LIEVE MENSEN

‘Heeee moppie/lieverd/dushi/schatje/schattie/babe/lieffie/liefje/

lieverd/muppie/scheetje/schattepatat/mopje/dotje/honey/

baby/lieve schat.’

Zomaar een paar manieren waarop ik je zou kunnen begroeten, mocht je tot mijn directe vriendenkring behoren. Noem het niet nep, want zo’n titel moet je verdienen. Dat wil zeggen, je moet mij het vertrouwen geven dat je me niet raar aan zal kijken als ik je ‘moppie’ noem en je een knuffel geef als ik je tegenkom.

In Londen verwelkomt de taxichauffeur je met ‘love’, in Amsterdam mag je al tevreden zijn als diegene je bestaan überhaupt erkent. In Frankrijk begroeten echtgenoten, vrienden, maar ook buren en verre kennissen elkaar met een zoen. Waar een Amerikaanse ‘I love you’ haast niets meer waard is, kan een Hollandse ‘ik hou van jou’ een prille relatie maken of breken. Zo’n twee jaar geleden zat ik eens een nacht vast op het vliegveld van Atlanta. Alle balies waren gesloten, via de aanwezige telefoon probeerde ik iets te regelen. De vrouw die ik aan de lijn kreeg had met me te doen. ‘I’ll get you home, sweety.’ Ik kon wel janken, zo lief.

(Al kan ik niet uitsluiten dat slaapgebrek hierbij ook een rol speelde.)

In het leven van alledag is er niet altijd ruimte voor affectie. Vooral binnen een professionele sfeer vind ik het puzzelen. Het bedrijf waar ik werk is non-hiërarchisch en praktisch al mijn collega’s zijn student. Toch noem ik hen geen ‘lieverd’ en begroet ik ze niet met een knuffel. Hoe dan wel? Een hand is raar, behalve wanneer je je voorstelt. Van high fives krijg ik soms de kriebels en soms de slappe lach. Vooralsnog houd ik het bij een welgemeend ‘Goedemorgen!’, op enige afstand.

Bij de leerlingen in mijn klas hanteer ik een andere aanpak, vanuit didactisch-pedagogisch oogpunt. Geïnspireerd door een van mijn eigen docenten, spreek ik hen graag aan met ‘lieve mensen’. Om de aandacht te krijgen werkt dat sowieso erg goed. Daarbij zíjn het ook vaak lieve mensen. Bij voorbaat ga ik daar altijd vanuit, tot het tegendeel bewezen wordt – en dat gebeurt nooit. Ik geloof dan ook in de geheime kracht van dit soort woorden – hoe kan je je nou mogelijkerwijs misdragen tegenover iemand die je net als ‘lief’ heeft bestempeld? Dat resulteert in cognitieve dissonantie en daar is een mens nauwelijks tegen bestand.

(Bovendien stoot je met ‘lieve mensen’ niemand voor het hoofd. In een werkcollege ontstond laatst de discussie of het nog wel gepast was om een groep (voornamelijk vrouwelijke) studenten aan te spreken met ‘jongens’.)

(Zelf zit ik bij mannen dan weer vaak in dubio. Ik wéét gewoon dat sommigen ongemakkelijk worden van een ‘schat’ of ‘dushi’. Anderzijds – ik ga je niet níét zo noemen, alleen omdat je toevallig een man bent.)

Uiteindelijk gaat het allemaal om intentie. Een twijfelend schouderklopje is ongemakkelijk, een welgemeende omhelzing misschien onverwacht, maar wel ontwapenend. Soms kan je zelfs op de werkvloer niet ontkennen dat enige genegenheid op z’n plek is.  Een tijd terug voerde ik een afsluitend gesprek na een opleidingstraject dat ik gevolgd had. De trainer waar ik veel mee had gewerkt was erbij aanwezig. In een paar maanden had ik een aantal onzekerheden blootgelegd en aangepakt, mede met haar hulp. Nu zat ze trots tegenover me. De vraag die ze me op het einde stelde voelde dan ook heel logisch: ‘Mag ik je even knuffelen?’

One comment

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s