeten niet meer voelen. Op weg naar huis zien we het licht worden. Twee van ons slaan af richting het strand, om de zon op te zien komen. De rest loopt door, langs een stad die allang slaapt. Twee jongens staan in hun tuin nog een sigaret te roken. Ze steken hun hand naar ons op. ‘Welterusten.’

We creëren een heel nieuw ritme. Om zeven uur ’s avonds liggen we nog aan het zwembad,  om kwart over negen schrikken we wakker van een middagdutje. Misschien maar eens gaan eten. Om half zes ’s ochtends schuiven we een intens smerige diepvrieslasagne in de oven. Die op dat moment intens lekker smaakt.

Albu7

We leren elkaar goed kennen, deze week. Sarcasme voert de boventoon, de meest gehoorde uitspraak is ‘doe het lekker zelf’. (‘Wil iemand even mijn rug insmeren?’ ‘Doe het lekker zelf.’) Wanneer ik op de wc zit denk ik: dit is de eerste keer dat ik alleen ben vandaag.

Het is precies zoals ik verwacht had. Ja, het is een puinzooi. Je moet op slippers douchen omdat de badkamervloer onwijs plakt. Vanaf de helft van de week is er niemand meer die de moeite neemt de afwas te doen. We liggen in bed tot we er van de hitte uitzweten. Er is vaker niet dan wel een plan. Maar ik kan ervan genieten.

Albu2

Op het vliegveld worden al die zelfstandige tieners toch braaf door hun ouders opgehaald. We eten koude pizza, zittend op de warme stoep voor de aankomsthal. We zijn vrij stil – eindelijk uitgepraat. Eenmaal thuis slaap ik dertien uur aan een stuk. Ik had gedacht dat ik graag op mezelf zou zijn na zo’n week, maar niets is minder waar. ’s Avonds zitten we alweer met elkaar op de bank. Om langzaam weer te wennen aan het ritme van het gewone leven.

IMG_6201

* Mocht je dat nu ook willen, dan moet je even hier klikken en het liedje luisteren! Instant vakantiegevoel gegarandeerd.

VENETIË

9R7A7369

Om één uur ’s middags houd ik me nog bezig met de stelling van Pythagoras. Twaalf uur later ben ik in Venetië – waar het water lichtgroen is en alle mannen van boven de zestig elkaar lijken te kennen. In barretjes gieten ze gezamenlijk straffe espresso’s naar binnen. In de waterbus groeten ze elkaar, waarna ze in rap Italiaans gesprekken beginnen over de dagelijkse gang van zaken. “En wat vind jij nou van het referendum?”

9R7A73959R7A74009R7A74119R7A7422

We zijn met z’n tweeën, Mart en ik. We eten pizza als ontbijt, zitten minutenlang doelloos in de zon. Maar er zijn ook plannen – plannen genoeg. We steken kaarsjes op in kathedralen, dwalen door paleizen. We wandelen door de duizenden nauwe steegjes die de stad rijk is. Hoek na hoek slaan we om, ons richtingsvermogen testend tot we het echt niet meer weten. In mijn geval is dat natuurlijk vrij snel. Mart is een grotere doorzetter in dezen, maar toch diep ik meermaals de licht verkreukelde kaart op uit mijn tas.

9R7A74379R7A74459R7A7454

Venetië doet aan als een mediterraans Amsterdam. Maar waar in Nederland de stad won van het water, won hier het water van de stad. Of beter: werden ze één. De groenige kanalen stromen tot aan de achterdeuren van de pastelkleurige huizen. Het doet bijna onecht aan. Dobberend door de nauwe grachten verwacht ik elk ogenblik een mechanisch monster dat uit het water opdoemt, terwijl er rook en spannende muziek uit de voorkant van de boot komt. Aan het einde van de rit kunnen we een foto van dit actiemoment kopen.

Het idee dat ik me in een pretpark bevind, valt niet geheel uit te sluiten. Bovendien dragen de vele Japanners nogal bij aan het Disneylandgevoel.

