#269 ÉÉN RUND, TWEE KOEIEN

Vandaag behandelden we bij Nederlands de vervoegingen van rare werkwoorden. Blahen, bijvoorbeeld. Ik doe het vaak genoeg, maar heb geen  idee hoe je het moet vervoegen (Ik blah, jij blaht, wij blahen, mocht je het willen weten). En er waren er meer: zweefvliegen, zweefvliegde, heb gezweefvliegd. Voetjevrijen: ik vrijde voetje, ik heb voetjegevrijd. (Ja, dat schrijf je aan elkaar.) Het voltooid deelwoord van bekvechten was niet bekgevochten, maar gebekvecht. ‘Ja, dat snap ik wel,’ mijmerde ik. ‘Anders is het net of ik gevochten heb met jouw bek, in plaats van gebekvecht met jou.’ Toen kwamen de meervoudsvormen. ‘Eén rund, twee…. koeien.’ lachte Carmen naast mij en ik lachte hard mee. Je kan me een nerd noemen omdat ik lol heb om schoolzaken. Ik rol zelf ook met mijn ogen als een leraar weer eens lollig probeert te zijn (‘Vergeet niet, de ‘l’ in scheikunde staat voor lol!’ ‘Er zit geen ‘l’ in scheikunde!’ ‘Ja, precies…’), maar een paar flinke lachbuien zorgen er wel voor dat een schooldag veel sneller voorbij gaat. Of de rest van mijn klasgenoten zich nou aan ons ergeren of niet…

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s