#261 IT’S OKAY

IMG_0274

Aan het begin van de zomer ging ik met vriendinnen Mienke en Valerie naar de film The Fault in Our Stars. Er werd gehuild (vanwege de film), gelachen (deels vanwege de film) en we vonden het voor herhaling vatbaar. We besloten naar If I Stay te gaan. De naam van ons Whatsappgroepje werd veranderd in ‘Huilen bij films is oké’. Gelukkig maar, want it happened again. Althans: bij mij. Waar Mienke en Valerie de vorige keer met kleine oogjes de bioscoop uitkwamen, was ik ditmaal degene die het niet droog kon houden. Het is een nieuwe ervaring voor mij – tot twee maanden geleden huilde ik nooit bij films. Waar het aan ligt dat dit nu wel gebeurt, kan ik niet met zekerheid zeggen.

De omstandigheden zijn deels bepalend. Een heftig verhaal komt nog even net iets harder aan via een enorm scherm en surround sound. Maar toen liep ik na de film de zaal uit. In het felle daglicht zag ik dat ik in de bioscoop had gezeten met een publiek dat zeker voor 90% vrouwelijk was, en daarnaast tussen de 14 en 20 jaar. En ik bedacht me: het is de puberteit. Het zijn de hormonen die met me aan de haal gaan, en zorgen voor vlagen van woede, chagrijn en dus ook verdriet. Het is de puberteit die me laat huilen bij films. Toch kan ik dit ook niet helemaal plaatsen, aangezien ik al ongeveer vanaf mijn tiende in de puberteit zit (niet grappig). Waarom had ik eerder nooit zakboekjes nodig gehad bij een bioscoopbezoek?

In stilte hoop ik dat deze vroege puberteit ook betekent dat ik er vroeg vanaf zal zijn. Gelukkig wordt dit af en toe bevestigd. In de bus terug naar huis zat ik met Mienke tegenover een viertal meisjes. Met veel lawaai waren ze binnengekomen. Ze hadden flink geshopt, voornamelijk bij een niet nader te noemen winkel die kleding per kilo lijkt te verkopen. Om het vervolgens in bruine kartonnen tassen met een inhoud van tien liter te stoppen. Als het regent scheuren die tassen, en belandt de inhoud op straat. Dat vind ik dan weer grappig, ik kan er niets aan doen.

Maar goed, we zaten in de bus. Mienke en ik probeerden een gesprek te voeren over de film die we zojuist hadden gezien, maar dit ging zeer moeizaam. Geit & co waren constant aan het giechelen, af en toe onderbroken voor het maken van een selfie. Ze bespraken ‘hoe het nou was afgelopen met die ene jongen.’ ‘Sander, bedoel je?’ ‘Nééé, niet Sander! Ieuw!’ Dit alles op een volume dat mij deed denken dat ze het belangrijk vonden dat de hele bus kon meegenieten.

Mienke en ik keken elkaar meewarig aan. Dit was puberteit op haar hoogtepunt. Was ik ook zo geweest, vroeg ik me af. Misschien wel, misschien niet. Dat kan een ander waarschijnlijk beter beoordelen dan ikzelf. Maar kijkend naar die meisjes kon ik wel concluderen dat ik me inmiddels toch in een andere fase bevond. Mij hoor je niet zeggen dat ik nooit chagrijnig ben. Dat ik het altijd eens ben met mijn ouders, dat ik al precies weet wie ik nou eigenlijk ben, en wie ik wil zijn. Mij hoor je niet zeggen dat ik de puberteit achter me heb gelaten. Maar je hebt pubers en pubers. Dan vind ik toch wel dat ik mezelf tot de eerste categorie mag rekenen. En dat ik dus ook mag denken dat er de laatste tijd nou eenmaal veel verdrietige films gemaakt zijn.

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s