EEN AVONDVULLEND PROGRAMMA

Processed with VSCO with p5 preset

Heb je donderdagavond tussen negen en twaalf een meisje over het station zien rennen? In Utrecht, Arnhem of Amsterdam Zuid? In een geel rokje, afwisselend met en zonder tas? Zo ja: dat was ik.

De eerste sprint moest getrokken worden toen mam me afzette op station Zuid. Ik was even vergeten dat fietsers en automobilisten andere routes dienen te nemen om daar te komen. Met nog drie minuten de tijd haastte ik me de auto uit en sprintte ik de trappen af, langs de borrelende kantoorlui het station in.

Ik haalde mijn trein en belde met Colette, die twee weken geleden begon aan haar university avontuur in Amerika. We zaten beide vol verse verhalen, en de reis richting Utrecht was dan ook te kort om ze allemaal te delen. Kletsend stapte ik uit. Op het perron bleef ik staan, nog even profiterend van de aanwezige wifi om ons gesprek af te ronden.

Met een humeur zo zonnig als mijn rokje liep ik door Utrecht Centraal. Ik had een veelbelovende introductie van de kunstacademie achter de rug. De volgende ochtend had ik mijn eerste les. Het was pas half tien. Ik zou keurig op tijd in bed liggen en uitgeslapen beginnen. Ik had zojuist twee van mijn drie gezinsleden gezien – in deze periode een prima score. Alles voelde positief en licht. Heel licht, misschien zelfs té… Shit. Waarom bungelde er niets over mijn schouder? Waar was mijn tas?

In een reflex greep ik naar mijn jaszakken. Portemonnee, telefoon – de cruciale dingen had ik. Over vijf minuten zou ik weer vrolijk op mijn fietsje zitten en vervolgens mijn kamer binnengaan. Ware het niet dat ik daar sleutels voor nodig had. En die zaten niet in mijn zak. Ik rende nog terug richting het perron, maar bedacht me na vijftig meter dat ik, vrolijk bellend, de trein had zien wegrijden. Met mijn spullen erin.

Ik kon wel janken. (En dat deed ik ook, natuurlijk – leer mij kennen, ik huil om alles – maar later pas). Ik stond me te verbijten bij de infobalie, terwijl een mevrouw mijn postcode (?) intikte op haar computer. Gelukkig werd ik toen gebeld. Dat mijn tas op weg was naar Arnhem en dat ik ook maar die kant op moest komen. ‘Arnhem Centraal?’ vroeg ik wel drie keer. In deze staat van zijn zag ik mezelf gemakkelijk de verkeerde trein in stappen.

Ik belandde in een vieze, volle coupé. Mijn telefoon was bijna leeg, dus vulde ik mijn tijd met het meeluisteren met kletsende medepassagiers en het kapotbijten van mijn onderlip. Dit in tegenstelling tot mijn buurvrouw, wiens mond de helft van de reis open hing – tot ze er bij Ede-Wageningen een knalroze stuk Bubblicious in stopte.

Ze deed hard haar best om binnen het stereotype ‘dom blondje’ te passen. Gelig haar, een huid met een oranje gloed en de lijm van haar nepwimpers klonterend op haar oogleden. Haar tijd vulde ze met het lezen van een artikel over Doutzen Kroes in de Metro en het bewerken van een selfie, waarop ze haar mond wel dicht had. Helaas was het slechts om de beruchte duckface te kunnen vormen.

Arnhem Centraal bleek leeg en groot, als een winkelcentrum dat bijna ging sluiten. Dat gevoel maakte dat ik ook dit station rennend verkende, op zoek naar de plek waar mijn tas was afgegeven. Het was donker op perron zes-zeven, maar helemaal achterin zag ik een klein kantoortje. Ik kwam dichterbij en zag een vrouw zwaaien. Ze kwam naar buiten. ‘Is dit je tas?’ vroeg ze, het antwoord uitblijvend omdat ik volledig buiten adem was. Ik knikte maar. ‘Je moet naar Utrecht, toch? Je trein gaat pas over vijfentwintig minuten.’ Ik grabbelde in de tas en hoorde mijn sleutels gelukzalig rinkelen. ‘Geeft niet,’ hijgde ik, zo opgelucht als ik nog nooit geweest was. ‘Ik ben allang blij. Heel erg bedankt.’ De vrouw opende de deur. ‘Wil je misschien koffie of thee?’

(Op dit moment moest ik natuurlijk huilen. Gelukkig werd het direct teniet gedaan door de opmerking ‘Geeft niks hoor, ik ben ook zo’n emo-kip.’) 

Om elf uur checkte ik in voor de terugreis en werd ik eraan herinnerd dat het 1 september was. De verjaardag van mijn broer, maar ook de dag waarop mijn studenten-OV in was gegaan. Laten we zeggen dat ik de eerste dag waarop ik gratis mocht reizen ten volste benut heb.

De vorige post sloot ik af met drie tips, en dat beviel me eigenlijk wel. Al is het maar zodat ik ze zelf onthoud. Komt ‘ie:

  1. Zorg dat er altijd iets in je tas zit waar je telefoonnummer op staat. Dan bestaat er een kans dat je gebeld wordt door de conducteur, met de mededeling dat je tas richting Groningen/Maastricht/Arnhem aan het reizen is. (Henny, bedankt.)
  2. Betere tip: gewoon niet je shit vergeten in de trein. Maar dat had je zelf vast ook al bedacht.
  3. Doe lief tegen de mensen van de NS. Ja, er is vaak vertraging of ander gelazer. Maar ze bellen je wel op met een gevonden tas, leggen je uit wat je moet doen en waar je moet zijn. Ze geven je thee en zoeken uit waar en hoe laat je trein terug vertrekt omdat jouw telefoon leeg is, zodat je om één uur ’s nachts gewoon in je eigen bedje ligt in plaats van onder de Dom. Waarvoor veel dank.

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s