Creative

KRINGELTJES

fullsizeoutput_e45

Met het studentenleven is ook het academisch jaar gestart. Mijn entree op de uni gaat gepaard met schoolse taal: woorden gevormd op toetsen, met het oog op tentamens. Mijn vingers struikelen achter mijn oren aan, pogen een samenhangend verhaal te typen in Calibri elf.

Academisch schrijven luistert nauw. Toen ik mijn eerste opdracht terugkreeg, bleek die verworden tot een opeenstapeling van rode wolken in de kantlijn. Ze bevatten commentaar in kleine letters, maar dat maakte het niet minder pijnlijk. ‘Verkeerd voorzetsel,’ ‘geen goed Nederlands’, of gewoon ‘duh’. ‘Leuke manier van opmaken, maar het is toch nodig dat je de juiste notatie gebruikt.’ Oeps. Ik dacht door te hebben hoe je een degelijk stuk schrijft, maar die hoop is enigszins vervlogen. Woorden als ‘bepaald’ en ‘men’ zijn uit den boze. En een zin is geen alinea.

Ben ik even blij dat die regels niet heilig zijn.

Niet hier. Dit is mijn domein, waar woorden geen zin hoeven te hebben. Hier hebben verzonnen termen een kans, fungeren rode kringeltjes als felicitatie voor creativiteit. Hier kan ik de diepte in staren tot de zinnen in mijn hoofd neerdalen, soms als dwarrelend dons, soms als plotse hagelstenen aan het einde van een zonnige dag.

Gun me inkt vol woede – harde woorden die nog pagina’s ver doordrukken. Dromerige passages, zinnen als wolken die langzaam voorbijdrijven als je ze niet op tijd vangt. Sporadisch gedecideerde letters wanneer ik weet wat ik vertellen wil.

Of een verhaal zonder echt einde.

Verder heb ik het naar m’n zin op de universiteit, hoor! En die feedback is top, want je mag daarna je werk verbeteren voordat je een cijfer krijgt. Om de eerstejaars-stress weg te nemen, denk ik. Helemaal fijn. Maar ik was er wel aan toe een verhaal te vertellen in niet-precies-driehonderd woorden.

ZOEKEN EN VINDEN

9R7A8511

Het was zoeken en vinden, de afgelopen dagen. Zoeken naar mijn fiets in Utrecht. Zoeken naar de juiste woorden voor de diploma-uitreiking. En zoeken naar Pokémon, natuurlijk, al heeft dat niet direct betrekking op mij. Dat wil zeggen, ik zie het niet als een levensdoel op zich om een Pikachu te vangen of gymmaster te worden. Maar verder vind ik het alleen maar grappig dat enkele vriendinnen, familieleden en eigenlijk de halve wereld in de ban is van Pokémon Go. Alleen al omdat het de maatschappij op een sympathieke manier ontregelt. Nachtelijke meetings in het park, en het aloude ‘Doe je voorzichtig?’ dat vervangen is door ‘Je gaat niet rijdend Pokémons vangen, hoor!’

(Maar serieus: zorg alsjeblieft dat je nergens tegenaan knalt.)

In Utrecht vind ik steeds beter mijn weg. Naar mijn idee bevindt alles zich aan dezelfde lange straat, al zal dat waarschijnlijk betekenen dat ik pas een fractie van de stad gezien heb. Toch is het in mijn geval (‘zeg ik links, ga dan vooral rechts’) telkens weer een kleine overwinning wanneer ik, zonder op mijn telefoon te kijken, mijn fiets op de juiste bestemming kan parkeren.

Het terugvinden van die fiets is weer een ander verhaal. Wanneer ik op de Oudegracht een plekje zie, prop ik mijn zwarte gevaarte daar gedachteloos in. Slot van drie kilo eromheen, niets meer aan doen. En dus struin ik enige tijd later op en neer langs de rekken, terwijl ik telkens weer versteld sta van mijn eigen onoplettendheid. Ik moet ‘m maar snel oranje gaan spuiten, die fiets. Of van die plastic mamabloemen kopen voor aan mijn stuur.

(Maak je geen zorgen, toekomstige stadsgenoten. Ik zal geen neonkleurig kratje voorop zetten. Ik ben me er van bewust dat dat – vooral bij fietsenrekkenschaarste – zeer asociaal is.)

De eerste nacht dat ik in Utrecht sliep, was ik met Mienke. We deden een poging tot het schrijven van een verhaal voor de diploma-uitreiking. Het feit dat die nog even op zich liet wachten, maakte dat de druk om daadwerkelijk iets te schrijven vrij laag was. Maar het begin was gemaakt.

