WAAR HET SCHUURT

Het was vrijdagmiddag, het op-één-na-laatste lesuur. Henk van Straten, een columnist van onder andere de Volkskrant, gaf een presentatie over het schrijven van columns. Dat betekende bijna tachtig VWO-4 studenten samen in een collegezaal, inclusief de niet-alledaagse verleiding van klapstoeltjes en –tafeltjes die – het woord zegt het al – lekker luidruchtig kunnen klapperen. Dat gebeurde dan ook. Daarnaast was het dus bijna weekend, met de gebruikelijke extra drukte tot gevolg. Ik had op voorhand al medelijden met de man.

Dat bleek niet nodig te zijn. Henk van Straten was cool en bovendien had hij ons door. ‘Vroeger haalde ik mijn boekverslagen ook van internet, hoor.’ Ik luisterde geboeid naar hem, tot er op een bepaald moment een andere stem klonk. ‘We hebben trouwens een columnist in ons midden,’ sprak de lerares Nederlands.

Ze had het niet over Henk van Straten.

Dus daar zat ik dan, in het middelpunt van de aandacht. Precies waar ik niet wilde zijn. Hoewel ik het meestal niet erg vind: spreken voor groepen is geen probleem, mijn ongezouten mening geven ook niet. Vorige week stond ik voor honderd man op het toneel, op hoge hakken en gekleed in een minuscuul glitterjurkje. (Als je wilt weten waarom, had je maar moeten komen kijken.) Zelfs bij die gedachte voelde ik me nog behoorlijk comfortabel. Maar toen, daar in de collegezaal, was ik het liefst onder mijn klaptafel verdwenen.

Wat ik niet deed, overigens.

Het moment ging eigenlijk heel snel voorbij. Ik sputterde wat, iedereen lachte, meneer Van Straten ging verder met zijn verhaal. Al met al duurde het zo’n dertig seconden. Maar zo beleefde ik het niet. Ik voelde al die ogen kijken. Mijn hoofd werd rood. Pas echt gênant werd het toen de lerares de situatie als zodanig bestempelde: ‘Oh, ik zie dat Milou zich er niet helemaal gemakkelijk bij voelt.’

Dat had ze goed gezien.

In luttele seconden was ik van een zelfverzekerd persoon veranderd in een verlegen meisje. En dat vond ik achteraf gezien raar. Want ik schaamde me niet voor wat ik schreef. Bovendien wisten een boel mensen er al langer vanaf, en vond ik het ook leuk als ik er reacties op kreeg. Alleen niet op deze manier, blijkbaar. Waarom niet? Omdat het nu leek alsof ik die aandacht zelf graag wilde. Alsof ik het geweldig vond wat ik deed, en daarmee mezelf ook. Terwijl ik in feite maar gewoon schrijf over hele gewone dingen uit mijn hele gewone leventje. Het is leuk als mensen daarop reageren. Als ze erom lachen, huilen of het op een andere manier iets met ze doet. Maar ik wil niet dat mensen gaan denken dat ik het heel knap vind van mezelf.

En als ik heel eerlijk ben: zeker niet als één van die mensen Henk van Straten heet. Een man van wie ik de hele zomer mooie columns heb gelezen, die me laten denken: ‘Ja, dat wil ik ook kunnen. Ooit. Want op dit moment ben ik daar echt nog niet.’

Dus daarom kreeg ik een rood hoofd. Daarom kon ik niet gewoon zeggen: ‘Ja, ik schrijf dingen voor mijn blog.’ Maar dit was niet voor niets gebeurd. ‘Zoek waar het schuurt,’ had Henk van Straten namelijk gezegd. Dat heb ik door deze ervaring wel ontdekt.

Deze column verscheen eerder in mijn schrijfdossier voor Nederlands.

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s