9R7A74599R7A74789R7A7521

Het voelt weer echt als Italië wanneer we de drukste straten links laten liggen. We kopen aardbeien op een markt waar het naar vis ruikt en eten ze op in een rustige bocht van het Grand Canal. De zon brandt door mijn bloesje, mijn voeten bungelen van de steiger. Voorzichtige golfjes maken mijn sokken nat.

9R7A75249R7A7532

We bezoeken de Gallerie dell’Accademia, benieuwd naar de werken van Leonardo da Vinci. Zaal na zaal gaan we af, maar geen Leo. ‘Not on display. Sorry.’  wordt ons in Italiaans Engels verteld. Natuurlijk pas nadat we het complete museum hebben gezien. We hebben dus vooral gelachen om talloze dikke engeltjes en disproportionele paarden.

(Ik wijt dit aan een gebrek aan ouders.)

9R7A75389R7A7547

We ontbijten op een trapje in de zon. We beklimmen de Campanile van Venetië, waar we niet meer voor het kindertarief naar binnen mogen. Veel te vroeg rollen we onze koffer over de kinderkopjes. Met de boot, met de bus, met het vliegtuig. We rijden van Brussel naar huis terwijl het langzaam donker wordt. Mart achter stuur, ik reik handjes chips aan en wijs zo nu en dan op een naderende flitspaal. Ik verzorg de muziek, maar zing vooral erg hard mee. Het was fijn – even los van alles.

WHEN IN ROME

9R7A3676

‘When in Rome, do as the Romans do,’ wordt er altijd gezegd. Maar na drie dagen in deze stad vraag ik me af of dat gezegde wel klopt. Terwijl ik mezelf verplaats van schaduw naar schaduw – want de straat is lava – begin ik bijna te denken dat de Chinezen, die een paraplu als parasol gebruiken, het nog het beste bekeken hebben.

Het is dus warm in Rome, en niet zo’n beetje ook. Dan heb ik dat vast maar even gezegd. Tussen de activiteiten en bezienswaardigheden door is het regelmatig nodig hier maatregelen tegen te treffen, in de vorm van water, airconditioning of zonnebrand – niet zelden alle drie tegelijk.

9R7A3723

Tot zover de hitte, want Rome is veel meer dan dat. Boven alles is het één groot openluchtmuseum. Aan vrijwel ieder gebouw lijkt een geschiedenis gebonden, slechts van enkele wordt hij regelmatig verteld. De Latijnse woorden op de gevels zeggen me niet genoeg om erachter te komen wat zich ooit achter de verweerde muren heeft afgespeeld.

9R7A3705

Niet alleen de tand des tijds veroorzaakt verweerde muren – ook de hordes toeristen laten hun sporen achter. Het zijn voornamelijk Chinezen, die met busladingen tegelijk de highlights van de stad bezoeken. En nog belangrijker: vastleggen. Met een paraplu boven het hoofd en een selfiestick in de aanslag filmen zij zichzelf bij het Pantheon, zichzelf bij het Colosseum, zichzelf bij de Spaanse trappen. Om eenmaal thuis te bekijken waar ze allemaal geweest zijn.

9R7A3751

We bezoeken het Vaticaan, waar op het plein honderden zwarte stoeltjes staan te gloeien onder de felle middagzon. De paus is er niet, maar dat lijkt niemand iets te deren; de wachtrij cirkelt om de buitenmuren heen. Binnen zien we beelden, fresco’s en mozaïeken. Het meest onder de indruk ben ik van de gang waar landkaarten tientallen meters van de muren bedekken. Samen vormen ze één grote kaart van Italië, met daarop ieder dorp en iedere berg tot in detail geschilderd.

9R7A37619R7A3771

’s Avonds lopen we langs de Tiber, waar deze weken een filmfestival plaatsvindt. We eten met het geluid van ruisend water achter ons, terwijl de lucht langzaam roze kleurt. Op de weg terug passeren we een brug, waar de rivier onderdoor stroomt. Op een eiland middenin het water zijn tientallen witte klapstoelen neergezet, voor een Italiaanse film onder de sterren.