Vorige week donderdag voelden we dan toch enige urgentie dat verhaal af te maken. Dus dat deden we. We schreven en schrapten. We overlegden uitvoerig over een gebrek aan samenhang, over momenten die per se vernoemd moesten worden en welke grappen we wel of niet konden maken.

Afgelopen maandag besloten we het geheel maar eens te oefenen. Precies op tijd voor de diploma-uitreiking, die avond. Voorzien van corsages en een gezonde dosis zenuwen liepen we de zaal binnen. Op de achtergrond klonk een heel Amerikaans deuntje, overstemd door het applaus van vrienden en familie. Wij leerlingen namen plaats in het midden en werden overladen met mooie woorden. Voor iedereen was er een mooi, grappig, maar vooral persoonlijk verhaal. En toen kwamen wij.

‘Daar ben ik weer,’ begon ik, mijn stem galmend door de gymzaal. Door een samenloop van omstandigheden stond ik voor de vijfde keer op het podium tijdens ons laatste woord. De insteek was ‘doen alsof’. Wij leerlingen waren daar behoorlijk goed in, maar aangezien we de school zouden verlaten, was het niet langer nodig. Ik voelde me lichtelijk bezwaard om te vertellen over spijbelpraktijken en alcoholaffaires, na alle lof die over me was uitgesproken. Maar na het delen van die ‘stoere verhalen’, hebben we hopelijk de juiste woorden weten te vinden. Aan de hand van vele herinneringen wilden we bovenal duidelijk maken dat we een enorm fijne tijd hebben gehad.

(En toen kwam er opeens een filmpje voorbij dat vanuit de zaal werd gemaakt. Hierbij drie tips aan mezelf:

  1. Blijf van je haar af
  2. Minder boos kijken mag
  3. Blijf van je haar af.

Maar verder ging het best prima.)

Ten slotte wilde onze biologiedocent iets vragen aan onze gymdocente. Niet zomaar een vraag – hij ging ervoor op zijn knieën. Geklap en gejuich, een stiekem traantje en heel veel respect – je moet het maar durven. Mocht één van hen dit lezen: heel veel geluk samen!

In de aula zocht ik een hoop leraren die ik nog wilde bedanken. Niet allemaal gevonden, dus bij deze nog eens: bedankt voor alles. We zochten en vonden elkaar, de mensen met wie ik die mooie tijd beleefd heb. Een allerlaatste foto op het duistere schoolplein. Dertien meisjes in zomerse jurkjes, bloemen in de hand. Boven ons de leus waar we zo vaak de draak mee hebben gestoken, maar die voor ons toch waar geworden is. Zoals mijn mentor over me zei: mezelf gezocht en gevonden. Groot geworden op het Eckart.

Voor mijn gevoel ben ik al zo’n drie maanden afscheid aan het nemen van mijn middelbare school, en dat hier met jullie aan het delen. Hope you don’t mind. In ieder geval: hier houdt het echt op! On to the next one.

IN MINIMAAL 30 WOORDEN

scan0017

Na twee dagen vind ik mezelf ervaren genoeg om iets te schrijven over hetgeen waar al het gehele schooljaar naartoe geleefd wordt: het Centraal Schriftelijk. Wanneer ik een examen maak, blijk ik me in een concentratievacuüm te bevinden. Daarin bestaan alleen vragen en antwoorden, sporadisch een graai in een bakje druiven. Of zoals ze het in de Volkskrant zouden verwoorden: ik begeef me in het epicentrum van mijn bewustzijn.

Deze hyperconcentratie resulteert erin dat ik na drie uur niet meer weet waar de eerste opgave over ging. Hulde dan ook voor de mensen die om vijf uur ’s middags al een scherpe poll op Facebook hebben geplaatst. Zoals Colette zei: ‘Het leukste aan examens is dat ik de grapjes op social media snap dit jaar.’

Je kan je voorstellen dat ik met een overvolle hersenpan thuiskom na zo’n zitting. Ik voel sterk de behoefte om tegen iemand aan te kletsen over de essentie van tekst vier of de bedoeling van vraag twintig, mocht ik nog weten waar die over ging. Mijn familie kan ik hier maar tot op zekere hoogte mee lastigvallen, dus doe ik mijn woordje hier.

Het examen Nederlands verliep zoals ik verwacht had. Ik markeerde er lustig op los, goochelde wat met functiewoorden. Door Martin Heidegger werd ik even verleid te gaan twijfelen aan het nut van het leven (en dus de examens). Maar ik trapte er niet in. Ik probeerde alles wat op creativiteit of een eigen mening leek te onderdrukken. En dat ging eigenlijk prima.

