3. ZOWEL JE HANDSCHRIFT ALS JE DRONKEN LACH

9R7A1830

Ergens in de tweede week van het collegejaar dronk ik met studiegenoot Floor een spreekwoordelijke koffie. (Dat wil zeggen, iemand vraagt of ik eens koffie wil drinken, ik zeg ja en bestel vervolgens thee.) We praten over alles en niets en over de gaatjes die ik een dag eerder had laten schieten. ‘Het was nogal een impulsactie,’ zeg ik, draaiend aan de knopjes in mijn nagloeiende oorlellen. ‘Niets voor mij, eigenlijk.’

‘Hoezo niet?’

Die vraag zette me aan het denken. Waarom had ik dat gezegd? Blijkbaar was het dermate ‘iets voor mij’ dat ik binnen twintig minuten na het besluit door een verveeld meisje twee gouden knopjes in mijn oren had laten nieten. Voor Floor paste dat prima in het beeld dat ze van me had – niet bang om mijn mond open te trekken, een meer in te springen, de dansvloer op te gaan. Ze kende alleen de ik van de afgelopen twee weken.

Zo kwam ik tot de realisatie: nieuwe mensen kennen je niet. (Dit klinkt als de meest open deur ooit, maar wacht het even af.) Ze weten alleen wat ze zien, zonder vooroordelen, zonder achtergrondinformatie. Voor hen ben je nog geen kind, ex of zusje van. Je bent hoe je doet, wat je zegt, op dat moment. Zo bouw je beurtelings op wie je voor elkaar bent, vrijwel los van het verleden.

Vandaag sprak ik Colette, vriendin sinds zo’n tien jaar en ook bewoner van een Chaotisch Bestaan. We hadden anderhalf uur nodig om bij te praten. Waar we eerst grotendeels parallel liepen, leiden we nu totaal andere levens. En dat doet iedereen – zoals Colette het verwoordde: niemand weet nog wat je dagelijks op je brood smeert. Niemand kent zowel je handschrift als je dronken lach, zowel de vijf moedervlekken op je rechtervoet als de plek waar je je reservesleutels bewaart. Je wordt gekend in delen – jijzelf overziet het geheel.

(Tenminste, dat is het idee.)

9R7A1896

En zo hoor ik overal een beetje, bij meerdere clubjes, groepjes, commissies en subjes, met elk hun eigen plannen, hun eigen dagen en feesten en sinterkerstennieuwdiners. Wanneer ik mijn aandacht moet verdelen, word ik meegesleept door de ziekte waar elke student aan lijkt te lijden: FOMO, Fear Of Missing Out. Ik dacht dat ik daar wel boven stond, maar nee. Dat bleek toen ik laatst ziek was: niet naar college, maar een etentje missen? Vergeet het maar. Een ibuprofen erin en gaan.

(‘Ik zal proberen niet in jullie pizza te niezen.’)

Juist wanneer ik overal wil zijn, ben ik er maar deels; met mijn hoofd steeds al bij het volgende. Daar wil ik vanaf – dan maar saai, laf, zo nu en dan afwezig. Als je me echt mag, dan hou je evengoed van me.

Gelukkig zijn er daar genoeg van: leuke, lieve, (nieuwe) mensen. Mensen om mee te dansen en daten en koken en eten en bioscopen en lopen als je band lek is. Mensen met antwoorden op vragen, mensen voor planloze dagen en mensen voor als je het even niet meer weet.

(Mensen wiens naam ik steeds vergeet. Oh, al die namen. Maaike en Meike en Maaijke en Marieke en Mieke. Max en Maarten en Cas en Bas en Lars. Anne en Anna en Hanne en Hanna en Sanne – sorry voor alle keren in het verleden en in de toekomst.)

De een denk ik al behoorlijk te kennen, met de ander weet ik dat het klikt. De rest volgt dan vast. En zo hoor ik overal een beetje – maar ook een beetje overal.

Dit was stukje drie over mijn fijne maar enigszins chaotische leven, met daarin dus allerlei nieuwe mensen. Mocht je zo’n nieuw mens zijn en dit lezen: hoi! Leuk dat je dit deel van mij ontdekt. Beetje eng, ook wel. Maar het hoort erbij – bij mij. Mocht je willen, dan lees je hier stukje een en stukje twee terug. Er volgt denk ik nog wel een stukje vier!

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s