9R7A37699R7A3669

Er is ook nog het heerlijke Italiaanse eten, de mooie winkels. De straten vol gladde kasseien, die geen goede combinatie vormen met mijn sandaaltjes zonder profiel. En het genot van in bed gaan liggen na een lange dag.

9R7A3710

Oh, en ook hier nemen ze het niet zo nauw met de verkeersregels.

ONDERWEG / UNTERWEGS / VIAGGIANTE

9R7A3616

Het huis is schoon, de achterbak zit vol. Echt helemaal vol. De vraag hoe we dat allemaal weer mee terug gaan krijgen, schiet door mijn hoofd. (Want dat is algemeen bekend, volgens mij: op de terugweg heb je – soms op onverklaarbare wijze –  meer spullen.) Ik duw de gedachte weg met mijn favoriete vakantiemotto: dat zien we dan wel weer.

En dan gaan we. Direct bekruipt me het gevoel dat ik iets heel belangrijks vergeten ben. Na een half uur, rijdend over de snelweg,  heeft dat gevoel plaatsgemaakt voor het besef dat de mensen en dingen die de komende twee weken belangrijk voor me zijn, zich binnen één meter afstand van me bevinden. Onze auto als mijn persoonlijke, bewegende wereldje tijdens deze reis.

9R7A3627

Een eerste stop. De geur van benzine op de vroege morgen veroorzaakt zowel een lichte misselijkheid als een onvermijdelijk vakantiegevoel.

9R7A3640

Voor mij is er steeds wel muziek. Eerst Radio 2, zolang het bereik dat toelaat. Wanneer we overgaan op een Duitse zender plug ik mijn oortjes in en luister ik van alles, van De Jeugd tot John Mayer.

9R7A3639

Langzaam vormen zich hoopjes, bestaand uit kleding, dekentjes, kleding functionerend als dekentjes, boeken en geopende snoep- en chipsverpakkingen. Het is een gezellig rommeltje; de achterbank is veranderd in een mobiele woonkamer.

9R7A3648

We overnachten in een idyllisch Zwitsers bergdorpje, in een hotel waar het afwisselend ruikt naar een sterke luchtverfrisser en kaasfondue. We zijn zo’n zeshonderd kilometer van ons land vandaan, maar er staan enkel auto’s met een Nederlands kenteken geparkeerd. ’s Avonds doen we een poging een film te kijken, maar tevergeefs; nog voor we halverwege zijn, ben ik in slaap gevallen. Moe van een hele dag nietsdoen.

9R7A3656

De volgende ochtend zetten we de reis tijdig voort, in de hoop de drukte voor te zijn. Na nog een paar uur door de bergen geslingerd te hebben, passeren we de grens. Op de autostrade kunnen we in de file aanschuiven. De temperatuur loopt op, onze snelheid maar met vlagen. Vooral in de breedte verplaatsen we ons – en we zijn niet de enigen. Een file in Italië is als een potje sneldammen, waarbij de stukken in hoog tempo over het bord worden verplaatst. De Italianen zelf schrikken niet terug voor wat risico – ze lijken hun keuzes bij het wisselen van rijbaan te baseren op niets anders dan impulsen. Zien ze een gaatje, dan werpen ze hun auto erin – hoe klein dat gat ook is, hoe hoog de snelheid ook ligt.

9R7A3630

Hoewel er navigatie is, volgt mam met haar vinger de route op een kaart. In een poging wat files te ontwijken, rijden we door verschillende ingeslapen Italiaanse dorpjes. De navigatie lijkt er de weg nog niet te kennen, de informatie die de kaart biedt is ontoereikend. Af en toe eindigen we op een punt waar omkeren de enige optie is, willen we niet in een maisveld belanden. Toch bereiken we telkens weer de autostrade, en uiteindelijk onze bestemming. Zo wordt na twee dagen reizen maar weer eens bevestigd dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden.