Dan scheikunde. Dat was… Tsja. Scheikunde. Daar wil ik het graag bij laten.

Nee, natuurlijk niet. Bij Nederlands heb ik de oplossing voor de wereldcrisis al moeten samenvatten in dertig woorden, rekening houdend met de aspecten die deze crisis kenmerken en de partijen die ervoor verantwoordelijk zijn. (Of zoiets.) Dan ga ik me in mijn eigen eindexamensamenvatting niet nóg eens zo beperken.

Ik weet dat ik wat betreft scheikunde nooit beter ga worden dan ‘gemiddeld’, vanwege een gebrek aan interesse en kundigheid. En dat is oké – het is het me niet meer waard me er druk over te maken. Dat heeft me misschien nog wel het meest verbaasd de eerste examendagen: mijn eigen gemoedstoestand. Zo nu en dan een vlaagje zenuwen en een vrij zonnig humeur – dat is niet wat ik verwacht had deze periode.

Verder blijken mijn ideeën over de examentijd wel te kloppen. Een gymzaal gevuld met lichte nervositeit. Een tafel vol paperassen, waar na twee uur schrijven geen systeem meer in te ontdekken is. De bemoedigende glimlachjes van docenten. (En dat je dan lief terugknikt, maar stiekem denkt: ‘Ja, lach maar. Jij hoeft dit niet te doen.’)

Dat naar de wc gaan een uitje wordt, wanneer je je al twee uur op één vierkante meter bevindt. Je vangt de blik van je klasgenoot op wanneer je terugkomt van je plaspauze. Waarin je niet eens hebt geplast, overigens – je wilde gewoon even je benen strekken. Op weg naar je tafel herkennen jullie wat melodramatische wanhoop in elkaars ogen, waar je nogal de slappe lach van krijgt. Je beseft dat dat totaal niet handig is, in deze gymzaal waar alleen het geritsel van papieren en het gekraak van waterflesjes klinkt. We glimlachen elkaar bemoedigend toe. Wij mogen dat, want we zitten in hetzelfde scheikundeschuitje. Het is een glimlach die voortkomt uit één geruststellend gegeven: in dit schuitje zitten we waarschijnlijk nooit meer.

Dit was de eindexamensamenvatting (ja, ja) van week 1. In week 2 maak ik Engels, dat wordt een makkie. Dan wiskunde en op vrijdag ga ik aan het zwarte gat natuurkunde proberen te ontsnappen. Misschien komt daar ook een samenvatting van. Misschien ook niet – wie zal het zeggen. Wat je kan doen om met mijn wispelturigheid om te gaan, is de Facebookpagina van Picture this by Milou liken. Zo blijf je zeker op de hoogte wat betreft examenupdates en verhalen over andere zaken. Want die schrijf ik ook heus wel. Maar nu even niet.

CONTEMPORAIN/MERITES/PRECAIR

scan0013

Het was zo’n week waarin al mijn pennen opraakten. Dat lijkt bij mijn gehele etui-inhoud steevast simultaan te gebeuren. Als menstruerende nonnen in een klooster passen mijn pennen hun leegloop op elkaar aan.

Bij biologie bepaalden we onze bloedgroep. Dat wil zeggen, de klas minus mijzelf. Ik voelde niet de behoefte me te prikken met een naald, die dag, dus ik besloot ervan af te zien. Geconcentreerd druppelden klasgenoten antistoffen op glazen plaatjes. Met cocktailprikkers roerden ze hun bloed er doorheen.

Bij het opruimen was behoedzaamheid geboden. Het besmeurde glas werd door de docent ingezameld. Bloed van alle soorten kringelde door een gele teil. Daarin bevond zich een mengsel van dood en verderf, dat al wat nog leefde accuut onschadelijk zou maken. Mijn schone objectglazen vielen met een plons in het bloedbad.

scan0011

Ik maakte rondjes op mijn telefoon. Ik bekeek Instagram, Facebook, Twitter, als ik goede zin had nog Magister – en dan begon ik weer van voor af aan. Maar na een x aantal rondjes valt er niets meer te refreshen. Dat betekent doorgaans dat ik iets nuttigs moet gaan doen – of een nieuwe app moet downloaden.

Op Facebook bleek innovatie te hebben plaatsgevonden. Naast het aloude liken kunnen we tegenwoordig ook loven, wowen en wat dies meer zij. Ik miste een ‘ok’ of ‘zal wel’ onder de nieuwe iconen. Maar misschien geef je dat signaal al af door simpelweg nergens op te klikken.

scan0012

Het was een inconsistente week. ‘Inconsistent’ betekent ‘gebrek aan samenhang’ of ‘innerlijke tegenstrijdigheid’. Dat weet ik, want ik moest woorden leren voor een SO Nederlands. Ik heb geprobeerd er een aantal in dit stuk te verwerken – misschien onthoud ik ze dan een dag langer. Schrik dus niet als je plots ergens ‘jurisprudentie’ ziet staan (‘eerdere uitspraken over een juridische kwestie’).

Die woorden leerde ik via WRTS, een online overhoringsprogramma. Vraag me niet waarom, maar mijn gebruikersnaam is daar ‘Bob’. WRTS probeert leerlingen te motiveren doormiddel van geautomatiseerde kreten. ‘Heel goed, Bob,’ stond er dan op mijn scherm, ‘je bent er bijna!’ Of ‘Wat jammer Bob, geen voldoende. Leer deze woordjes nog maar een keertje.’ Er stond nooit: duurt lang, Bob. Geef jezelf een schop onder je kont, Bob. Terwijl ik dat juist wel had kunnen gebruiken. Het was namelijk een niksige week, waarin ik over vrijwel alles mijn schouders ophaalde. Niets had urgentie.

(Eén nacht heb ik zelfs mijn kastdeur open laten staan. Geen zin om er nog voor uit bed te komen. Het monster dat ’s nachts achter mijn truien woont zou me mogelijk in mijn slaap vermoorden, maar dat risico nam ik voor lief.)

Lukewarm is no good, zei Roald Dahl ooit, en ik kan het alleen maar met hem eens zijn. Als ik iets irritant vind, is het onverschilligheid. Bij anderen, maar des te meer bij mezelf. Dus kocht ik vanmiddag een paar nieuwe pennen bij de Hema. Je moet ergens beginnen.

GENIETEN

9R7A5427

Vrijdagmiddag. De school was stil, de gangen verlaten. Ik bouwde een natuurkundelokaal om tot mijn eigen studio. Daar creëerde ik een enorme puinhoop, plus een video voor mijn toelating.

Het werd dus een chaos, want dat werkt het prettigst. Ik sleepte met stoelen, wisselde van standpunten, lenzen, aanwijzingen, ideeën. Ik maakte het donker en weer licht, zette projecties aan en weer uit. Ik stond op meerdere tafels, zat op de grond, leunde met één been in de wasbak. Ik keek op mijn scherm tijdens het filmen en zag ontstaan waar ik op gehoopt had. Vriendin Tessa stond model en deed dat super. Ze dacht met me mee en was gewoon haar prachtige zelf, zoals je hier kan zien.

Twee uur later, thuis. Ik zit stuiterend achter mijn computer het resultaat te bekijken. Mijn spullen op bed gegooid, mijn jas nog aan. Ik weet weer precies waar ik het voor doe: dit gevoel. Dit moment, waarop de ideeën die in mijn hoofd al lang bestaan, werkelijkheid worden. En dat ik daar zo niet normaal blij van word.

9R7A5430

Het was niet mijn week – dat heb je soms. Maar dit soort projecten doen stress en verdriet vervagen. Waar ik soms het idee heb dat alles me tegenwerkt, werkt dan alles mee. Of eigenlijk: iedereen.

Tessa die model voor me staat. Mijn oom die me een hele ochtend over een eiland rijdt, continu in zijn geheugen gravend naar geschikte locaties. Mijn ouders en broer die nooit te beroerd zijn op me te wachten, me ergens heen te brengen, mijn ideeën te bekijken. Mijn vriendinnen die me geruststellen wanneer bestanden onvindbaar zijn, hun vertrouwen uitspreken dat het gaat lukken.

Mensen die mijn doel includeren in hun nieuwjaarsbericht. ‘Een geweldig 2016, met hopelijk jouw toelating tot de kunstacademie.’ Mijn mentor die me zegt dat ik school maar even op een lager pitje moet zetten, ook al is het bijna testweek. Dat ik me beter kan richten op mijn toelating, omdat dat voor mij nu belangrijk is.

Onafhankelijk of het lukt, of het zal zijn zoals ik me had voorgesteld – dit gevoel, deze mensen, maken dat ik van de weg ernaartoe al enorm kan genieten.