VAN DE WERELD

9R7A2358

Ik was even vergeten dat ik nog niet alles uit Zuid-Afrika gedeeld had hier. Terugkijkend naar deze foto’s lijkt het onwerkelijk dat ik daar was, nog maar een paar weken geleden.

Waar het, wanneer de motor afsloeg, alles behalve stil was. Waar krekelkoren en tientallen vogels klonken. Bladeren ritselend door de wind, of door dieren die hun weg zochten buiten de gebaande paden, zodat we ze niet konden zien maar wel horen.

Midden in de natuur, maar even van de wereld.

9R7A23489R7A23429R7A2363 9R7A2374 9R7A2387 9R7A2407 9R7A2438 9R7A2505 9R7A2524 9R7A2551 9R7A2576 9R7A2595 9R7A2597 9R7A2614  9R7A2649 9R7A2685 9R7A2700 9R7A2704

EEN AANEENSCHAKELING VAN WILLEKEUR

9R7A2949

Kaapstad is een aaneenschakeling van willekeur. Er valt nauwelijks te spreken van een gebied of een wijk. De witte auto’s die de verkeersstroom domineren, vormen één van de weinige verbindende principes in de stad. Niets lijkt bij elkaar te horen – het omslaan van een hoek leidt telkens tot een nieuw, onvoorspelbaar tafereel.

Zoals een jongen die op een straathoek in een panfluit staat te blazen. Spelen kan het niet genoemd worden; hij produceert slechts een reeks valse tonen. Zelf is hij er ook niet tevreden mee. Na nog enkele tevergeefse pogingen gooit hij het ding op de grond en gaat er vastberaden op staan. Hij stampt net zolang met zijn voet tot het zeker is dat de fluit nooit meer muziek zal produceren.

Drie straten verder zijn twee mannen om onverklaarbare reden de verf van verkeerslichten te schrapen. Het geluid van metaal op metaal mengt zich met die van het verkeer. Gele schilfers dwarrelen richting de straatstenen als onbedoelde confetti.9R7A2957

Er heerst verdeeldheid onder de mensen hier. Van apartheid is geen sprake meer, maar voor mij is het voelbaarder dan verwacht. Toch zijn er dingen die hen verenigen. Een taxichauffeur vertelde over de dood van Nelson Mandela, en wat voor impact dat had op het land. ‘Everybody cried – not only black people. Not the white, the Indian, the Chinese, you name it. It were South Africans who cried.’ Mandela is alomtegenwoordig. Zijn beeltenis is te zien door de gehele stad, in de vorm van standbeelden, posters en banieren op gebouwen.

Zoals iedere taxichauffeur ons adviseert (en het een toerist in Zuid-Afrika betaamt) bezoeken we de Tafelberg. Ik kijk met bewondering naar het uitzicht, maar houd steevast een meter afstand van de halfhoge muurtjes die ons er van weerhouden de diepte in te storten. Voor velen moeten ze er toch uitnodigend uitgezien hebben – menig toerist liet zichzelf zittend op zo’n muurtje vereeuwigen, soms zelfs met de armen wijd gespreid. Bij iedere windvlaag hield ik mijn hart vast.

9R7A2939

Ook in de seizoenen is geen eenheid te ontdekken: het is hier afwisselend lente, zomer of herfst. Regelmatig passeren mannen in winterjassen meisjes met ontblote benen. Wanneer de dag ten einde loopt, kan ik ze geen ongelijk meer geven: wanneer de zon laag staat en de wind is gaan liggen heb ook ik behoefte aan wapperende rokjes.

’s Middags streek ik neer op een zanderig trappetje, om daar sokken en schoenen achter te laten. Mijn broekspijpen sloeg ik twee, drie keer om. In de branding speelde ik tikkertje met het water.

(Het water won.)

En dat stemde me, zelfs zonder rokje, geheel tevreden.

9R7A29619R7A2959