9R7A5424

BUITEN DE HOKJES

Processed with VSCOcam with b5 preset

Donderdagochtend, kwart over acht. De collegezaal stroomt vol met leerlingen die liever nog in bed lagen. Sterker nog: leerlingen die liever niet meer op de middelbare school zaten. Want dat is volgens mij algemeen bekend: in het eindexamenjaar zijn de meesten er wel klaar mee.

Omdat het me zinloos lijkt een heel jaar in die modus te hangen, wil ik het graag anders benoemen: ik ben er klaar voor. Klaar voor iets nieuws, iets creatiefs, en iets waar ik hoop al mijn passie in kwijt te kunnen: de kunstacademie, richting film/documentaire.

Natuurlijk ging er wat gepeins aan die keuze vooraf. Want zou ik goed genoeg zijn? Is het wel een goed plan? Het antwoord op vraag één blijf ik jullie schuldig, maar op die tweede vraag zeg ik volmondig ‘ja’. Want ik wil ‘wat als-situaties’ voorkomen. Dit is het moment waarop ik mijn leven kan gaan inrichten zoals ik dat wil. Wanneer ik die kans nu niet benut, blijf ik me misschien wel mijn hele leven afvragen: wat als ik het wel geprobeerd had?

Processed with VSCOcam with b1 preset

Ik heb dus besloten om alle twijfel opzij te zetten en ervoor te gaan. Toen het vanaf 1 oktober mogelijk was om je in te schrijven, heb ik dat direct gedaan. Dat lijkt misschien wat voorbarig, aangezien ik hoe dan ook pas in september 2016 zou beginnen. Maar er komt meer bij kijken dan een aanmelding via Studielink en het inscannen van een pasfoto. Ik moet namelijk toelating doen, waarbij er sprake is van verschillende rondes. Ik zie meteen Idols-achtige taferelen voor me, inclusief ellenlange rijen op de toelatingsdag, waar je een nummer krijgt dat je op je buik moet spelden. En dan maar hopen dat ik geen Gordon tegenkom.

Tot zover mijn fantasie. In werkelijkheid moet je een motivatiebrief schrijven, een opdracht maken, een portfolio laten zien, of op de academie zelf iets komen doen. De momenten waarop dat moet gebeuren, zijn nog niet bekend. Ook verschilt het per academie welke van die dingen je moet doen. Ik ben namelijk van plan me er bij twee aan te melden: de HKU (Utrecht) en de AHK (Amsterdam). Maar, zo bedacht ik me, het zou sowieso geen kwaad kunnen om veel creatieve dingen te gaan doen dit jaar. Ik vind het toch leuk om te doen, en daarnaast kan ik op die manier oefenen en een portfolio opbouwen.

Processed with VSCOcam with b1 preset

Wat er in zo’n portfolio hoort te zitten? Ik heb geen flauw idee. Ik weet niet wat ‘goed’ is, of ‘de bedoeling’. Ik denk ook niet dat die termen (kunnen) bestaan op zo’n opleiding. Tenslotte, wat de één kunst vindt, vindt de ander afschuwelijk. Ik weet niet wat ervoor zal zorgen dat ik toegelaten wordt, dat ik een vinkje krijg in alle hokjes. Of juist erbuiten – we hebben het immers over de kunstacademie.

Buiten de hokjes, daar bevind ik me graag. Later (als ik groot ben) wil ik geen films maken met als voornaamste intentie ‘dat iedereen het maar mooi vindt’. Ik wil datgene vastleggen wat voor mij belangrijk is en waar ik iets bij voel. Dat is misschien een geromantiseerd beeld, want je verkeert niet altijd in de positie waarin je precies kunt maken wat je zelf wilt. Maar ik denk dat het wel mijn uitgangspunt moet zijn. Alleen op die manier zullen het films worden die mensen iets doen: als het mij – degene achter de camera – ook iets doet. Bovendien laten zulke projecten het beste zien wie ik ben en waar ik voor sta. En aangezien ik op grond daarvan aangenomen hoop te worden, wil ik met die insteek mijn portfolio opbouwen.

En dus ben ik bezig met projecten die ik leuk vind. Waar ik veel energie insteek, maar minstens zoveel energie uithaal. Die als gevolg hebben dat er altijd een notitieboekje naast mijn bed ligt. En dat ik daar dan om twee uur ’s nachts iets in krabbel, en zo zeker weet dat het de volgende dag niet vergeten zal zijn. Waarna ik met een duffe glimlach in slaap kan vallen.

Donderdagochtend, kwart voor negen. In de collegezaal trilt mijn telefoon op de klaptafel voor me. Ik heb een mail van de HKU, waarin staat dat het eerste vinkje gezet is: mijn pasfoto is goedgekeurd.

IMG_3785